Home

Binnenkort, in de hemel, krijgt de oude dame zo veel paleisbanket als ze maar wil

Met mijn schoonmoeder had ik altijd een wat ongemakkelijke verstandhouding, die aanmerkelijk opknapte toen zij dement werd. Haar scherpe oordeel maakte plaats voor vrolijke verwondering en haar vorsende blauwe ogen werden zacht.

Ook werd ze snoeplustig als een kleuter. Haar hele leven had ze gerookt als een schoorsteen, maar ze vergat dat er sigaretten bestonden, ten gunste van koekjes en zoetigheid. Als jongste uit een gezin van elf kinderen was ze zonder luxe grootgebracht, en dat kon ze nu eens inhalen.

‘Die roze zijn het lekkerste’, verklaarde ze keer op keer. ‘Die roze’, dat is het zogeheten paleisbanket: een ouderwets koekje van amandelspijs met frambozenjam en een streep knalroze fondant, dit alles op een ouweltje tegen het kleven.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Dat ouweltje deed haar ongetwijfeld denken aan de hosties uit haar katholieke jeugd. Toen ze nog helder was, vertelde ze hoe ze als kind in de kerk ter communie ging. Dat moest, uit eerbied voor het lichaam van Christus, op een nuchtere maag gebeuren.

Op een kwade dag biechtte ze haar moeder in tranen op dat ze de hostie niet kon ontvangen, omdat ze in haar neus had gepeuterd en de vondst onnadenkend had opgegeten. Haar moeder antwoordde daarop troostend: ‘Geeft niks, kind. Onze-Lieve-Heer is geen krententeller.’

Daar moest ik elke keer aan denken als ik een zakje paleisbanket voor haar kocht, bij de lekkerste bakker van de stad. Toen die koekjes eens uitverkocht waren moest ze het met bokkepootjes stellen. Ook lekker. Maar, zo hield ze vol: ‘Die roze zijn het lekkerste.’ Zo geraakte de oude dame, tevreden snoepend, tot diep in de tachtig.

Maar een paar weken geleden is ze gevallen. Ze brak haar heup. Nee, opereren kon niet meer. Ze kreeg pijnstillers. Toen dat niet hielp kreeg ze zwaardere pijnstillers. En toen dat ook niet hielp kreeg ze van die beruchte pijnstillers die ze je alleen geven als het allemaal niets meer uitmaakt. En daar ligt ze nu, tussen waken en slapen in. ‘Ze eet niks meer’, zei huisgenoot P. van de week somber. ‘Zelfs geen koekjes...’

Vanochtend stond ik bij de bakker, want het leven gaat door. Een halfje bruin. Een halfje wit. ‘En paleisbanket?’, vroeg het meisje van de bakker. Ze greep al gewoontegetrouw naar de roze lekkernij. ‘Nee, vandaag niet’, zei ik schor.

Bedroefd fietste ik naar huis. Vandaag niet. Maar binnenkort, in de hemel, krijgt de oude dame zo veel paleisbanket als ze maar wil. Ze gelooft al zeker een halve eeuw niet meer in God. Maar dat geeft niks, want Onze-Lieve-Heer is geen krententeller.

Source: Volkskrant

Previous

Next