‘Het is niet aan de Verenigde Staten noch aan de Europese Unie om druk op ons uit te oefenen. Ze kiezen de kant van Israël en steunen de Israëlische agressie. Ze hoeven ons niks te zeggen.’ Ahmed Majdalani, minister van Sociale Zaken in de Palestijnse Autoriteit laat aan de telefoon vanuit Ramallah weinig misverstand bestaan. Het Amerikaanse voorstel om de Palestijnse Autoriteit een rol te geven in het bestuur van de Gazastrook na de oorlog is volgens hem kansloos zolang de Palestijnse eis van een eigen staat niet serieus wordt genomen.
Nu er naar schatting tienduizend doden zijn gevallen en grote delen van Gaza in puin liggen, wordt steeds vaker de vraag gesteld wat er moet gebeuren als de oorlog voorbij is. Wie gaat de Gazastrook en zijn 2,2 miljoen inwoners besturen als Hamas verslagen is? De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken uitte bij zijn bezoek aan de Israëlische premier Benjamin Netanyahu in Jeruzalem afgelopen weekeinde zijn zorgen over een gebrek aan exit-strategie van Israël. Twintig kilometer verderop, in Ramallah op de bezette Westelijke Jordaanoever, hield hij de Palestijnse president Mahmoud Abbas voor dat de Palestijnse Autoriteit een centrale rol kan vervullen in een naoorlogs bestuur.
Over de auteur
Peter Giesen schrijft voor de Volkskrant over de Europese Unie en internationale samenwerking. Eerder was hij correspondent in Frankrijk. Monique van Hoogstraten is buitenland- en eindredacteur van de Volkskrant. Eerder was ze correspondent in Israël voor de NOS.
‘Ik weet niet of ik moet huilen of lachen als ik de Amerikanen hoor praten over een rol voor de Palestijnse Autoriteit in Gaza na de oorlog’, zegt Ghassan Khatib aan de telefoon vanuit Ramallah. Khatib doceert aan de Birzeit Universiteit en was in het verleden onder meer minister van Arbeid bij de Palestijnse Autoriteit en deelnemer aan vredesonderhandelingen in Madrid en Washington. ‘De Amerikanen sluiten al jaren hun ogen voor de radicalisering van Israël, hebben niets gedaan tegen de uitbreiding van de nederzettingen en de ondermijning van de Palestijnse Autoriteit en komen nu ineens met deze oplossing.’
Israël zou zelf een plan moeten hebben, zegt Khatib. ‘Het vernietigt Gaza en verwijdert Hamas. En wat komt er de dag daarna? Israël wil niet in Gaza blijven op permanente basis, dat is duidelijk. Maar de Palestijnse Autoriteit en andere Arabische landen, met name Egypte en Jordanië, zijn niet bereid daar de controle over te nemen als Israël daarom vraagt. Dat is moreel volstrekt onacceptabel. En bovendien: zie hoe Israël de Palestijnse Autoriteit behandelt op de Westelijke Jordaanoever. We hebben hier niet eens echt gezag.’
De Palestijnse Autoriteit is het product van de Oslo-akkoorden uit de jaren negentig, toen Israël en de Palestijnen dichter bij vrede leken dan ooit. Afgesproken werd dat de Palestijnse Autoriteit 18 procent van de Westelijke Jordaanoever bestuurt, met name de grote steden. Nog eens 22 procent valt ook onder civiel bestuur van de Palestijnse Autoriteit, maar het Israëlisch leger heeft de controle over de veiligheid en kan er vrijelijk invallen doen en arrestaties verrichten. Het grootste deel van de Westelijke Jordaanoever staat geheel onder controle van het Israëlische leger.
Deze uiterst beperkte vorm van zelfbestuur zou het begin zijn van een Palestijnse staat. Maar van een vervolg van het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen kwam niets terecht. Het werd gesaboteerd door zowel extreem-rechtse Israëliërs als de radicaal-islamitische Hamas. Sindsdien heeft de voortdurende bouw van illegale Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever een Palestijnse staat – op een aaneengesloten, levensvatbaar grondgebied – steeds verder uit beeld gebracht. Dat het Westen hierbij vrijwel kritiekloos toekeek, wordt hen door de Palestijnen niet in dank afgenomen. ‘Nu de trein allang is vertrokken, beginnen Biden en Blinken ineens weer over de tweestatenoplossing. Dat is te laat’, zegt Khatib.
De Palestijnse Autoriteit is intussen in een uiterst ondankbare positie terechtgekomen. Terwijl het de eigen bevolking geen uitzicht op een eigen staat kan bieden, en hen niet kan beschermen tegen de oprukkende nederzettingen, werkt het wel samen met Israël. Volgens de Oslo-akkoorden is de Palestijnse Autoriteit medeverantwoordelijk voor de veiligheid in de bezette gebieden. Als de Palestijnen zouden laten zien dat zij geen bedreiging meer vormden voor Israël, zo was de gedachte, zou de eigen Palestijnse staat dichterbij komen. De Palestijnse Autoriteit zegt die samenwerking in tijden van crisis geregeld op – al was het maar om het Palestijnse publiek niet nog meer tegen zich in het harnas te jagen – maar hervat die steevast weer. De Palestijnse Autoriteit heeft er zelf ook baat bij dat Israël, met hulp van de Palestijnse Autoriteit, gewelddadige Palestijnse groepen ontmantelt die ook voor de Palestijnse Autoriteit zelf een bedreiging zijn.
Daardoor is het gezag van de Palestijnse Autoriteit sterk verminderd. Veel Palestijnse burgers beschouwen de Palestijnse Autoriteit inmiddels als een collaborateur met Israël die de droom van een eigen Palestijnse staat geen stap dichterbij heeft gebracht. Volgens veel Palestijnen heeft Israël de Palestijnse Autoriteit nooit een eerlijke kans gegeven om zich te ontwikkelen tot de kern van een toekomstige Palestijnse staat.
Maar ook het Palestijns leiderschap zelf valt veel te verwijten, zeggen critici. Vanaf het begin kwam de Palestijnse Autoriteit in opspraak door corruptie, nepotisme en vriendjespolitiek. ‘Voordat de Palestijnse Autoriteit een rol kan vervullen in een naoorlogs Gaza moeten er diepgaande hervormingen plaatsvinden’, zegt Gershon Baskin, een linkse Israëlische columnist en fervent voorvechter van een eigen staat voor de Palestijnen. ‘De regering van Abbas is corrupt en heeft geen enkele legitimiteit meer. Allereerst zouden er verkiezingen moeten plaatsvinden, enige tijd na de oorlog. Abbas moet dan het bestuur overdragen aan de gekozen volksvertegenwoordiging en regering.’
Mahmoud Abbas, de president van de Palestijnse Autoriteit, werd in 2005 gekozen. Daarna zijn er geen verkiezingen meer gehouden, uit angst voor een nederlaag. In 2006 werden de laatste verkiezingen voor het Palestijnse parlement gehouden. Teleurstelling over de resultaten van de Palestijnse Autoriteit resulteerde in een zege van oppositiepartij Hamas. In Gaza leidde de verkiezingsuitslag tot een gewelddadige broedertwist, waarbij Fatah, de partij van Abbas, uit Gaza werd verdreven. Sindsdien is Hamas alleenheerser in de Gazastrook, terwijl Fatah de Westelijke Jordaanoever bestuurt. Van democratie in de Palestijnse gebieden is geen sprake meer.
Toch ziet de internationale gemeenschap in de Palestijnse Autoriteit de enige legitieme vertegenwoordiger van het Palestijnse volk, verre te verkiezen boven Hamas en andere radicale groeperingen. Om erger te voorkomen wordt de Palestijnse Autoriteit financieel overeind gehouden door de Europese Unie en de Verenigde Staten. De EU is de grootste donor in Palestijns gebied, met drie miljard euro per jaar. De VS maakten sinds 2021 meer dan 500 miljoen dollar over. En bij gebrek aan beter wordt de Palestijnse Autoriteit nu naar voren geschoven als de organisatie die de Gazastrook moet gaan besturen als Israël klaar is met zijn oorlog tegen Hamas.
Maar de Palestijnse Autoriteit voelt er niet voor zich voor dat karretje te laten spannen zonder verdere harde toezeggingen. ‘Er valt niets te zeggen voordat er een staakt-het-vuren is en Israël zijn agressie stopt,’ zegt minister Ahmed Majdalani van de Palestijnse Autoriteit.
Volgens oud-minister Khatib wil de Palestijnse Autoriteit vervolgens alleen betrokken worden als er een politieke overeenkomst komt en ze controle krijgt over alle Palestijnse gebieden zoals afgesproken in eerdere vredesakkoorden. Oftewel: de Westelijke Jordaanoever, Gaza én Oost-Jeruzalem.
Dat het huidige rechtse Israëlische kabinet hiermee zou instemmen, is meer dan onwaarschijnlijk. Radicale ministers als Bezalel Smotrich en Itamar Ben-Gvir zien liefst zelfs de ineenstorting van de Palestijnse Autoriteit en annexatie van de Westelijke Jordaanoever. Khatib ziet ook weinig reden tot optimisme: ‘Dit Israël is heel anders dan het Israël dat we kennen uit de tijd dat we onderhandelden over vrede. Het Israël van Bibi Netanyahu is niet dat van Rabin en Peres. Er is nu zelfs geen minderheid meer in Israël die bereid is om te praten over het opgeven van een stuk land. De Amerikanen, Fransen, Britten, Duitsers hebben allemaal toegekeken hoe Israël is geradicaliseerd. Dus de Palestijnen zijn niet geïnteresseerd in hun voorstellen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden