Hij is van origine een Arabier
Dat bier is best, maar ’k blijf toch liever hier
Mustapha, Corry Brokken (1960)
Corry Brokken uit Breda was als winnares van het Eurovisiesongfestival (Net als toen, 1957) al een ster toen ze het conservatieve deel van Nederland in de gordijnen joeg met een gewaagde chanson over een prostituee: Milord. De cover van de wereldhit van haar Franse collega Edith Piaf was vertaald door Willy van Hemert.
Brokken maakte er in 1960 een polderklassieker van. Zestien weken lang was Milord in Nederland de bestverkochte single. De bijvangst voor de kopers was een curieuze B-kant, ook met een, in dit geval kreupele, tekst van Van Hemert. Ondersteund door het orkest van Jos Cleber verplaatst Brokken zich in Mustapha in een Arabier die haar begeert, met moddervette clichés.
Mustapha woont in de Sahara, heeft een harem met zestien vrouwen plus een zwik kamelen en hij draagt een tulband. ‘Als je maar van mij wilt houen / en te zijner tijd wil trouwen / gaan we een oase bouwen / en een Arabiertje brouwen’. Het origineel was van een voormalige elektricien uit Alexandrië, Bob Azzam, een zanger en orkestleider die een Egyptisch volksliedje had omgebouwd tot een drietalige hit. Franstalig Europa ging er plat voor.
Het niemendalletje Mustapha paste niet in het repertoire van Corry Brokken (1932-2016). Ze was een natuurtalent die teksten naar haar hand zette en van een extra laag voorzag. Veelzijdig was ze ook. Ze had een hoofdrol in een van de revues van Snip & Snap, presenteerde in Nederland en Duitsland grote televisieshows en bouwde gestaag een sprankelend oeuvre op.
Ze kwam van ver. Haar vader, eigenaar van een stomerij, was een alcoholist. Ruzies waren thuis aan de orde van de dag. Vanwege zijn lidmaatschap van de NSB werd hij na de oorlog anderhalf jaar lang geïnterneerd in kamp Vught. Zijn vier kinderen werden op straat uitgescholden voor moffentuig en landverraders, gaf Corry Brokken in 2000 prijs in haar memoires. Op haar 20ste sloeg ze op de vlucht, naar Amsterdam.
Haar tweede huwelijk, met theaterproducent René Sleeswijk, werd een ramp. Hij kleineerde haar, ook toen ze in 1974 haar zangcarrière beëindigde en in Utrecht rechten ging studeren. Door haar mislukte huwelijk met Sleeswijk en die onverwachte carrièrestap werd ze, als een van de eerste BN’ers, belaagd en gekleineerd door een nieuwe beroepsgroep: de roddelpers.
Haar revanche was magistraal. Ze studeerde in 1981 af, begon met haar derde man Jan Meijerink een advocatenpraktijk in Laren en werd in 1990 rechter in Den Bosch. Ze was het schoolvoorbeeld van een vrouw geworden, stelde de feministische literatuurwetenschapper Maaike Meijer vast, ‘die meer wilde, meer deed en ook meer bleek te kunnen’.
Mustapha is vergeten, daar kon een succesvolle variant van Joop ‘Swiebertje’ Doderer en Jan Blaaser niks aan veranderen. In 1960 presenteerden de acteurs en komieken op dezelfde populaire melodie Moestafa, in grappig bedoelde krompraat. De hoofdpersoon was een bezweerder van slangen; brandweerslangen, om precies te zijn.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden