‘Snoeptomaatjes en komkommer vind ik lekker, en peren nu wat minder’, zegt Destiny (12) terwijl ze de hoge koelkast opent waarvan de vijf vakken vol liggen met kiwi’s, appels, peren, snoeptomaatjes en komkommers. Het gevaarte staat sinds eind juni bij de ingang van haar basisschool Paus Joannes in Zaandam. Alle leerlingen mogen eruit pakken. En dat doen ze, ziet Destiny. ‘Soms is het snel op.’
Destiny – kort, springerig haar en een eigenwijze blik in haar bruine ogen – is blij met het aanbod van gratis groente en fruit, vertelt ze, als ze even later een hap neemt uit een komkommer in het lokaal van haar groep-8-klas. ‘Thuis hebben we dit meestal niet en ik heb er vaak zin in’, zegt ze met volle mond.
‘Het fruit op school is vaak lekkerder dan dat van thuis’, vult haar klasgenoot Ilysa (11) aan. ‘Omdat het verser is. Dan eet je er vanzelf ook meer van.’
De rooms-katholieke basisschool Paus Joannes, waar bijna alle kinderen een migratieachtergrond hebben, is een van de ongeveer zeventienhonderd scholen in Nederland die meedoen aan het schoolmaaltijdenprogramma van de overheid, om te voorkomen dat leerlingen met een lege maag in de klas zitten. Het aantal neemt nog wekelijks toe. Ongeveer twaalfhonderd scholen krijgen daarvoor sinds dit jaar, via het Jeugdeducatiefonds, 9 euro per kind per week, die ze naar eigen inzicht mogen besteden aan ontbijt, lunch en (gezonde) tussendoortjes. Bij de overige vijfhonderd kunnen ouders die het nodig hebben via het Rode Kruis een boodschappenkaart krijgen, waarop elke twee weken 22 euro per kind wordt gestort.
Over de auteur
Charlotte Huisman is verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over jeugdzorg en de nasleep van de toeslagenaffaire.
De Paus Joannes biedt al haar bijna tweehonderd leerlingen, naast de koelkast met snoepgroente en fruit, op maandag en donderdag kosteloos een lunch in de eigen klas aan met belegde boterhammen. En dat is niet het enige dat deze basisschool in de Zaanse wijk Poelenburg doet om armoede tegen te gaan. Zij is een van de 560 Nederlandse scholen die bij het Jeugdeducatiefonds ook aanvragen kunnen doen voor extraatjes die de omstandigheden verbeteren van kinderen die thuis tekortkomen. Zoals voor een bed of een bureau, voor maximaal 13 duizend euro per jaar per school.
Zo wil het Jeugdeducatiefonds, dat sinds 2015 bestaat, kinderen uit gezinnen die het niet breed hebben ondersteunen om het maximale uit zichzelf te kunnen halen in het onderwijs. De Paus Joannes bekostigt er bijvoorbeeld toiletbenodigdheden als deodorant, tandpasta en maandverband mee, die leerlingen naar behoefte uit een kast mogen pakken. Die staat sinds begin september naast de grote koelkast bij de ingang.
Het is bijna 11 uur als conciërge Steef naar elke schoolklas van de Paus Joannes een kratje met gesmeerde boterhammen brengt. Die zijn eerder deze donderdagochtend bij de school afgeleverd door de vrijwilligers van de Broodjesfabriek, een organisatie die meer scholen in Zaandam van boterhammen voorziet. Als de boterhammen zijn verdeeld, vult Steef het fruit in de koelkast bij; vooral met de komkommers gaat het hard deze week.
Yasemin Acikbas kijkt tevreden toe. Als brugfunctionaris op de Paus Joannes houdt ze contact met de ouders en weet ze precies welke leerlingen meer aandacht behoeven. ‘Sinds we dit eten verstrekken, zien we pas echt hoe nodig het is’, zegt Acikbas. Vaak blijven er boterhammen over. Die geeft ze de volgende dag aan kinderen die ’s ochtends zonder ontbijt op school aankomen of geen lunch bij zich hebben. Het verbaast haar hoe snel de wekelijkse 80 kilo groente en fruit erdoorheen gaan. Ze ziet weleens dat leerlingen er hun tas mee vol laden voor thuis.
