De Engelse regisseur Steve McQueen (54) verfilmde de Atlas van een bezette stad van zijn vrouw Bianca Stigter (59), en maakte er tegelijkertijd een hedendaags stadsportret van. Maar wel een dat ons ergens aan herinnert, zeggen de makers.
‘Dit is wel het laatste boek waarvan je verwachtte dat het verfilmd kon worden. Dat zei Bianca zelf, over haar eigen boek.’
Steve McQueen blikt opzij naar zijn partner Bianca Stigter, auteur van de in 2019 verschenen Atlas van een bezette stad – Amsterdam 1940-1945. ‘En daar hou ik van.’
Zij glimlacht. ‘Als ik vertelde dat het zou worden verfilmd, keken mensen me vertwijfeld aan. Maar hoe dan?’
Over de auteur
Bor Beekman is sinds 2008 filmredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft recensies, interviews en langere verhalen over de filmwereld
Hoe dan, ja. Hoe maak je een bioscoopfilm van een boekwerk – formaat stoeptegel – met drieduizend Amsterdamse adressen, een geografische hoofdstukindeling (centrum, noord, west...) en alfabetische stratenlemma’s, waarin Stigter persoonlijke oorlogsgeschiedenissen beknopt vertelt in indringende miniaturen?
Een naslagwerk dat je vooral bladerend en dwalend dient te verkennen, en dat je zeker niet in één ruk uitleest. En waarin iedere lezer een eigen route zal vinden, die voor Amsterdammers ongetwijfeld begint bij de eigen straat of buurt. Waar zaten de onderduikers, de verzetsleden of de NSB’ers? Welk leed heeft zich hier voltrokken?
Bijna vierenhalf uur duurt de De bezette stad (internationale titel: Occupied City), de documentaire van McQueen die zondag in Nederlandse première gaat op documentairefestival Idfa. En de eigenzinnige Londense filmmaker, die zich ooit verzette toen een docent aan de kunstacademie hem voorhield dat je een camera ‘natuurlijk niet de lucht in kon gooien’ (waarom zou dat níét kunnen?), vond een geheel eigen vertelvorm voor zijn film.
We zien alleen wat er in het nu gaande is in Amsterdam – er komt geen archiefbeeld aan te pas. We luisteren naar een stem (in de Nederlandse versie die van Carice van Houten) die de summiere oorlogsgeschiedenissen per locatie opdist, zonder de emotie in te kleuren.
Vooral de kleine, zelden of nooit in geschiedenisboeken genoemde verhalen maken indruk. Verbijsterende getuigenissen van de toen alledaagse wreedheid. En nu eens niet met de camera in de rij voor het Anne Frank Huis, maar naar de ijssalon die Anne zo graag bezocht; tegenwoordig worden er gebitsprothesen vervaardigd. Of toekijken hoe de brandweer bij nacht een moderne vuilcontainer blust, precies op de plek waar in de oorlogsjaren een Joodse vondeling werd aangetroffen – waarna de Duitsers besloten dat álle vondelingen voortaan Joods waren.
Twee stromen in de tijd volgen we, een visuele en een auditieve, die na verloop van tijd in het hoofd van de kijker een eigen, nooit constante vorm aannemen. Het ene moment ben je wat meer op het beeld gericht, het andere meer op de verhalen. Zo is De bezette stad behalve een verfilming van Stigters atlas ook een hedendaags stadsportret. Met een onverwachte en voor de documentaire bepalende omstandigheid: McQueen en zijn crew filmden tijdens de pandemie, toen het land op slot ging.
McQueen: ‘Toen we met deze film begonnen, was er geen covid. En toen het er ineens wel was, hebben we het omarmd. Het enige wat je kunt doen als het regent, is de kleur van je regenjas kiezen. En dan ga je gewoon naar buiten met je camera en begin je met draaien.
‘Er komt veel meer aan bod in de film: de opkomst van rechts in Europa, George Floyd, Oekraïne, klimaatmarsen, de burgemeester die excuses maakt voor de slavernij.’
Stigter: ‘En het namenmonument voor de Joodse oorlogsslachtoffers. Eindelijk.’
187 draaidagen trok de filmmaker uit, om meer dan tweeduizend adressen te bezoeken.
McQueen: ‘Nee, dat wist ik ook niet.’
‘O nee, I love it! Die vrijheid, daar gaat het om. Dat je de camera inzet om iets tevoorschijn te halen, iets wat je niet had verwacht.
‘Ik ben geïnteresseerd in film, in cinema. Ik neem geen stencil of sjabloon mee, om dat over het onderwerp te leggen. Ik wil dat het onderwerp zichzelf presenteert. Dat is wat een kunstenaar doet – of wat ik doe, of in ieder geval probéér. Bij cinema ben je altijd bezig een nieuwe taal te vinden. Dat is belangrijk, want zonder die nieuwe taal maak je steeds weer dezelfde film.’
