Home

Correspondenten in Israël en de Palestijnse gebieden over hun werk: ‘Dit hele conflict gaat over twee totaal verschillende perspectieven’

‘Een Holocaustontkenning-achtig fenomeen.’ Met die dramatische woorden klaagde een woordvoerder van de Israëlische regering eind oktober de internationale media aan: zij zouden hun blik van Israëlisch leed te veel verlegd hebben naar Palestijns leed.

De slachting die Hamas op zaterdag 7 oktober 2023 onder Israëliërs aanrichtte, stond niet meer centraal. De focus lag nu grotendeels op de Israëlische bombardementen in Gaza.

Over de auteurs
Emma Curvers is mediaverslaggever en columnist bij de Volkskrant. Hassan Bahara is sinds 2021 media- en cultuurredacteur van de Volkskrant. Daarvoor schreef hij over (online)radicalisering.

Daarom was het tijd om journalisten te herinneren aan de aanleiding van dit alles, aldus de Israëlische woordvoerder. Journalisten werden op een legerbasis uitgenodigd om een montage van videofragmenten van de Hamas-verschrikkingen van eerder die maand te komen bekijken.

Sla je zo’n middag als journalist over, omdat het bedoeld is om je berichtgeving te sturen? Of ga je erheen, omdat het ook begrijpelijk is dat Israël wil blijven herinneren aan wat zich afspeelde in een kibboets als Be’Eri?

‘Zeker niet’, is het stellige antwoord van Olaf Koens, RTL-correspondent in het Midden-Oosten, op de vraag of hij erbij was. Een reden waarom Koens het persevenement aan zich voorbij liet gaan is de ‘druk’ die er volgens hem vanuit de Israëlische autoriteiten werd uitgeoefend om aanwezig te zijn. Koens ontving een e-mail van een Israëlische functionaris. ‘Ik vraag je om hiernaartoe te gaan, zeker nadat jij zo vaak in Gaza bent geweest’, citeert Koens, net terug uit Israël, uit de mail van de functionaris.

Koens: ‘Dit is persoonlijk aan mij gericht, op basis van mijn verslaggeving. Ik ga daar niet in mee. Ik kan niet zeggen: oké, als jullie willen dat ik dit verhaal maak, dan ga ik dat doen.’

Maar de belangrijkste reden voor Koens om de persdag over te slaan is een journalistieke. ‘Je kunt wel zeggen: ik ga daar kritisch naar kijken, of: we maken er een metaverhaal van, dat juist gaat over de bedoeling van zo’n evenement, maar dan onderschat je de kracht van propaganda.’

Volgens Koens ben je ondanks die metablik alsnog gevoelig voor sturing. Zo mochten journalisten geen foto’s of video’s van het evenement maken, waardoor ze de video’s niet onafhankelijk konden verifiëren.

Rob Vreeken, correspondent voor de Volkskrant, zag wél een metaverhaal in de Israëlische persdag. Vreeken was als enige Nederlandse journalist aanwezig bij de filmvertoning op een militaire basis in Tel Aviv. ‘Natuurlijk proberen Israëliërs je op deze manier onderdeel van het verhaal te maken’, zegt hij via een videoverbinding vanuit Israël. ‘Maar je kunt niet zeggen: daar doe ik totaal niet aan mee, ik ga in mijn schuilkelder zitten.’

Uiteindelijk maakte Vreeken in zijn artikel – ‘Op gruweltocht met het Israëlische leger’ – expliciet wat de Israëlische autoriteiten met de persbijeenkomst beoogden: zorgen voor ‘onvoorwaardelijke steun’ voor Israël.

Ook Nasrah Habiballah, correspondent Midden-Oosten voor de NOS, koos het metaperspectief toen ze onlangs een reportage maakte over een ander persevenement van het Israëlische leger. Daarbij werd ze met een club journalisten rondgeleid door de op 7 oktober 2023 aangevallen kibboets Nir Oz. ‘Een bizar mediacircus’, noemt ze de perstour telefonisch vanuit Tel Aviv. ‘Elke journalist moet voor zichzelf bepalen of hij erheen gaat. Maar ik ga er naartoe met de vraag: waarom organiseren de Israëliërs dit? En daar gaat mijn reportage uiteindelijk ook over.’

29 dagen is het inmiddels geleden dat Hamas moordend door Israël trok (meer dan 1.400 doden, volgens Israël), waarop Israël een nog altijd voortdurende bommenregen op Gaza losliet (meer dan 9.000 doden, volgens het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid). Gelijktijdig barstte ook een propagandastrijd los waarbij beide strijdende partijen via sociale en gevestigde media alle middelen – van lastig te verifiëren dodenaantallen, beelden van dode kinderen, tot officiële persevenementen – inzetten om sympathie voor hun zaak te winnen.

Vooral de Israëlische autoriteiten zijn hierin dominant, onder meer met betaalde advertenties op sociale media waarin Hamas wordt gelijkgesteld aan de terreurorganisatie IS, en met felle kritiek op westerse media die vooringenomen zouden zijn (deze media zouden zich eerder baseren op informatie van Hamas dan op die van Israëlische autoriteiten). Hamas richt zich in grote mate op een Arabisch-islamitisch publiek en probeert met beelden via sociale media – Hamas-militieleden die dood en verderf zaaien onder Israëliërs – een imago van onoverwinnelijkheid vorm te geven.

Deze propagandastrijd is niet nieuw, maar zelden woedde de pr-oorlog zo hevig als nu, vertellen vijf journalisten (RTL, de Volkskrant, NRC, AD, NOS). Hoe is het om verslag te doen in een oorlog waarin zo veel gekleurde informatie op je wordt afgevuurd? Hoe bewaken de verslaggevers de balans in hun berichtgeving, nu Gaza hermetisch is afgesloten en journalisten er niet binnen kunnen komen? En ervaren ze sociale media als een handig gereedschap, een belemmering, of allebei?

‘Het is heel belangrijk om je er altijd van bewust te blijven dat dit naast een grondoorlog ook een informatieoorlog is’, zegt NOS-correspondent Habiballah. ‘Dat is heel moeilijk, maar dat is wel wat er speelt.’

‘Ik weet dat de propagandastrijd niet weg te denken is bij dit conflict, dat hoort erbij’, zegt NRC-journalist Guus Valk, ook net terug uit Israël. ‘Maar ik maak verhalen die uit mijn eigen nieuwsgierigheid voortkomen, en probeer mij aan de propaganda te onttrekken.’

Al dan niet sturende propaganda van officiële autoriteiten is één ding, maar zo gauw correspondenten op sociale media kijken, worden ze overspoeld door gekleurde en vaak verwarrende informatie. Een voorbeeld: premier Benjamin Netanyahu (2,7 miljoen volgers) plaatste op X, daags na de aanval van Hamas, beelden van wat volgens hem door Hamas vermoorde en verbrande baby’s waren. Een X-gebruiker beweerde bewijs te hebben dat die beelden met AI waren gemaakt, wat tot blijvende discussie over de authenticiteit van de foto’s heeft geleid.

Hamas was in zijn propagandastrijd tot voor kort vooral actief op het socialemediaplatform Telegram, een chatdienst waarop foto’s, video’s, audiobestanden en teksten gedeeld kunnen worden. Gewelddadig propagandamateriaal wordt er minder strikt geweerd dan op andere sociale media. Telegram-accounts die direct of indirect gelieerd zijn aan Hamas verzamelden na 7 oktober 2023 in enkele gevallen meer dan een miljoen volgers.

Het materiaal op deze Hamas-kanalen bestaat deels uit beelden die angst onder Israëliërs moet zaaien. (Bijvoorbeeld: Hamas-militieleden die op 7 oktober 2023 in koelen bloede Israëliërs executeerden.) Andere beelden (lijkjes van Palestijnse kinderen die zijn omgekomen bij Israëlische bombardementen) proberen sympathie voor de Palestijnse zaak te kweken. Enkele van deze kanalen zijn inmiddels door Telegram ontoegankelijk gemaakt − vermoedelijk na druk van Apple en Google, de besturingssystemen waarop de Telegram-app opereert. Maar tegenover dat handjevol gesneuvelde Hamaskanalen staan talloze andere, en nieuwe kanalen die nog volop Hamaspropagandamateriaal doorgeven.

