Ik leef al tijden in het gezelschap van een zak met vier mueslibollen. Wie mij tegenkomt, ziet mueslibollen, en als de mueslibollen op zijn, zien ze de resten tussen mijn tanden zitten, want dat is het enige nadeel aan mueslibollen: ze blijven tussen je tanden zitten.
Verder zijn er geen nadelen te noemen: ze zijn niet vies, blijven ontzettend lang goed (kijk, daar duik ik er eentje op uit mijn tas, die bleek er van vorige week nog in te zitten), ze zijn goedkoop, delen makkelijk uit, zijn overal verkrijgbaar en vooral: vulling.
Mueslibollen bezitten een uitdijende, cementachtige kwaliteit die je niet tegenkomt in een broodje kaas of zo’n vage wrap die je op stations kunt kopen. Het zal wel komen door de combinatie van meel, noten en rozijnen, en ongetwijfeld zit er ook weer eens veel te veel suiker in, maar in alles zit veel te veel suiker, dat ga ik niet doodchecken. (De Nutriscore is B, dat heb ik wel gezien, terwijl je vanwege het woord muesli eerder AAA zou verwachten.)
Ze houden me in leven. Ik ben veel op pad, want ik heb het plan opgevat om een opleiding in een andere stad te volgen, een kleine theatertournee te maken en in het algemeen veel rond te fietsen, door de regen, hongerig, en dan zijn vier mueslibollen je allerbeste vrienden.
Wie bijna hetzelfde deed – en hij leidde een aanzienlijk drukker bestaan dan ik – was Peter R. de Vries. Dit weet ik uit een interview. Hij was uit te tekenen met een zak krentenbollen. (Uit een ander interview weet ik dat theatermaker Adelheid Roosen altijd met rauwe groente van hot naar her aan het fietsen is. Ik onthoud die dingen.)
‘Als je niet echt ergens kunt lunchen’, zei Peter R., ‘dan zijn er altijd een paar krentenbollen die je weg kunt kauwen en dan heb je toch wat in je maag.’ Wegkauwen, dat is het goede woord. Het is niet echt eten, niet per se superlekker, gewoon prima. Het is wegkauwen. Wegkauwen, vullen en door.
Peter R. de Vries had het, vermoed ik, drukker dan bijna iedereen, dus als hij zijn schema volhield op krentenbollen, werkt het. En dan denk ik dat mueslibollen nog net iets voedzamer zijn dan krentenbollen. Maar tussen Peter R. en mij zit een mini-generatiekloof – 19 jaar, en dat is precies de tijd tussen de werelddominantie van de krentenbol en de gestage opkomst van de mueslibol.
Ik eet twee, drie mueslibollen per dag. En daardoor denk ik twee, drie keer per dag aan Peter R. de Vries. En dat is ook best goed.
Source: Volkskrant