McQueen: ‘Ja, maar die versie wordt anders. Dat zal plastischer zijn, een andere kijkervaring. De film is de film, het boek is het boek en het kunstwerk is straks het kunstwerk.’
De regisseur en de schrijver zitten naast elkaar in de dirigentenkamer van het Concertgebouw, pal onder het hoofd van dirigent-in-oorlogstijd Willem Mengelberg; ook die kreeg zijn vermelding in de atlas en documentaire.
McQueen (54), een van Engelands meest gevierde beeldend kunstenaars, voegde zich in 2008 op het festival van Cannes bij de filmtop met zijn onverbiddelijke speelfilmdebuut Hunger, over Ierse republikeinen die in hongerstaking gaan. Hij werd in 2014 negen keer genomineerd voor een Oscar voor zijn slavernij-epos 12 Years a Slave.
Stigter (59) is historicus en schrijver (onder meer van De ontsproten Picasso – Reizen door kunst en tijd). En óók regisseur, sinds 3 Minutes: A Lengthening, de documentaire waarin ze de door de Holocaust uitgewiste Joodse gemeenschap van het Poolse dorpje Nasielsk poogde te reconstrueren aan de hand van een kort amateurfilmpje uit 1938. Haar debuut ging in 2022 wereldpremière op het festival van Venetië en werd opgenomen in diverse prestigieuze internationale jaarlijsten.
Ze zijn al bijna dertig jaar samen, hebben twee kinderen en wonen in Amsterdam.
McQueen, over De bezette stad: ‘Het begon los van elkaar. Bianca was bezig met haar boek. En ik dacht over een manier om het heden en het verleden samen te voegen. Om archiefbeelden uit het verleden te vermengen met beelden van nu, op exact dezelfde plek gefilmd. Dat je het over elkaar projecteert. En toen dacht ik aan Bianca, hoe zij dat verleden beschreef. En dat ik dan het nu zou filmen.
Stigter: ‘Dat kan mooi werken, dacht ik meteen. Want onze hersenen zijn geprogrammeerd om betekenis te zoeken. We hebben een aangeboren neiging om dat wat we zien en horen bijeen te brengen, ook als dat soms moeilijk gaat.’
McQueen: ‘Het zet iets in werking in je hoofd. En je kunt onmogelijk alles tegelijk in je hoofd houden – net als bij een klassiek concert hier in het Concertgebouw. Daarbij kun je soms ook even afdwalen, dan overspoelt het je. Maar je ervaart wel de emotie.
‘Jij schrijft de liedtekst, zei ik tegen Bianca. Ik zet de muziek eronder – net als Bernie en Elton.’
McQueen: ‘Wij ook niet.’
Stigter: ‘Maar we hebben het wel altijd over ons werk.’
McQueen: ‘We hebben het over het werk, en daarna hebben we het over de boodschappen voor die week. Dat ik écht samen zou werken met mijn vrouw had ik nooit gedacht, in geen miljoen jaar. Bianca was wel executive producer bij 12 Years a Slave en Widows. Maar dat was omdat zij het boek van Solomon Northup had gevonden (zijn autobiografie uit 1853, red.), en omdat we zo nu en dan over het script spraken. Maar dit is heel anders. Dit had ik nooit gedacht, echt nooit.’
McQueen: ‘Nee. Toen ik haar ontmoette, was het eerste wat ik tegen haar zei: jij bent een kunstenaar.’
Stigter lacht.
McQueen: ‘Je moet er een neus voor hebben! En soms duurt het even voordat mensen iets maken. Maar toen ze het eenmaal deed, werd dat werk ook meteen erkend.’
McQueen: ‘Natuurlijk, anders kun je toch niet leven? Zo zijn er meer zaken die ik moet vergeten om mijn dag door te komen.’
Stigter: ‘Er zijn wel wat vaste mensen die ik groet als ik voorbijkom. Bij het Weteringsplantsoen bijvoorbeeld, daar vond een executie plaats waarbij een op de Stadhouderskade ondergedoken man die uit het raam keek door een kogel werd geraakt. Hij stierf een paar weken later. Ik moet altijd even aan hem denken, als ik daar fiets. Jan Koopmans, predikant en verzetsman. En zo zijn er meer mensen aan wie ik denk, op bepaalde plekken in de stad.’
McQueen: ‘Anders dan Bianca ben ik niet opgegroeid in Amsterdam. Voor mij was het ook wel een beetje een schok om te horen wat er zich allemaal had afgespeeld op allerlei plekken waar ik geregeld kom. Op de scholen van onze kinderen bijvoorbeeld.’
Stigter: ‘In de oude kinderopvang van onze zoon zat het Politiebataljon Amsterdam, dat meewerkte aan het uit huis halen van Joden. Onze dochter ging naar het Gerrit van der Veen College, dat was het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst. En in de school waar onze zoon nu naartoe gaat zat een gevangenis.’
