Als ik aan de Nederlandse ambtenaar denk, denk ik aan Jacobus Lambertus Lentz (1894-1963), roepnaam Sjaak. Lentz was een keurig nette man en noeste werker. Voor WO II stemde hij op de Vrijzinnig Democratische Bond, een soort D66 avant la lettre, en van het nationaal-socialisme wilde hij niets weten. Maar zijn grote liefde was het bevolkingsregister en toen hij in de oorlog de opdracht kreeg een persoonsbewijs te ontwerpen, deed hij dat met zoveel overgave en kunde dat zelfs de Duitse bezetters verrast waren over dit schitterende, waterdichte document. Ze kregen zo een middel in de schoot geworpen waarmee ze alle Nederlandse Joden konden identificeren, en tenslotte konden wegvoeren. Na de oorlog kreeg Lentz drie jaar cel en ik zie nog hoe Loe de Jong rood aanliep als hij sprak over die veel te lage straf.
De beeltenis van Lentz kwam even op mijn netvlies, toen ik las dat Nederlandse ambtenaren in een brandbrief de Nederlandse regering hebben opgeroepen Israël in Gaza een halt toe te roepen. Eerlijk gezegd was ik nogal ontroerd over zoveel empathie met de Palestijnse zaak. Zoveel empathie hebben de Joden tijdens de bezetting van onze ambtenaren nooit ontvangen. Ik herinner eraan dat reeds in 1940 duizenden ambtenaren de ariërverklaring hebben ondertekend en dat slechts enkele tientallen hebben geweigerd. Veel historisch besef bezitten de Nederlandse ambtenaren dus niet, wel is het reuzefijn dat ze nu ineens zoveel moed hebben getoond en zijn opgestaan tegen hun eigen regering.
Historisch besef is evenmin wijdverbreid bij de Nederlandse theologen, van oudsher een groep die van zichzelf vindt dat ze enig verstand hebben van de moraal. Ik las dat zo’n dertig christelijke theologen en predikanten zich voor het parlement hebben verzameld met spandoeken. Daarop waren in kapitalen de leuzen geschreven: ‘Geen genocide in Gaza’ en ‘Je hoeft geen moslim te zijn om de Palestijnen te steunen’.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Op X las ik hierover een droog commentaar van de historicus Roelof Bouwman: ‘Het antisemitisme in Europa was primair een uitvinding van theologen. Maar dat merk je in 2023 nergens meer aan.’ Dat lijkt me een waarheid als een koe en ik mag daarom hopen dat de christelijke theologen bij ‘de mars door Den Haag’, waartoe zij hebben opgeroepen, de benen flink hoog hebben geheven.
En dan hebben we de zaak van Khadija Arib, de voormalige voorzitter van de Tweede Kamer, die door de ambtenaren om haar heen werd afgeserveerd, onder dankbare medewerking van haar opvolger. ‘Onveilig’ lijkt het nieuwe toverwoord te zijn, waarmee je tegenwoordig zo’n beetje iedereen weg kunt krijgen die je niet bevalt. In het geval van mevrouw Arib zijn er allemaal onderzoeken aan te pas gekomen – zelfs ‘een feitenonderzoek’, kun je nagaan – om tenslotte met veel poeha vast te stellen dat de zwaarste overtreding van mevrouw Arib eruit heeft bestaan dat zij haar stem heeft verheven.
Potverdomme!
Eindelijk eens iemand, denk je dan, die niet alles pikt van haar ambtenaren. Had mr. dr. K.J. Frederiks, destijds secretaris-generaal op Binnenlandse Zaken, zijn stem maar verheven tegen ondergeschikte Lentz, dan was ons veel narigheid bespaard gebleven.
Halt, Jacob!
Maar nee, voor de bezetter wilde Frederiks de omstandigheden natuurlijk niet te onveilig maken. In het geval van Arib zitten de betreffende ambtenaren nu al een tijdje kniezend en bibberend thuis, ongetwijfeld met behoud van salaris, want het ambtenarendom mag zich verheugen in een bestaanszekerheid waarbij menig andere Nederlander zijn vingers zou aflikken.
In de gerechtvaardigde strijd tegen een onveilig klimaat op de werkvloer verandert Nederland bijna als vanzelf van een kampioen in een karikatuur. Terug van vakantie, onwennig en nog niet helemaal vertrouwd met de Hollandse beschaving, las ik dat Hein Pieper, medeoprichter en voorzitter van Omzigts partij Nieuw Sociaal Contract (NSC) al na een weekje was opgestapt, omdat er een klacht was binnengekomen over een arbeidsconflict ‘van circa twintig jaar geleden’. Volgens De Telegraaf, gretig overgenomen door de Volkskrant, ‘zou Pieper als directeur van een katholieke stichting door een medewerker zijn aangesproken op het kijken naar porno, waarna een werkcomputer vastliep’. De verklikker werd eruit gegooid.
Zozo!
Moet je maar niet je sperma op het toetsenbord spuiten, want dan weet je dat de Roomse God onmiddellijk straft – hoe vaak heb ik dat al niet gezegd? Er volgde onmiddellijk bij dat NSC met dit oude conflict niets te maken had, maar in plaats van te zeggen ‘oké, daarmee is de zaak afgedaan’, liet Omzigt de een of andere hoogleraar in de integriteit optrommelen, die hier kennelijk met zulke droge ogen naar heeft gekeken dat Pieper na zijn hand ook zijn eer aan zichzelf hield. Pieper wordt opgevolgd door Bert van Boggelen, die al lid was van de christelijke vakbond in een tijd dat ze daar nog geen computers hadden.
Source: Volkskrant