Omdat X notoir laks is met het bestrijden van desinformatie, laten sommige correspondenten het platform links liggen. ‘Het is een fucking open riool geworden’, vat RTL-correspondent Koens het sentiment samen. ‘De afgelopen jaren kon ik daar nog wel ideeën, suggesties en verhalen uit halen, maar nu is het totaal onbruikbaar geworden.’

Andere correspondenten schrijven sociale media nog niet zo snel af. Wel zeggen ze voortdurend af te wegen wat ze er voor ogen krijgen en waarom. Toen Gilad Perez, correspondent van het AD, op 7 oktober 2023 via sociale media beelden binnenkreeg van het bloedbad bij het Supernova-festival in Re’im, op een paar kilometer afstand van Gaza, gingen bij hem ‘alle journalistieke alarmbellen rinkelen’. ‘Maar ik moet dan ook heel terughoudend zijn: is dit geverifieerd, is dit echt? Het kan nep zijn, uit een andere context of andere tijd komen. Pas als beelden rijmen met getuigenissen kun je er iets mee.’

Soms blijven berichten die op sociale media rondgaan in het luchtledige hangen, omdat ze niet direct verifieerbaar zijn. Het AD schreef op 10 oktober 2023 in een liveblog: ‘Vanuit verschillende kanten klinkt het verhaal dat tientallen baby’s zouden zijn vermoord door Hamas.’ Perez kreeg die dag een appje van de nieuwschef van het AD: ‘Klopt dit, veertig onthoofde baby’s?’ Er waren tweets van het Israëlische kanaal i24 viraal gegaan, waarin stond dat Hamas in de kibboets Kfar Aza veertig baby’s zou hebben onthoofd. Dat bericht schopte het zelfs tot een statement van de Amerikaanse president Biden, die er foto’s van zou hebben gezien – en dat later terugtrok.

Perez: ‘Dan ga ik zoeken waar i24 dat vandaan heeft: hebben ze het gezien of gehoord? Je belandt dan wel in een soort fuik met verschillende informatie. Dan is het heel lastig om te bepalen wat nog echt en betrouwbaar is.’ Uiteindelijk bleek er geen basis te zijn voor het bericht. ‘We hebben de tientallen vermoorde baby’s uit het liveblog gehaald, omdat het niet te verifiëren was. Als het waar was geweest, hadden we het ook veel groter moeten brengen.’

Volgens RTL-correspondent Olaf Koens illustreerde de avond van 18 oktober 2023 perfect wat er mis is met sociale media als bron. Die dag vond een explosie plaats bij het al-Ahli Baptist Hospital in Gaza-stad. Het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid, dat onder controle staat van Hamas, wees direct naar Israël als boosdoener en claimde dat er bij het bombardement minstens vijfhonderd doden waren gevallen.

Op sociale media brak vervolgens een strijd uit – waarbij van alles als bewijs werd aangedragen – over de afzender van de raket. ‘De ochtend na de inslag bij dat ziekenhuis keek ik op X met de instelling: ik weet zeker dat de raket uit Gaza zelf is afgevuurd’, zegt Koens. ‘En inderdaad, binnen vijftien minuten vond ik daar allerlei videobewijs voor. Vervolgens ging ik douchen en daarna op zoek naar het tegenovergestelde. Nu wilde ik zeker weten dat het een Israëlische raket was. En ja, ik vond scherpe analyses, lange draadjes, bewijsmateriaal. Ik was er na vijftien minuten net zo van overtuigd dat Israël erachter zat.’

De verwarring rondom de raketinslag sijpelde door naar de verslaggeving van gevestigde media. Bijna ieder medium schreef de inslag in eerste instantie in de kop toe aan Israël of sprak van een ‘aanval’, terwijl die informatie afkomstig was van Hamas. Israël beweerde later die avond dat het zou gaan om een afzwaaier van de Palestijnse strijdersgroep Islamitische Jihad. Alle correspondenten die we spraken, spreken eensgezind van een journalistieke misser.

