Home

Naast ons zat een man die fluisterend een gesprek in het Arabisch voerde. Ik had het gevoel dat hij zich schaamde

Ik reisde met mijn zoon naar New York en bij de Nederlandse paspoortcontrole werd mij gevraagd of ik mijn zoon ontvoerde. Ik overhandigde de man formulieren, want ik weet hoe je bureaucratieën moet bevechten: met ingevulde formulieren, het liefst in drievoud.

‘U bent goed voorbereid’, zei de beambte.

Zo ik iets wil zijn, is het dat: goed voorbereid.

In het vliegtuig naast ons zat een jongeman die op fluistertoon een telefoongesprek in het Arabisch voerde. Ik had het gevoel dat hij zich schaamde. Dit zijn rare tijden. Om zijn schaamte te verlichten, glimlachte ik nadrukkelijk. Misschien hielp dat, want we waren nog niet opgestegen of hij begon hartstochtelijk te snurken.

Op JFK vroeg de douanebeambte: ‘Is de moeder nog in het spel en heeft ze de Amerikaanse nationaliteit?’

Ik antwoordde: ‘Ze is nog in het spel, maar ze heeft niet de Amerikaanse nationaliteit.’

Met dat antwoord kon hij kennelijk leven, hij gebood me door te lopen.

Bij de bagageband riep mijn jongen opeens luidkeels dat hij naar New York wilde, zo luidkeels en zo erbarmelijk dat het bejaarde echtpaar naast mij besloot ergens anders op hun koffers te wachten.

In de taxi naar huis, vlak voor de Midtown Tunnel, viel mijn oog op een billboard: ‘Cultural Jews died in the gas chambers too. Speak up.’ Het ging zo te zien om een campagne van jewbelong.org. De tijden waren inderdaad aan het veranderen. Zelf houd ik in het dagelijks leven meer van zwijgen en discretie dan van luidkeels spreken, maar als het echt moest wilde ik wel iets zeggen.

Ik keek naar mijn zoon. Was hij een culturele Jood?

Rond middernacht waren we thuis. ‘Ik wil naar de Chinees’, riep de jongen.

Is dat wat een culturele Jood roept?

‘Lieverd, de Chinees is dicht’, zei ik.

Daarop begon hij te zingen.

Source: Volkskrant

Previous

Next