Home

De les van 9 november 1923: een democratie kan extreme tegenslag doorstaan als leidende politici niet capituleren

In november 1923 bereikte de hyperinflatie in Duitsland een hoogtepunt: 1 dollar was 4,2 biljoen rijksmark waard. Op 9 november pleegde Hitler een mislukte coup. Ondanks verarming en morele ontworteling hield de democratie stand. Historici zien het als een les voor een weerbare democratie.

In augustus 1923 dronk Eva Klemperer een kopje koffie in een wachtruimte in Oost-Pruisen. ‘Het bord met de prijzen vermeldde 6.000 mark’, schreef haar man, de taalkundige Victor Klemperer in zijn dagboek. ‘Terwijl ze de koffie opdronk, verdween dat. Bij het betalen vroeg de kelner 12.000. Ze zei dat er daarvoor 6.000 stond. ‘Ach, was u hier al toen de oude prijs gold? Dan betaalt u slechts 6.000.’

Honderd jaar geleden werd Duitsland getroffen door hyperinflatie. De waarde van geld verdampte zienderogen waardoor het zo snel mogelijk moest worden uitgegeven. De schrijver Sebastian Haffner herinnerde zich hoe het hele gezin werd gemobiliseerd als zijn vader zijn salaris had ontvangen. Een enorme voorraad aan kaas, ham en aardappelen werd in een taxi gestouwd. Soms werd nog een extra handkar ingeschakeld. De rest van de maand had het gezin geen geld meer, en leefde het als ‘de armste van de armsten’.

Nederland zuchtte in 2022 onder een inflatie van 10,2 procent. Dat was niets vergeleken met de hyperinflatie die Duitsland in 1923 teisterde. Op het hoogtepunt bedroeg de geldontwaarding 41 procent per dag. In juli 1914 kon een dollar worden ingewisseld voor 4,2 Duitse rijksmark. In januari 1923 was de koers opgelopen tot 17.792 mark, om in november het absolute hoogtepunt te bereiken. Op dat moment was een dollar 4.200.000.000.000 oftewel 4,2 biljoen rijksmark waard.

De hyperinflatie heeft een blijvende indruk achtergelaten, ‘een trauma dat zich in de collectieve herinnering heeft gebrand’, aldus de historicus Gerald D. Feldman. Nog altijd wordt het Duitse verlangen naar financiële stabiliteit en lage inflatie verklaard door de herinnering aan die krankzinnige maanden in 1923, toen stukjes zeep werden verpakt in waardeloze bankbiljetten van miljoenen rijksmarken.

De hyperinflatie ontwrichtte de Duitse samenleving. Op 9 november 1923, precies honderd jaar geleden, pleegde Adolf Hitler een staatsgreep. In de Bürgerbräukeller in München schoot hij met een pistool in het plafond en verklaarde hij dat de nationale revolutie was uitgebroken. Hitlers coup mislukte omdat hij niet genoeg medestanders vond. Nog niet.

Toch liep er volgens de schrijver Thomas Mann ‘een rechte lijn van de waanzin van de Duitse inflatie naar de waanzin van het Derde Rijk’. Deze opvatting werd door veel tijdgenoten gedeeld, maar historici nuanceren dit beeld. Ongetwijfeld heeft Hitler geprofiteerd van de hyperinflatie, aldus Patrick Dassen in zijn boek De Weimarrepubliek. De geldontwaarding ondermijnde het toch al broze vertrouwen in de prille Duitse democratie, ontstaan na de val van de keizer in 1918. Het antisemitisme werd versterkt door complottheorieën die de Joden de schuld gaven van de nationale verarming.

Maar toch, zo schrijft Dassen, de Duitse democratie overleefde het rampjaar 1923, omdat de Duitse politici haar tot het uiterste verdedigde. Zij ging pas ten onder toen zij in de jaren dertig werd getroffen door een nieuwe crisis, en een conservatieve elite de macht overdroeg aan Adolf Hitler. Het is een les voor het heden, stellen historici als Dassen en de Brit Mark Jones: een democratie kan extreme tegenslag doorstaan als leidende politici niet capituleren voor de haatpolitiek van demagogen. In zijn boek aarzelt Dassen niet om een vergelijking met het hedendaagse Amerika te maken: ook de Amerikaanse democratie kan ten onder gaan als de politieke elite zich niet verzet tegen Donald Trump.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog trad keizer Wilhelm II af. Het autocratische keizerrijk maakte plaats voor een democratie, de Weimarrepubliek, genoemd naar het stadje waar in 1919 een nieuwe grondwet werd opgesteld. De nieuwe democratie genoot grote steun, maar had ook bittere vijanden: de communisten, de nationaalsocialisten en aanverwante radicaal-rechtse groeperingen die Joden en socialisten de schuld gaven van de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog, de conservatieve elite van officieren, aristocraten en industriëlen die de democratie haatten en een autoritaire staatsvorm nastreefden.

De omstreden republiek was kwetsbaar voor crises als de hyperinflatie van 1923. De inflatie begon al tijdens de oorlog te stijgen, maar rees de pan uit toen Frankrijk in januari 1923 het Roergebied bezette. Voorwendsel was een (geringe) achterstand van Duitsland met de herstelbetalingen voor de oorlog, maar Frankrijk wilde zijn rivaal klein en zwak houden door zijn belangrijkste industriegebied te bezetten.

De Duitse regering reageerde met een oproep het werk neer te leggen. Maar de stakers in het Roergebied moesten betaald worden, en dat gebeurde door geld bij te drukken. Dat leidde tot een hyperinflatie met rampzalige gevolgen. Spaarders en renteniers zagen hun tegoeden verdampen, werknemers verarmden omdat hun lonen de inflatie niet konden bijbenen.

De geldontwaarding zette niet alleen de economische, maar ook de morele orde op losse schroeven. De waarden van de Duitse middenklasse – spaarzaamheid, ijver, vooruitkomen door onderwijs, een stabiel huwelijk met een goede partij – verloren aan betekenis nu de vaste grond onder de voeten was weggeslagen.

De schrijver Stefan Zweig zag een enorme bandeloosheid ontstaan, vooral in Berlijn, met zijn bars, kroegen, travestieten, homoseksualiteit die voor die tijd opmerkelijk openlijk werd beleden. ‘Jonge meisjes gingen er prat op pervers te zijn. Als je op je 16de nog maagd was, werd dat belachelijk gevonden’, aldus Zweig.

Een andere schrijver, Klaus Mann, noteerde: ‘Miljoenen ondervoede, gecorrumpeerde, vertwijfeld geile, razend naar genot zoekende mannen en vrouwen tuimelen in een jazzdelirium.’ De wereld had nog nooit zoiets gezien als het Berlijnse nachtleven, schreef hij. ‘Vroeger hadden we een prima leger, nu hebben we prima perversiteiten. Een en al ontucht! Enorme keus!’

De Russische auteur Ilja Ehrenburg memoreerde hoe hij met een vriend een Duitse kennis bezocht. Nadat ze een glas champagne hadden gekregen, ‘verschenen de twee dochters des huizes in evakostuum en begonnen te dansen. De moeder keek haar buitenlandse gasten verwachtingsvol aan: hopelijk zouden ze de dochters aantrekkelijk genoeg vinden om de portemonnee te trekken – met dollars natuurlijk’, aldus Ehrenburg. ‘En dat noem je nou leven’, verzuchtte de moeder. ‘Het einde van de wereld is nabij.’

Sjacheraars en speculanten profiteerden van de crisis door bedrijven en andere bezittingen op te kopen voor een appel en een ei. Ook wie geld ontving uit het buitenland, had geluk. De schrijver Thomas Mann moest het werk aan zijn magnum opus De Toverberg geregeld onderbreken om voor 25 dollar per stuk ‘German Letters’ te schrijven voor het Amerikaanse tijdschrift The Dial. ‘Zodra ik een beetje op adem ben gekomen, moet ik weer een Amerikaans artikel schrijven omdat de kinderen huilen van de honger’, schreef hij in september 1923.

In een maatschappelijk klimaat van verarming en ontworteling werden staatsgrepen gepleegd door links en rechts. Vrijwel tegelijkertijd met de mislukte putsch van Hitler deden communisten een vergeefse greep naar de macht in Saksen en Thüringen. Maar democratie hield stand, schrijft de Britse historicus Mark Jones in zijn boek 1923, Crisis in het jaar van Hitlers staatsgreep. Op 15 november voerde de Duitse regering een nieuwe munt in, de Rentenmark, waarna de inflatie daalde en de economie gesaneerd werd. Hitler werd tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld (waarvan hij overigens maar een half jaar zou uitzitten) en zijn NSDAP werd in heel Duitsland verboden. ‘Aan het eind van het crisisjaar stonden de Duitse democraten nog fier overeind. De springlading die men had aangestoken om de republiek op te blazen was uitgegaan als een nachtkaars’, aldus Jones. Daarna zou de Weimarrepubliek zijn ‘gouden jaren’ beleven, van 1924 tot 1929. Het had ook anders kunnen aflopen, schrijft Jones. De ondergang van de Weimarrepubliek was niet onvermijdelijk.

Maar in 1929 werd Duitsland getroffen door een tweede economische crisis. De hyperinflatie had het vertrouwen in de democratie ondermijnd, de grote internationale crisis van 1929 deed de rest. Begin jaren dertig was de werkloosheid in Duitsland opgelopen tot 26 procent. Bij de Rijksdagverkiezingen van november 1932 haalde Hitlers NSDAP 32 procent, 4 procent minder overigens dan bij de verkiezingen daarvoor.

De NSDAP was de grootste partij, maar had geen absolute meerderheid. President Paul von Hindenburg was niet verplicht om Hitler tot rijkskanselier te benoemen. De aristocratische veldmaarschalk Hindenburg aarzelde ook, niet in de laatste plaats omdat hij Adolf Hitler, korporaal in de Eerste Wereldoorlog, als een vulgaire kleinburger beschouwde. Hij liet zich echter overtuigen door zijn conservatieve entourage die geloofde dat zij Hitler kon gebruiken om af te rekenen met de gehate democratie van Weimar. Zij zagen Hitler als het instrument waarmee zij een autoritaire staatsvorm konden herstellen. Het zou een fatale illusie blijken.

Het verschil tussen 1923 en 1933 is een belangrijk thema in recente boeken van de historici Patrick Dassen, Mark Jones en de Duitser Volker Ullrich. In 1923 was de democratie weerbaar, in 1933 capituleerden politieke leiders voor de haatpolitiek van een demagoog, omdat zij geloofden dat zij hem voor hun eigen gewin konden gebruiken.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next