McQueen: ‘Wat Bianca deed met haar atlas van Amsterdam, zou je eigenlijk overal ter wereld kunnen doen. Waar je ook uit je bed rolt, op welke meest afgelegen plek ook: je kunt gaan onderzoeken wat er ónder je bed ligt, of voor je deur. En uiteraard stelt iedereen zichzelf die vraag: wat had ík gedaan in die tijd? Had ik kunnen overleven? Was ik een collaborateur geweest? Waren mijn ouders weggehaald uit de stad en gedeporteerd naar een concentratiekamp?
‘Ik zou hier ook niet zitten zonder de oorlog. Mijn ouders werden in West-Indië opgeroepen om naar Londen te komen, om te helpen bij de wederopbouw na de blitzkrieg. En nu maak ik een film die Blitz heet.’
Eerder dit jaar rondde McQueen de opnamen af van zijn historische speelfilm over het door de nazi’s gebombardeerde Londen, waarin de Iers-Amerikaanse actrice Saoirse Ronan een hoofdrol speelt. Het oorlogsdecor werd gebouwd door Adam Stockhausen, de vaste production designer van Steven Spielberg, Wes Anderson en McQueen.
McQueen: ‘Fantastisch! Editor Xander (Nijsten, red.), director of photography Lennert (Hillege, red.). En ook Danny (van Deventer, red.), de man die voor de 35mm-camera zorgde, echt een genie. Ik kan er zelfs een beetje emotioneel van worden, omdat het zo fijn werken was met die Nederlandse crew. My God! Ik had eindeloos met hen kunnen draaien, echt de beste crew waarmee ik ooit heb gewerkt. En ik heb overal gewerkt, in de Verenigde Staten, in Londen... Een diverse crew ook: veel vrouwen, veel mensen met uiteenlopende achtergronden.’
McQueen: ‘Het is een film die ergens aan herinnert. Niet dat ik wil beweren dat hetzelfde opnieuw staat te gebeuren, maar we vergeten vrij makkelijk.’
Stigter: ‘Natuurlijk zijn er ook mensen die het niet kunnen vergeten, bijvoorbeeld door wat ze zelf hebben meegemaakt, of hun familie. Zeker voor die mensen hangt de Holocaust nog altijd boven de stad. Er zit wel een waarschuwend element in. Doe er je voordeel mee, zou ik zeggen.’
McQueen: ‘Maar niemand zwaait met een vingertje naar je. Op een gegeven moment zie je wat jongeren gewoon een joint roken: die zijn helemaal niet bezig met de Tweede Wereldoorlog.’
McQueen knikt. ‘Het is die jongeren toegestaan daar geen fuck om te geven.’
Stigter: ‘Daar oordeelt de film niet over. Het zou je blij moeten maken dat het mogelijk is jong te zijn zonder aan de oorlog te denken. Ook dat is vrijheid.’
McQueen: ‘Je kunt gaan demonstreren, óf wiet roken. Of dagdromen, dat mag ook.’
Aan het slot van De bezette stad zijn we getuige van een repetitie van een bar mitswa in de synagoge: het feestelijke inwijdingsritueel van een jongetje uit een Amsterdams gezin van diverse origine: Joods, zwart, Nederlands, Europees.
McQueen: ‘Het zijn zeer dierbare vrienden van ons. Die jongen ging met onze zoon naar school. Ik vind het einde bijzonder hoopvol. Er bestaat geen mooier beeld dan zo’n divers gezin in een eeuwenoude gemeente. De nazi’s hebben níét gewonnen, dat zegt het. Dit is een nieuwe generatie Joden in deze stad.’
McQueen: ‘Het ís ook heel kwetsbaar. Maar het is nooit niet-kwetsbaar geweest. Het gaat nu niet geweldig in de wereld, maar het gaat al langere tijd niet geweldig. Wat het einde van de film benadrukt, is dat het niet om wij en zij gaat. Er is geen ander, er is alleen wij. En het is altijd wij geweest. Wij.’
De bezette stad (Occupied City) gaat op 12/11 in première op Idfa. De film draait vanaf 30/11 in de bioscoop.
De documentaire De bezette stad is opgedragen aan de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Stigter (alias K. Schippers), de in 2021 overleden vader van Bianca Stigter. Het idee voor haar atlas ontstond toen haar vader vroeg waar de Duitsers eigenlijk heen gingen, nadat ze Amsterdam in 1940 via de Berlagebrug waren binnengetrokken. Het antwoord: allereerst naar het Duitse consulaat aan het Museumplein.
Stigter: ‘In het Niod vond ik een klein boekje dat speciaal gemaakt was voor de Duitse soldaten, waarin informatie over de Nederlanders stond. ‘Alleen voor dienstgebruik’, staat erop.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden