Twee jaar geleden werd Guido Imbens op het hoogste schild in het economische vakgebied gehesen, en nu gebruikt hij dat platform om vraagtekens te plaatsen bij de mores daar. ‘Academici hebben de neiging om alleen maar vragen te stellen waar ze het antwoord al op weten, zodat ze indruk kunnen maken met hoe slim ze wel zijn’, zegt de Nobelprijswinnaar voor de economie uit 2021 bij een bezoek aan Rotterdam. ‘Veel beter is het om te erkennen dat je dingen niet weet, en daar goede vragen over te stellen’.
Goede vragen stellen loopt als een rode draad door de carrière van Imbens, die al decennia in de Verenigde Staten woont, waar hij verbonden is aan Stanford University. De 60-jarige Nederlander ontving de Nobelprijs twee jaar geleden samen met zijn vrienden David Card en Joshua Angrist, voor hun onderzoek naar wat we kunnen leren van experimenten in het echte leven, en dus niet in laboratoria.
Over de auteur
Daan Ballegeer is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over financiële markten en centrale banken.
Het Nobelcomité lauwerde specifiek zijn methodologische bijdragen aan het economische vakgebied. Zijn werk helpt dus andere economen om hun werk beter te doen. Stellen zij wel de juiste vragen, en gebeurt dat op de juiste manier?
Het is een mentaliteit die Imbens zich eigen heeft moeten maken, vertelt hij op de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar hij woensdag een eredoctoraat kreeg uitgereikt. Toen hij hier zelf economie ging studeren, was hij niet bijzonder goed in het stellen van vragen. ‘In mijn eerste jaar besefte ik bij het studeren voor een examen plots dat ik geen idee had wat een bepaald begrip betekende. Toen ik het vroeg aan mijn klasgenoten, bleek dat ook zij geen benul hadden. Niemand had het ooit gevraagd. Daar ben ik later veel beter in geworden.’
Niet alleen in het stellen van vragen, maar ook in het bedenken van creatieve manieren om het antwoord te vinden. Zo gebruikte Imbens data over Amerikaanse loterijwinnaars om te achterhalen wat het invoeren van een basisinkomen betekent voor het aanbod van arbeid. Die winnaars kregen twintig jaar lang 25 duizend dollar (23 duizend euro) per jaar uitbetaald. Het effect van dat ‘basisinkomen’ op hoelang ze werkten en hoeveel ze verdienden bleek vrij klein.
Zijn nieuwste onderzoek gaat over artificiële intelligentie. Large language models zoals ChatGPT en Bard zijn op dit ogenblik ‘verschrikkelijk goed’ in het voorspellen van gebeurtenissen, trends of gedrag op basis van historische gegevens en patronen, merkt hij op. ‘Maar ze voorspellen op basis van statistische verbanden uit het verleden, en vaak hebben ze daarbij oorzaak en gevolg niet juist.’
Als hij dat met zijn werk kan verbeteren, ontstaan heel wat nieuwe mogelijkheden. ‘Dan kan AI bijvoorbeeld nieuwe medicijnen suggereren die kunnen helpen tegen bepaalde ziekten. Het is voor menselijke onderzoekers veel lastiger om grote hoeveelheden data en onderzoek te synthetiseren, en daar nieuwe verbanden in te zien.’
Mens en machine moeten de krachten bundelen, vindt hij. ‘Grote taalmodellen kunnen het niet alleen. Creativiteit is een groot probleem voor ze, omdat ze nog steeds als een soort rekenmachine werken. Je hebt mensen nodig die nadenken over hoe ze moeten worden ingezet, met welke vragen, en hoe die juist moeten worden gesteld.’
Het AI-vraagstuk wordt ook rond de keukentafel in Californië druk besproken. Echtgenote Susan Athey is een wereldautoriteit in de economie van de kunstmatige intelligentie, en staat al jarenlang op het favorietenlijstje voor de Nobelprijs. Toen er twee jaar geleden midden in de nacht een telefoontje uit Zweden kwam, was het daarom spannend voor wie de hoogste economische onderscheiding zou zijn.
Imbens heeft zich als onderzoeker ook gebogen over hoe migratie de arbeidsmarkt verandert, een groot verkiezingsthema in Nederland. Welk inzicht zouden politici altijd in het achterhoofd moeten houden? ‘Ik denk dat vaak wordt onderschat hoeveel immigranten bijdragen aan de economie van het land waar ze naartoe gaan.’
Hij betreurt het debat in Nederland over het meer Nederlands maken van het hoger onderwijs. ‘Dat leidt natuurlijk tot minder buitenlandse studenten. In Amerika zie je duidelijk hoe grote delen van de economie beter ontwikkeld zijn door de instroom van buitenlandse studenten.’
De studenten in Rotterdam zijn erg onder de indruk van zijn aanwezigheid, stelt Imbens vast. Aan Stanford maken ze er zich niet druk over, daar lopen immers meerdere Nobelprijswinnaars rond. Bij de collega’s is er een soortgelijk sentiment. ‘De helft vraagt zich af waarom niet zij maar ik de Nobelprijs heb gewonnen.’
De grens tussen nuchterheid en bescheidenheid is vaag bij Imbens, wat merkbaar is bij de onthulling van een schaaktafel die aan hem is opgedragen. Met een Elo-rating van ongeveer 1900 geldt hij als een meer dan degelijke amateurschaker, en als jongeling versloeg hij ooit grootmeester Hein Donner tijdens een simultaanschaaktoernooi. Wat zegt hij zelf? ‘Ik ben er niet bijster goed in.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden