Home

‘Deze jongen weet wat voor power in onze club zit’

Henri Bontenbal (40) moet bij de verkiezingen vooral de schade beperken voor het CDA, terwijl NSC van oud-partijgenoot Pieter Omtzigt en andere CDA-veteranen hoge ogen gooit in de peilingen. ‘Wij komen erbovenop, daar ben ik van overtuigd.’

‘Dan zou ik een coalitieakkoord willen sluiten dat de gemeenschapszin versterkt. We willen dat arbeid weer menswaardig is. Dat mensen niet van het ene naar het andere flexbaantje hoeven te hobbelen. Dat jongeren die net afgestudeerd zijn en een gezin willen stichten gewoon een huis kunnen vinden. Ik wil de verenigingen versterken en een maatschappelijke dienstplicht invoeren. Dat zijn allemaal dingen die bijdragen aan meer saamhorigheid in de samenleving.’

‘Tolkien was erg geïnspireerd door het christendom. Ik vind het een mooie uitspraak. Het helpt mij om op moeilijke momenten te denken: ‘Henri, niet janken, hup, ervoor gaan.’

‘Mijn politieke filosofie is dat er altijd kiemen van hoop zijn. Er is altijd iets goeds in de wereld en dat zit bij gewone mensen die elke dag het goede doen. De verpleegkundige die tien minuten extra de tijd neemt voor een patiënt en de leraar die omkijkt naar een leerling die niet zo goed kan meekomen. Ik zie het ook bij de gebeurtenissen in Israël en Gaza. Daar word ik heel somber van, maar ik put hoop uit die Joodse en Palestijnse mannen die allebei een dochter hebben verloren en elkaar opzoeken om elkaars pijn te delen.’

‘Natuurlijk heb ik mezelf die vragen ook gesteld, maar ik vond dat iemand van de jongere generatie zijn vinger moest opsteken. Ik denk dat ik ons verhaal echt goed kan vertellen, maar ik weet dat we van ver moeten komen. Ik heb gewoon op de mat gelegd wat ik in huis heb en de partij heeft toen voor mij gekozen. Dat is een vrij fundamentele keuze, want er staat nu echt iemand van een jonge generatie op het podium.’

‘Ik ben als vrijwilliger betrokken geweest en heb in het verleden anderhalf jaar als beleidsmedewerker van de fractie gewerkt. Het is niet zo dat ik jarenlang betaald bij het CDA heb rondgelopen. De partij kiest ervoor jonge mensen die relatief kort echt actief zijn in de partij een kans te geven.’

‘We zijn een politieke partij met een bepaalde ideologie. Dat je daar ook bij mij iets van terugziet, is niet gek. Ik denk wel dat deze generatie de CDA-ideeën net even wat frisser en compromislozer naar voren brengt. Dat is in ieder geval de stijl die ik hanteer en dat zie je ook bij andere mensen die hoog op de lijst zijn gezet.’

‘Volgens mij De Jonge. Ja, dat weet ik wel zeker. Dat hij ook uit Rotterdam komt, zal een beetje hebben geholpen. Maar ik vond Hugo ook gewoon meer geschikt als partijleider.’

‘Dat moet zich nog bewijzen. Ik voel niet zoveel behoefte hem te recenseren.’

‘Die partij moet alles nog waarmaken.’

‘Dit zijn mensen die al twintig jaar in de politiek rondlopen. Kunnen we daar die bestuurlijke vernieuwing waar Omtzigt voor pleit mee realiseren? Die vraag mag ook weleens gesteld worden. Het echte nieuwe CDA zit dus gewoon bij het CDA. We moeten nog maar zien of de andere partijen die nu hoog in de peilingen staan hun beloften kunnen waarmaken. Het CDA is al vaker dood en begraven verklaard. Je hoeft met mij geen medelijden te hebben. Deze jongen weet wat voor power in onze club zit. Wij komen erbovenop, daar ben ik van overtuigd.’

‘We hebben gekozen voor een vrij beknopt programma. Verderop in ons programma staan er wel degelijk allerlei dingen over natuur, alleen niet onder dat kopje.’

‘Gaan we nou een discussie voeren over hoe logisch het programma is? Er staat ook vrij weinig in over groene industriepolitiek. Daar heb ik zelf eerder een fractievisie over geschreven. Collega Derk Boswijk heeft twee jaar geleden een landbouwvisie opgesteld. We hebben ervoor gekozen die visies niet opnieuw op te lepelen, omdat we het verkiezingsprogramma beknopt wilden houden. Maar wat in die visies staat, dat vinden we nog steeds.’

‘Jullie kennen heel veel gewicht toe aan één woord. Wij zeggen niet dat we die stikstofwet willen wijzigen. Dus die 2035, dat is gewoon het jaar dat wij steeds hebben genoemd. Ons belangrijkste punt was dat we het doeljaar niet willen vervroegen van 2035 naar 2030. Dat is de beweging die we hebben gemaakt. Dat de landbouwsector moet verduurzamen en minder stikstof moet uitstoten, blijft gewoon staan. Daar hoort ook een kleinere veestapel bij.’

‘Ik ken niet het hele programma uit mijn hoofd, maar volgens mij staan er verderop in het programma allerlei mooie dingen over natuur en milieu. Jullie doen nu een soort Bijbelexegese waar schriftgeleerden een puntje aan kunnen zuigen. Jullie trekken conclusies die ik helemaal niet zou trekken. Wij vinden natuur ontzettend belangrijk. We vinden ook een sterke agrarische sector belangrijk.’

‘Daar geldt natuurlijk precies hetzelfde voor. Alle werkgevers moeten verplicht worden fatsoenlijke arbeidsomstandigheden te creëren. De tuinders ook. Sommigen doen dat en sommigen niet.’

‘Daar kunnen wij ons toch allemaal een voorstelling bij maken? Dat je niet in een soort zwijnenhol wil wonen, maar dat het gewoon een net geëquipeerd appartement is, waar mensen kunnen wonen met enige privacy.’

‘Ik ben maandag nog bij een tuinder geweest die heel graag wil investeren in huisvesting, maar de gemeente werkt niet mee. Soms kan die huisvesting geregeld worden op een eigen terrein van de tuinder of op een terrein dat de gemeente beschikbaar stelt.’

‘Dat zijn heel andere woningen. Dat zijn de eengezinswoningen die ook heel hard nodig zijn.’

‘Het is niet het een of het ander. Gemeenten kunnen extra eisen stellen aan werkgevers via een vergunningenstelsel. Bijvoorbeeld dat arbeidsmigranten binnen een bepaalde straal van hun werk moeten wonen. Het kan betekenen dat die arbeid iets duurder wordt, maar die prijs moeten we betalen als samenleving. Dan worden de tomaten iets duurder, maar heeft de tomatenplukker wel een fatsoenlijk onderkomen. Dat is volgens mij heel christen-democratisch.’

‘We gaan niet concurreren op arbeidsvoorwaarden waardoor mensen in een zwijnenstal zitten. De meeste tuinders doen dat ook niet, dus laten we niet een hele sector over één kam scheren. We moeten de discussie voeren over welke arbeidsmigratie echt waarde toevoegt en welke niet. Er zijn misschien werkzaamheden die gerobotiseerd kunnen worden, terwijl we dat nu niet doen omdat de arbeidskosten zo laag zijn. Laten we eens onderzoeken in welke sectoren dat speelt. Dan kom je misschien inderdaad uit bij distributiecentra waar pakjes met de hand worden gesorteerd.’

‘We komen op voor familiebedrijven. Het is heel belangrijk dat die bedrijven op een goede manier overgaan van generatie op generatie. Dit soort bedrijven zijn geworteld in de samenleving en betrokken bij de regio. Ze hebben maatschappelijk een heel belangrijke functie. Zij zijn vaak de sponsor van de lokale voetbalvereniging. Dat soort dingen zitten niet in de CPB-modelletjes.

‘We weten dat er slimme constructies worden toegepast via onroerend goed of door bepaalde dingen twee of drie keer over te dragen. Pak dat misbruik aan. Maar dat betekent niet dat de hele regeling, die heel waardevol is, overboord moet.’

‘Er is echt wel een gemene deler te verzinnen. Het is heel belangrijk dat je als Nederland een gemeenschappelijk verhaal hebt dat de bevolking met elkaar verbindt. Dat verhaal hoeft niet in steen gebeiteld te zijn, want onze kijk op de geschiedenis ontwikkelt zich voortdurend. Wijd dan ook een museumzaal aan die voortschrijdende inzichten.’

Lachend: ‘Ik ben koningsgezind, maar er zit wel nog iets tussen de Bontenbals en de Oranjes dat rechtgezet moet worden.’

‘Dit interview gaat een heel vreemde kant op. Het is een mooi verhaal en die periode is natuurlijk heel fascinerend met Johan van Oldenbarnevelt en prins Maurits. Ik ben nog niet bij de koning geweest, maar dat wordt vast een leuke ontmoeting.’

‘Ik zou liegen als ik niet toegaf dat ik er af en toe wel een sik van krijg dat ik steeds de geschiedenis van het CDA moet recenseren en vragen krijg over de slechte peilingen. Tegelijkertijd hoort het er gewoon bij. In een eerste interview krijg je dat soort vragen, in een tweede interview moeten de journalisten iets anders verzinnen. Ik kijk uit naar een tweede interview met jullie.’

Source: Volkskrant

Previous

Next