De landelijke invoering van schoolmaaltijden is een succes, blijkt uit een eerder dit jaar uitgevoerde enquête. Leerlingen hebben meer energie en kunnen zich beter concentreren. Ook eten de kinderen gezonder als ze naar believen fruit en snoepgroenten kunnen pakken. Om ook volgend jaar zo’n 220 duizend leerlingen van schoolmaaltijden te kunnen voorzien, stelde het demissionaire kabinet er met Prinsjesdag 166 miljoen euro voor beschikbaar. Voorwaarde voor deelname is dat op een school minimaal 30 procent van de kinderen opgroeit in een gezin met een krap budget van maximaal 110 procent van de bijstandsnorm. ‘Dat percentage halen we helaas gemakkelijk’, zegt Acikbas.
Laatst heeft Acikbas bij het Jeugdeducatiefonds voor een ouder een aanvraag gedaan voor een wasmachine. Bij een huisbezoek zag ze dat de alleenstaande moeder zich er geen kon permitteren, ze waste veel op de hand. Voor een kind dat ze op een koude dag in zomerkleren naar school zag komen, vroeg de brugfunctionaris een winterjas aan. ‘Als ouders liever niet willen dat ik op huisbezoek kom, doe ik extra mijn best om het vertrouwen te winnen om toch binnen te komen’, zegt Acikbas. ‘Eén gezin bleek in een garagebox te wonen. Een ander gezin van vier personen woonde in één kamer.’
Acikbas hoort van veel ouders dat ze soms geld lenen om noodzakelijke boodschappen te kunnen doen. Het valt haar op dat werkende ouders steeds vaker in financiële problemen komen. ‘Die verdienen dan net iets te veel om voor het gemeentelijke armoedebeleid in aanmerking te komen. Maar door een hoge huur, vaak in ondoorzichtige onderhuurconstructies, houden ze te weinig geld over om van te leven.’
Voor zo’n moeder regelde ze onlangs een bioscoopbon voor haar en haar dochter. Het meisje was nooit eerder met haar moeder naar de film geweest. ‘Later hoorde ik van die moeder dat haar dochter tegen haar had gezegd dat ze het de mooiste dag uit haar leven vond.’
Dat zich thuis soms schrijnende situaties afspelen, is niet direct te zien als de leerlingen zich voor hun speelkwartier vrolijk kletsend naar het schoolplein spoeden. Daar vertelt een meisje dat ze nog nooit nieuwe kleren heeft aangehad. Ze krijgt de kleding waar haar nichtje uit is gegroeid, en als zij er te groot voor is, gaan ze naar haar kleine zusje. ‘Gelukkig zijn de kleren leuk en niet kapot’, zegt ze. Een andere leerling vertelt dat hij een krappe kamer deelt met drie jongere broertjes. Vanwege de herrie die ze maken, slaapt hij soms te weinig. Toch omschrijven de twee kinderen zichzelf niet als arm. ‘Ik heb alles wat ik kan wensen, mijn moeder vindt alles wat ik wil tweedehands’, zegt het meisje.
De Paus Joannes heeft een leerlingenraad: negen leerlingen uit de hoogste groepen die door hun medeleerlingen zijn gekozen om hen te vertegenwoordigen. Zij vertellen dat ze blij zijn met de extra’s die de school biedt. ‘Niet alle kinderen hebben het nodig’, zegt Omnia (11), een groep-8-leerling met een bos krullen. ‘Maar er zijn ouders die niet genoeg geld hebben om eten aan hun kinderen mee te geven. Met honger zit je niet lekker in de klas.’
‘Nederland houdt te veel geld voor zichzelf en geeft het niet aan de mensen die tekortkomen’, vindt Joël uit groep 6. ‘Ik zie soms klasgenoten wel vijf boterhammen pakken met kipfilet, omdat ze groot en sterk willen worden.’
