Home

Boekenbon Literatuurprijs 2023 voor Jan Vantoortelboom: de verbeelding wint

Met de toekenning van de Boekenbon Literatuurprijs aan de Vlaming Jan Vantoortelboom voor zijn roman Mauk koos de jury voor de verbeelding als overlevingsstrategie. Waar zouden wij zijn zonder verhalen, zonder literatuur?

Jan Vantoortelboom, die donderdagavond winnaar werd van de Boekenbon Literatuurpijs 2023, verloor op 16-jarige leeftijd zijn nog jonge ­moeder aan kanker. Later zei hij over de invloed van deze ingrijpende ­gebeurtenis: ‘Als een mens zo jong kan sterven, dan wil ik mijn tijd zinvol doorbrengen en tegelijkertijd betekenisvol zijn voor anderen.’

In zijn schrijverschap, geboren door de dood van zijn moeder – in veel van zijn werk komt het moedermotief ook terug – verenigt hij beide idealen: zinvol voor hemzelf, betekenisvol voor de lezer.

Schrijven helpt hem, en zijn werk raakt en bemoedigt ook de lezer. Vantoortelboom weet met zijn verhalen de chaos rond en in ons te benoemen, zodat wij die even kunnen ­beteugelen – om vervolgens gesterkt voort te zwalken in de blubber van het bestaan.

Gé Vaartjes schreef biografieën over Herman de Man en Top Naeff en werkt momenteel aan het levensverhaal van Godfried Bomans. Voor de Volkskrant recenseert hij Nederlandse fictie.

Vantoortelboom is een relatief ­onbekende auteur, zeker in Nederland. Hij werd in 1975 geboren in het Vlaamse Torhout, studeerde Nederlandse en Engelse taal- en letterkunde in Gent en woont tegenwoordig in Zeeuws-Vlaanderen. In 2011 debuteerde hij met De verzonken jongen, een roman over de 16-jarige Stoffel, die de dood van zijn moeder probeert te ­verwerken, achter een geheim van zijn grootvader komt en daarmee de onbevangenheid van zijn kindertijd verliest. Het boek werd bekroond met De Bronzen Uil.

Zijn grote doorbraak kwam in 2014 met Meester Mitraillette, een roman over de Eerste Wereldoorlog, die in de talkshow De wereld draait door tot ‘Boek van de maand’ werd verkozen. Het dit jaar verschenen en nu bekroonde Mauk is zijn zesde roman.

Vantoortelboom kreeg inspiratie voor zijn boek toen hij aan het sterfbed van zijn vader zat, een nacht voor diens euthanasie. Ook nu hielp schrijven hem met verwerken.

In de roman wacht de zieke zeventiger Mauk in bed op de dood. Achter ‘het winterblauw van de lucht’ hoort hij de rust. ‘Maar vóór die rust, die aan me trekt als een wanhopig kind aan zijn moeder, zit nog steeds woelende beroering.’

Bron van onrust is zijn kindertijd, die levenslange innerlijke wonden heeft gekerfd. Er was een beschuttende, warme moeder, maar vooral een gecompliceerde despotische vader die niet wist om te gaan met zijn emotionele beschadigingen en deze op vrouw en kind botvierde. Een ­gekwelde die kwelde. Mauk draagt op zijn hand de sporen van een puntige asbak die zijn vader ooit als huiselijk martelwerktuig hanteerde. Een fysiek en emotioneel litteken ineen.

Als kind is Mauk niet in staat het leven te leven zoals zich dat aan hem voordoet. Daarom grijpt hij naar de verbeelding: een fictieve cowboy- en indianenwereld waarin hij wonen kan. Grote steun en toeverlaat is zijn imaginaire moedige broer Henri die hij een heldhaftige rol laat spelen. Mauk bezit met zijn fantasie de gave om de dingen anders te zien dan ze zijn, zodat pijn geen pijn meer is. Scharniermoment in het verhaal is de dag waarop Mauk op 12-jarige ­leeftijd zijn moeder op gruwelijke wijze verliest. Haar dood is de geboorte van Mauks trauma, dat embryonaal al sluimerde.

Wat er in het verleden precies is gebeurd, wordt suggestief via gefragmenteerde herinneringen verteld. Vantoortelboom reikt geraffineerde en pregnante puzzelstukjes aan – een zinnetje, een enkel woord –, waarmee de lezer een reconstructie van Mauks werdegang kan maken. Tal van minieme steentjes leiden gaandeweg tot een verbijsterend bouwwerk.

Een extra uitdaging voor de lezer is Mauks fantasie: wat is feitelijke werkelijkheid en wat is Mauks realiteit? Dit alles maakt het lezen van de roman tot een spannende, indringende belevenis. Of, met de woorden uit het juryrapport: ‘Die grens tussen fictie en werkelijkheid zet Vantoortelboom moeiteloos onder spanning, zonder de psychologische diepgang van zijn personages en de voortgang van het verhaal uit het oog te verliezen.’

Mauk is een roman over verlies van kinderlijke onschuld, onmacht, schuld, emotionele verminking, verwerking en onvervuldheid, geschreven in een ijzersterke poëtische stijl. Als Mauk naar de volle maan staart, verdwijnt hij ‘in een dood, als een prooi in de oogbol van een roofvogel’.

Vantoortelbooms roman is ook een hartstochtelijke ode aan de verbeelding, aan schrijven, aan verhalen. Mauk weet dat pijn zonder verbeelding, zonder fantasie, op geen enkele manier kan worden overwonnen. ­Verbeelding als overlevingsstrategie. Die opvatting draagt niet alleen Mauk, maar meer dan dat: waar ­zouden wij zijn zonder verhalen, ­zonder literatuur?

‘Geen wonder dat Mauk niet alleen een roman over de onzegbaarheid van trauma’s is’, stelt het juryrapport van de Boekenbon Literatuurprijs, ‘maar evengoed een boek dat de kracht van de literatuur als medium onderstreept.’

De jury van de Boekenbon Literatuurprijs heeft niet alleen de mooie, beklemmende roman van Jan Vantoortelboom bekroond, maar ook de verbeelding als zodanig een lauwerkrans gegeven.

In 1987 werd de AKO Literatuurprijs ingesteld, die in 1997 de ­Generale Bankprijs werd, in 2000 weer de AKO-­Literatuurprijs, in 2015 ­ de ECI Literatuurprijs, in 2018 de Bookspot Literatuurprijs en sinds 2020 de Boekenbon Literatuurprijs is.

Het is de zevende keer in de geschiedenis van de prijs dat een Vlaamse schrijver wint. Koen Peeters was in 2017 de laatste.

De andere kanshebbers op de prijs waren Roxane van Iperen met Dat beloof ik, Saskia de Coster met Net echt, ­Tiemen Hiemstra met W. en Richard Osinga met Munt.

Source: Volkskrant

Previous

Next