De doorrekening van de verkiezingsprogramma's biedt een schat aan informatie aan de zwevende kiezer. Volt geeft andere jonge partijen het goede voorbeeld.
Het is een van de betere tradities in de Nederlandse politiek: de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s door het Centraal Planbureau. Het feit dat dit jaar belangrijke partijen als BBB, NSC, SP en PVV voor de eer bedankten, is een teken aan de wand.
Politiek is kiezen in tijden van schaarste. Niet alles kan, zeker niet tegelijk. En ook niet zonder het geld dan ergens anders te halen. De doorrekening is dan ook veel meer dan een droge financiële exercitie, zoals vooral BBB-voorvrouw Van der Plas het probeert te framen. Wie z’n programma voorlegt aan de rekenmeesters, ontkomt niet aan keuzes. De partijen die niet meedoen, hebben daar weinig overtuigende argumenten voor weten aan te voeren, behalve misschien dat het veel werk is om fraaie verkiezingsbeloften om te zetten in concrete plannen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Een relatief nieuwe, kleine en tamelijk revolutionaire partij als Volt geeft het goede voorbeeld. En bewijst bovendien dat het kan: de partij gooit werkelijk alles op de schop, schaft vrijwel alle fiscale regelingen en toeslagen af, introduceert in plaats daarvan één inkomensafhankelijke huishoudtoelage, verhoogt de lasten op klimaatbelasting en milieuvervuiling met tientallen miljarden euro’s, maar weet onder de streep de economische groei te verhogen, de werkloosheid te verlagen en het begrotingstekort te beperken.
Ook wie groot durft te denken, past dus heus wel binnen de rekenmodellen van de planbureaus. Dat het Volt-pakket veel gunstiger is voor de koopkracht van de uitkeringsgerechtigden dan van de beter bemiddelde huishoudens, is niets meer of minder dan relevante informatie voor de kiezers. Niet alles kan namelijk.
Het goede nieuws is dat de deelnemende partijen hun best hebben gedaan om de overheidsfinanciën in het gareel te houden. Ze hebben zich de kritiek op het gebrek aan begrotingsdiscipline van het in juli gevallen kabinet aangetrokken. Het vroegere streven naar begrotingsevenwicht is weliswaar ver weggezakt (een jaarlijks tekort van 3 procent lijkt de nieuwe norm) maar bij niemand loopt de staatsschuld in de komende kabinetsperiode uit de rails. Al moet daarbij gezegd dat de hoge inflatie, die de schuld vanzelf relatief kleiner maakt, een handje helpt.
In de komende tv-debatten zal het nog vaak gaan over de verschillen in koopkracht, werkgelegenheid en economische groei, maar wezenlijk zijn die over het algemeen niet. Bovendien zijn die effecten wel erg afhankelijk van de economische ontwikkeling, waar een kabinet weinig vat op heeft.
Heel nuttig voor kritische kiezers zijn wél de passages over het stikstofbeleid. Het Planbureau merkt nog maar eens op dat het vastgelopen demissionaire kabinet onvoldoende beleid voerde om de eigen doelstellingen te halen. Iedereen weet inmiddels dat dat grote gevolgen heeft voor de bouwvergunningen en dus voor de hele economische ontwikkeling. Bij twee van de vier regeringspartijen, VVD en CDA, heeft het bureau ‘geen aanvullende maatregelen’ kunnen ontdekken.
Dat wordt dan nog wat, straks aan de formatietafel, waar toch iets verzonnen zal moeten worden. En ook daarom is het zo jammer dat de kiezer nu moet gissen wat er gebeurt als andere relevante partijen als NSC en BBB daar mogen aanschuiven.
Source: Volkskrant