Het valt de leerlingenraad ook op dat de voorraad van het kastje met toiletbenodigdheden telkens slinkt, al weten ze niet precies welke leerlingen er spullen uit pakken. ‘Sommige kinderen zijn er open over dat hun ouders niet genoeg geld hebben’, vertelt Nergiz uit groep 6. ‘Maar de meesten niet, die schamen zich er misschien voor.’
Daarom vindt de leerlingenraad het goed dat alle leerlingen boterhammen en fruit mogen pakken, zodat niemand zich hoeft te schamen. ‘We praten er niet met elkaar over wie thuis niet genoeg eten heeft, dat is onbeleefd’, zegt Omnia.
Steeds meer scholen willen leerlingen die het nodig hebben een boei toewerpen, ziet Hans Spekman. Sinds vijf jaar is hij directeur van het Jeugdeducatiefonds en deze donderdag brengt hij een bezoek aan Paus Joannes. De basisscholen weten volgens hem het best welk kind iets extra’s nodig heeft. ‘Ik vertrouw op wat jij waarneemt’, zegt hij tegen Yasemin Acikbas bij hun begroeting.
Nederland telt 1.850 basisscholen waarop meer dan 30 procent van de leerlingen in minder welvarende gezinnen opgroeit. Steeds meer van deze scholen willen bij het Jeugdeducatiefonds individuele aanvragen kunnen doen. Omdat de organisatie een beperkt budget heeft van ongeveer 9 miljoen euro per jaar, dat grotendeels uit particuliere schenkingen wordt gefinancierd, staan er 250 scholen voor de individuele aanvragen op de wachtlijst.
‘Wij hopen op meer donaties, zo groot is de wachtlijst nog nooit geweest’, zegt Spekman. In de eerste jaren van het Jeugdeducatiefonds groeide het aantal scholen dat zijn organisatie bijstond tot een kleine honderd, de laatste vier jaar ging het snel met een jaarlijkse toename van ruim honderd en belandden er steeds meer scholen achteraan de wachtrij. De grotere toeloop komt, denkt hij, deels door de groeiende bekendheid van zijn fonds. ‘Maar ook doordat scholen naar manieren zoeken om de gezinnen van hun leerlingen meer te ondersteunen.’
Veel scholen zijn al voor het eind van het jaar door hun budget heen omdat ze steeds meer aanvragen doen. Vooral het aantal verzoeken voor leerlingen met werkende ouders neemt volgens Spekman opvallend toe. ‘Werkenden met wisselende banen, schulden of te hoge woonlasten, en zzp’ers, die komen nu vaker in de knel.’ Het geeft hem ‘adrenaline’ om bij de schoolbezoeken de verhalen van de leerlingen te horen en steeds meer kinderen te helpen. ‘Maar ik vind het vooral tragisch dat het nodig is.’
Spekman, die eerder Tweede Kamerlid was voor de PvdA en ook voorzitter van die partij, is blij met de politieke aandacht voor bestaanszekerheid, een thema waar hij al jaren druk mee is. Het gaat volgens hem niet alleen om inkomen, maar om een algemeen gevoel van zekerheid: ‘Heb ik morgen nog werk en een huis? Kan ik de lasten dragen? Dat gevoel van onzekerheid knaagt bij veel mensen, en daar hebben ook veel kinderen last van.’
Met de bijdragen van zijn organisatie hoopt hij de kansenongelijkheid te verkleinen. ‘De kinderen die het minder ruim hebben thuis horen dezelfde kansen te krijgen als de andere kinderen. In de klas zitten met een gevulde maag en thuis een bed en een bureau hebben, dat kan punten schelen op de Citotoets.’
Na de speelpauze, tegen half 1 ’s middags, komt groep 8 van de Paus Joannes weer het klaslokaal in. Bij binnenkomst pakken veel leerlingen boterhammen uit de krat die bij de deur voor ze klaar staat. Jay (12) zoekt er twee met kipfilet uit, die duidelijk favoriet zijn. ‘Die zijn het lekkerst’, zegt hij.
Even later zitten de leerlingen te eten aan hun tafeltje. Sommigen zeggen wel wat meer variatie te willen, dan alleen boterhammen met kipfilet, kaas, jam en appelstroop. ‘Eén keer per week Nutella’, roept Ceylin, ‘dat zou leuk zijn!’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden