Op 5 juni vorig jaar stortte een vliegtuigje neer in het Calandkanaal. De Rotterdamse havendienst stuitte op wrakstukken in het water. Ruim twee weken later werden de stoffelijke overschotten van de inzittenden, een vader en zijn zoon, gevonden.
De radargegevens bevestigen dat het vliegtuigje tijdens het laatste deel van de vlucht op veel verschillende hoogten is geweest voordat het neerstortte. Mogelijk verslechterde het zicht door meer wolken en lichte regen, schrijft de Onderzoeksraad. Toch achten de onderzoekers het onwaarschijnlijk dat de piloot het aardoppervlak niet kon zien tijdens het laatste deel van de vlucht.
Niet alle wrakdelen van het vliegtuig zijn teruggevonden. Daardoor kunnen technische mankementen niet volledig worden uitgesloten. Maar op basis van de beschikbare wrakstukken lijkt het er niet op dat het vliegtuig gebreken of afwijkingen had.
Verder blijkt dat zowel de luchtverkeersleiding als de kustwacht juist heeft gehandeld. Er was geen directe aanwijzing voor een noodsituatie. De raad stelt wel dat de informatieverstrekking tussen de twee organisaties op een aantal punten kan worden verbeterd.
De @Onderzoeksraad heeft na onderzoek niet kunnen vaststellen wat de oorzaak is van neerstorten microlight vliegtuig dat op 5 juni 2022 neerstortte bij het #Calandkanaal (nabij #HoekvanHolland). Piloot en passagier kwamen om het leven. Het rapport: https://t.co/1fRpW4hr5a pic.twitter.com/sXw0CpjzMv
Source: Nu.nl algemeen