Home

‘Ik teken elke dag, al vijftig jaar lang, ik ben erdoor bezeten’

‘Dat is meteen een moeilijke. F.C. Knudde bestaat dit jaar vijftig jaar. Eén krant, het Algemeen Dagblad, één strip en één tekenaar, dat is uniek. Volgend jaar sta ik in Guinness World Records. Knudde is me dierbaar, maar moet over voetbal gaan, of soms Formule 1. Met De stamgasten kan ik veel meer kanten op. De strip was mijn redding toen ik de rechten van F.C. Knudde aan Audax had verkocht en na een tijdje financieel aan de grond zat. Van De stamgasten zijn miljoenen albums verkocht.

‘Voor F.C. Knudde put ik uit mijn eigen ervaringen. Ik heb tot mijn 50ste gevoetbald, in Amsterdam. Ik was linksbuiten, een soort Piet Keizer. In de jeugd speelde ik bij Blauw-Wit. Het had ook Ajax kunnen zijn, maar dat weigerde ik. Ajax was toen ook al een kapsonesclub, elite. En daar hoorde ik niet bij.

Over de auteur
Paul Onkenhout werkt sinds 1990 voor de Volkskrant. Hij schrijft over populaire cultuur, muziek en voetbal.

‘In het begin stelde F.C. Knudde niks voor. Slechte tekeningen, slechte grapjes. Echt shit. Maar het was wel het begin, op een gegeven moment stonden er vier strips van mij in het AD. Ron Abram, de hoofdredacteur, was bang dat ik ziek zou worden, dan zouden er elke dag vier gaten in de krant vallen. Ron, zei ik, ik word niet ziek, hoe vind je die? En ik werd ook niet ziek.’

‘De schrijvers van mijn biografie. Ik kwam ze tegen in Anno 1890, mijn stamkroeg op de grens van Amstelveen en Amsterdam. Met Alexander heb ik eerder wat dingetjes gedaan op internet, dat was geen succes. Ze schrijven allebei voor De Speld. De een was fan van De stamgasten, de ander van F.C. Knudde. Of ze mijn biografie mochten schrijven, vroegen ze op een dag besmuikt.

‘Alexander is de intellectueel van de twee, hij draagt ook een bril. Ik zet ook weleens een bril op, als ik mijn imago wat wil opkrikken. Aan Jaap moest ik wennen. Hij praatte nogal zacht, maar hij bleek goed te kunnen schrijven. Ze hebben het me niet moeilijk gemaakt. We spraken elke week af in Anno 1890 en ik heb alles eruit gegooid. Alles.

‘Het is een pijnlijk boek geworden; een wiedergutmachung ook voor mijn twee exen en mijn kinderen. Toen ik het boek las heb ik vaak gejankt. Jezus Christus, dacht ik, ben ik dit allemaal? Heb ik dat allemaal uitgespookt? En ik werd weer teruggevoerd naar mijn jeugd, naar alle narigheid van toen met een fascistoïde, communistische vader en een moeder die geen liefde gaf.’

‘Dirk, de keeper. Ik houd van zijn woedeaanvallen. Jaap is de aangever in F.C. Knudde, met zijn terugspeelballen. Ze kunnen wel wat als voetballer, maar zet ze niet samen in het strafschopgebied. ‘Tikkie terug, Jaap’ is een standaardzin geworden in het Nederlandse voetbalvocabulaire. Het was precies de lulligheid waarnaar ik op zoek was. Jaap en Dirk vormen een gouden duo dat altijd pech heeft.

‘Wil je nog wat drinken? Ik heb nog een alcoholvrij biertje liggen. Kun je dat hebben of vind je dat niet te zuipen? Zelf ben ik van de drank af, voor het eerst. Het viel niet goed meer, ik kreeg er de schijterij van.’

‘Ik was als tekenaar afgewezen door de studio’s van Marten Toonder en Het Parool toen ik in Rotterdam met een map tekeningen langsging bij het Algemeen Dagblad. Mijn baan als steward bij de KLM was voorbij, ik was eruit gezet. Ik moest wat.

‘Le Noble was een heel goede sportverslaggever van het AD, Abram was eindredacteur en later bijna twintig jaar hoofdredacteur. Ze zagen vanaf het begin wel wat in mijn strips. Ik heb veel aan ze te danken. Abram werd een soort vader voor me en met Le Noble heb ik krankzinnige avonturen beleefd. Hij was altijd dronken, dat beviel me wel.

‘We gingen vaak stappen in Rotterdam. In het café had hij de gewoonte om collega’s te sarren, soms zo erg dat ze hem in elkaar sloegen. Als we later wegreden stapte hij soms plotseling uit de auto. Daar stond ik dan, totaal verloren in die kolerestad. John was volledig onbestuurbaar, daardoor ben ik zo veel van die man gaan houden.’

‘Twee liedjes van mij. Ik kies voor My Jenny, dat is een komisch liedje, als ik het me goed herinner. Hot Sand is de B-kant van een wereldhit, Venus van Shocking Blue. In Amerika had ik de muziek ontdekt. Het liefst was ik er nooit meer weggegaan. Het was de flowerpowertijd. Iedereen zat aan de wiet en iedereen was opgewonden. En iedereen deed het met elkaar, dat beviel me ook.

