Home

Iedereen zou ‘Everybody’s Free’ moeten kennen en het zeker twee keer per jaar moeten luisteren

‘Wees niet roekeloos met de harten van anderen’, zei ik tegen een bevriende collega met wie ik koffie dronk, ‘en pik het niet als anderen roekeloos zijn met dat van jou.’ Maar misschien zei ik wel dat ze elke dag moest flossen. Het advies dat ik haar gaf kwam in ieder geval rechtstreeks uit het liedje Everybody’s Free (To Wear Sunscreen) van Baz Luhrmann.

Iedereen kent dat natuurlijk. Zij niet, zei ze tot mijn verbazing. Waarschijnlijk, concludeerde ik, omdat ze een kleine tien jaar jonger is dan ik. Maar een andere bevriende collega, die weer tien jaar ouder is dan ik, kende het ook niet. Dat is zonde, want iedereen zou Everybody’s Free moeten kennen en het zeker twee keer per jaar moeten luisteren.

Het liedje, parlando tekst over wat kabbelende Café del Mar-achtige loungemuziek, is een aaneenschakeling van allerlei levensadviezen, waarvan het eerste is dat je altijd zonnebrand moet opsmeren. De rest van de adviezen is minder wetenschappelijk onderbouwd, maar desalniettemin net zo waardevol. ‘Geniet van de kracht en schoonheid van je jeugd. Oh, never mind. Die kun je toch niet op waarde schatten, totdat ze verwelkt zijn.’

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

‘Je bent niet zo dik als je denkt’, is een goede. Of: ‘Leer je ouders kennen, je weet nooit wanneer ze voorgoed uit je leven verdwenen zijn.’ De tekst van het nummer werd een tijdje toegedicht aan schrijver Kurt Vonnegut, maar de echte bron spreekt wat minder tot de literair-historische verbeelding.

Op 1 juni 1997 begon columnist Mary Schmich haar column in de Chicago Tribune met de zin dat in elke volwassene wel iemand schuilt die het liefst ooit op een diploma-uitreiking een speech zou willen afsteken. ‘Helaas zullen de meesten van ons nooit uitgenodigd worden onze wijze woorden te zaaien over een publiek van afstudeerhoedjes en gewaden.’

Daarna begint Schmich aan haar fictieve speech, die misschien niet een klas verse afgestudeerde jongens en meisjes bereikte, maar wel een miljoenenpubliek kreeg nadat regisseur Baz Luhrmann de tekst op muziek had gezet.

Volgend jaar wordt het liedje 25. Dat betekent dat ik zelf op een leeftijd ben waarop ik de adviezen uit Everybody’s Free mag doorgeven (hoewel advies volgens Schmich niet veel meer is dan ‘een vorm van nostalgie’). ‘Zorg dat je genoeg calcium binnenkrijgt’, zeg ik dus graag. Of: ‘Verspil je tijd niet aan jaloezie. Soms loop je voorop, soms achterop. De race is lang en uiteindelijk alleen maar tegen jezelf.’

Dat is een goede, maar niet de beste. Dat is deze: ‘Voel je niet schuldig als je niet weet wat je met je leven wil doen. De meest interessante mensen die ik ken, wisten op hun 22ste niet wat ze wilden met hun leven. Enkele van de interessantste 40-jarigen die ik ken weten dat nog steeds niet.’ Dat laatste kan ik inmiddels beamen.

Source: Volkskrant

Previous

Next