Zelfeuthanasie. Zo noemde Willem, 20 jaar oud, het beëindigen van zijn leven. Een weloverwogen en weldoordacht einde van een leven getekend door goede bedoelingen, misverstanden, afwijzing en teleurstelling.
Willem groeide op in een warm nest. Met liefdevolle ouders en twee betrokken zussen die hem hielpen navigeren in de sociale buitenwereld. Een wereld waarin hij zo graag het juiste wilde doen en zeggen, maar zo vaak het deksel op zijn neus kreeg. Het was dan ook niets meer dan bewonderenswaardig hoe hij steeds weer een glimlach op zijn gezicht toverde en doorging. Op zoek naar aansluiting en vriendschap.
Over de auteur
Danka Stuijver is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dat hij een beetje anders was, voelde Willem wel aan. Op zijn 9de werd asperger vastgesteld, een vorm van autisme. Met een IQ van 140 was hij hoogbegaafd. Hij had gevoel voor humor, kon intens genieten van een stevige discussie en goedgeplaatste woordgrappen waren zijn specialiteit. Zijn studie in Utrecht ging goed. Het studentenleven daarbuiten verliep moeizaam.
Hij meldde zich aan bij het studentencorps, maar viel bij het vormen van een jaarclub buiten de boot. Hij vond een kamer, maar zijn huisgenoten verzochten hem al snel te verhuizen. Hij werd actief bij een studievereniging waar hij na verschillende incidenten niet meer welkom was. Zijn zus hielp hem begrijpen waarom hij geroyeerd werd. Dat was moeilijk. En verdrietig.
Na twintig jaar maakte Willem de balans op en besloot hij dat deze wereld, deze samenleving niet voor hem was. Dat hij het leven niet de moeite waard vond om te leiden. Om voor te lijden. Hij deelde dit met zijn ouders en mijn collega-huisarts. Hij vroeg haar om euthanasie. ‘U kunt mij helpen toch? U kunt een euthanasie uitvoeren?’ Een verzoek dat haar raakte, maar waarvan ze wist dat aan strikte voorwaarden moet worden voldaan. Willem zou uitbehandeld moeten zijn binnen de ggz en daar was op dat moment geen sprake van.
Willem zelf geloofde niet dat een behandeling hem zou helpen. Op aandringen van zijn ouders bezocht hij toch een psycholoog, gespecialiseerd in mensen met een autismespectrumstoornis. Zij hoopte hem de handvatten te bieden om zich staande te houden in de sociale wereld, maar ook zij kon hem niet op andere gedachten krijgen.
Eenmaal werd Willem tegen zijn zin opgenomen door de crisisdienst. Het werd een traumatische ervaring die zijn wens om zijn leven te beëindigen alleen maar versterkte.
Hoe moeilijk ook om als buitenstaander te snappen: zijn ouders, die altijd zijn blijven hopen en zoeken naar behandelmogelijkheden, vonden de kracht om zich náást hun zoon op te stellen. Ze wilden boven alles in verbinding met hem blijven. Hij deelde het boek Uitweg van Boudewijn Chabot met hen. Hij bezocht, met zijn zus, een stichting die mensen voorziet van informatie over methoden om zelf, op een humane manier, uit het leven te stappen.
Willem kocht een grote heliumfles en nam deze mee naar zijn studentenkamer. In de maand daaropvolgend bereidde hij zich goed voor. Hij prikte zijn datum van overlijden en ook op deze dag, op het moment dat Willem zijn leven beëindigde, weken zijn ouders niet van zijn zijde.
Hoe kun je bij je kind zijn op het moment dat hij zijn leven beëindigt? Zijn moeder: ‘Als je kind lijdt aan een lichamelijke ziekte, hij of zij wordt niet meer beter en krijgt euthanasie, dan houd je toch ook zijn hand vast? Ons kind heeft zoveel geleden, op zoveel verschillende momenten. Het was genoeg, het was te veel. Dit was zijn nadrukkelijke wens. Het leek me vreselijk om ons kind te zien sterven, maar het idee dat hij alleen zou sterven, vond ik onverdraaglijk.’
Het is de vraag of je iemand met een expliciete, weloverwogen en aanhoudende wens om het leven te beëindigen op andere gedachten kunt brengen. En vooral of je dit koste wat kost moet blijven proberen, met het risico op afkeer en vervreemding? Mag er ook een moment zijn waarop je deze wens accepteert en respecteert? Hoe moeilijk dat ook is?
De ouders van Willem hebben hem in liefde gekregen en in liefde laten gaan. Op de rouwkaart staan vier zinnen uit het nummer In m’n bloed van Snelle: ‘Ik doe net alsof. Ik bedoel het zo goed. Maar waar de tijd niets aan verandert. Is wat er zit in m’n bloed.’
Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl
Source: Volkskrant