‘Maar toen kreeg ik een oproep voor militaire dienst. Daarna zou ik Amerikaans staatsburger worden. Ze hadden kanonnenvlees nodig, jongens voor de oorlog in Vietnam. Dat overleef ik niet, dacht ik. Omdat ik geen geld had voor een vlucht, heb ik in San Francisco de boot naar Nederland genomen.

‘Ik had aardig bluegrass leren spelen en kwam terug met een vijfsnarige banjo. In Den Haag liep ik Robbie van Leeuwen van Shocking Blue tegen het lijf. We hadden meteen een klik. Of ik niet wat liedjes voor de band kon schrijven, vroeg hij. Dat kon ik wel. Ik ben ook nog even de zanger geweest. Ik had een aardige Bob Dylan in huis, maar kreeg er al snel genoeg van. Mariska Veres werd de zangeres van Shocking Blue, tegen haar kon ik niet op.

‘Robbie paste mijn teksten een beetje aan. Toen het later op afrekenen aankwam, gaf zijn manager Cees van Leeuwen niet thuis. Ik heb er nooit een cent aan verdiend. Maar de liedjes waren ook shit, moet ik toegeven.’

‘Tokio. Als steward bij de KLM vloog ik de hele wereld over. In Tokio ben ik veertig, vijftig keer geweest. Ik was gefascineerd door de techniek van die Japanners en de hoge kwaliteit van hun producten. En ik leerde er het werk van formidabele kunstenaars kennen, Hokusai en Hiroshige, bijvoorbeeld. Vreselijk mooi.

‘Ik verdiende flink wat extra’s met die trips. Voor één Leica-camera kreeg ik drie, vier Nikons terug. En die verkocht ik dan weer in Nederland, aan fotografen van De Telegraaf en aan ziekenhuizen. Onder de bemanning waren altijd veel koppeltjes, piloten en stewardessen. Ze vroegen altijd dezelfde reizen aan, dan konden ze seks hebben. Ik heb piloten uit een hotelraam zien klimmen. Het was een schitterende tijd, ik vond het afschuwelijk dat mijn contract niet werd verlengd.’

‘Van Basten was acht jaar lang mijn buurman in Badhoevedorp. Met mijn tweede vrouw had ik daar een groot huis laten bouwen. Ik was gek op Marco. Hij had een Porsche en deed er een half uur over om in te stappen. Hij had een zooi spijlen in zijn poot, vanwege die kapotte enkel. Zeg, beleven we het nog, zei ik, als ik hem zag worstelen met die Porsche.

‘We kwamen vaak bij elkaar over de vloer, hij vond me wel een goeie peer. Onze gezinnen gingen ook leuk met elkaar om. Ik heb hem nooit echt leren kennen, dat stond hij niet toe. Hij kon erg bot zijn. Bij AC Milan was hij te vaak belaagd door fans, die wilden hem soms de haren uit zijn hoofd trekken. Hij was wantrouwig naar andere mensen. Wees eens wat aardiger, zei ik vaak. Dat hielp, hij draaide een beetje bij.

‘Van Gaal heeft een keer een expositie van mij in Haarlem over De stamgasten en F.C. Knudde geopend. Truus, zijn vrouw, was er ook bij, zij vertelde dat ze fan van Knudde waren. Op tekeningen liet ik ze vaak samen in bed liggen, lepeltje-lepeltje, en dan kwam zijn oranje KNVB-stropdas boven het dekbed uit. Louis vroeg haar dan altijd om advies, zo ging het in het echt ook.

‘Heerlijk stel, die twee. Jij hebt ons jarenlang vermaakt, zei Louis. Er was ook een veiling van boeken en schilderijen, de opbrengst was voor Spieren voor Spieren. Het leverde elfduizend euro op. Daar deed Van Gaal het allemaal voor. Hij heeft de neiging om mensen als mafkezen en idioten te behandelen, maar ik vind hem een wereldkerel. Hij is niet bang en heeft schijt aan alles. Ja, we lijken wel wat op elkaar.’

‘Ik heb maar één doel in mijn leven: poppetjes maken. Ik teken overdag, ’s avonds, ’s nachts, elke dag, al vijftig jaar lang. Ik wil altijd meer. Ik ben erdoor bezeten. Mijn eerste twee vrouwen gaven niets om mijn strips. Laura is anders, zij kijkt mijn grappen na. Ik heb nu een vrouw die om me kan lachen en het me nooit moeilijk maakt. Dan heb je het goed voor elkaar, hè.’

Alexander Brandenburg en Jaap van de Venis: Knudde. Het bizarre levensverhaal van Toon van Driel, schepper van F.C. Knudde en De stamgasten. Ambo Anthos; 256 pagina’s; €22,99.

Toon van Driel

1945 Op 16 februari geboren in Amsterdam

1972-1973 Steward bij KLM

1973 Debuut in het Algemeen Dagblad met F.C. Knudde

1975 F.C. Knudde in Avro’s Sportpanorama

1980 Eerste aflevering De stamgasten in het AD

1988 Stripschapprijs voor hele oeuvre

2023 Biografie Knudde. Het bizarre levensverhaal van Toon van Driel

2023 Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Toon van Driel is getrouwd en woont in Amstelveen. Uit eerdere relaties heeft hij zes kinderen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next