Ook Vreeken van de Volkskrant vindt achteraf dat hij in zijn verslaggeving over die raketinslag te makkelijk is meegegaan in het perspectief van één kamp. Toen het Israëlische leger een paar uur na de inslag beweerde dat niet zíj, maar Islamitische Jihad achter de inslag zou zitten, gaven zij daarvoor een onderschept telefoongesprek tussen twee Arabisch sprekende mannen als bewijs. Daarin zouden ze toegeven dat de ingeslagen raket van Islamitische Jihad afkomstig was.

Vreeken gaf het onderschepte telefoongesprek een dag later integraal weer. Maar uit een latere analyse (van 20 oktober 2023) van het audiofragment door de mensenrechtenorganisatie Earshot.ngo bleek het telefoongesprek te bestaan uit knip- en plakwerk.

Vreeken vindt dat hij in een propagandaval is getrapt door uit Israëlisch bronmateriaal te citeren. ‘Ik heb het leger geciteerd, zij kwamen hiermee naar buiten, over een wezenlijk onderwerp. Dat moet dan wel in de krant komen.’

Volgens Perez van het AD levert de onmogelijkheid om claims te verifiëren in dit conflict soms een wat machteloos gevoel op. ‘Je hebt in de journalistiek natuurlijk dat gezegde: als de een zegt dat het regent en de ander zegt van niet, dan moet je ze niet allebei quoten, dan moet je uit het raam kijken. Maar dit hele conflict gaat over twee totaal verschillende perspectieven. Uiteindelijk kun je, ook omdat je snel iets moet verslaan, vaak toch niet anders dan beide kanten citeren. Het is op dit moment soms niet mogelijk om uit het raam te kijken.’

Beter is het om de straat op te gaan, aldus de correspondenten. Om mensen te spreken spreken, en verhalen op te tekenen die alle partijen ‘humaniseren’, voorbij de grove karikaturen die er in de propagandastrijd van ze worden gemaakt. Hoopvol stemmen die verhalen niet altijd. Wel geven ze een ongefilterde kijk in de dagelijkse realiteit in Israël en de Palestijnse gebieden.

‘Empathie, dat is een belangrijk woord in dit werk’, zegt Vreeken. ‘Ik schrijf verhalen met de nodige empathie voor alle betrokkenen. Ik kijk ze in de ogen, ik hoor hun verhaal aan. En ik probeer daar zo onbevangen mogelijk in te zijn, want er zijn hier verschillende werkelijkheden.’

In de eerste artikelen van Vreeken wordt een indringend beeld geschetst van de verbijstering en woede onder de Israëlische bevolking. Kort daarna besloot Vreeken ook verhalen op te halen bij Palestijnse burgers die buiten Gaza leven. Een opmerkelijk verhaal in deze reeks gaat over Palestijnen die – nu de aandacht van de wereld op Gaza is gericht – door Joodse kolonisten soms met dodelijk geweld van de Westoever verjaagd worden.

Vreeken: ‘Ik dacht: als ik nu dit verhaal maak over Palestijnen die verjaagd worden door Joodse kolonisten, dan houd ik balans in mijn werk.’

Ook NRC-journalist Valk probeerde in zijn werk vooral ‘de menselijke ervaring’ voorop te stellen. ‘Ik ben veel meer geïnteresseerd in wat de ervaringen van mensen zijn, hoe zij die oorlog beleven. Die ervaringen zijn ontegenzeggelijk waar, ze zijn ontegenzeggelijk gebeurd.’

Valk tekende verhalen op van jonge Palestijnen die wanhopen over hun lot, het Joodse kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever, maar ook het verhaal van twee oud-vredesonderhandelaars – een Israëliër en een Palestijn – die inzicht geven in de existentiële strijd waarin beide volkeren verwikkeld zijn.

‘Dehumanisering is een groot probleem in deze oorlog’, zegt NOS-correspondent Habiballah. ‘Die komt van beide kanten en maakt deze situatie nog lastiger dan hij al is.’ We bespreken een reportage uit het NOS-journaal waarin een Israëlische vrouw droogjes opmerkt dat ze alle Palestijnen wil vermoorden. ‘Ja, daar schrikken mensen misschien van, maar ik schrik daar inmiddels eigenlijk níét meer van’, zegt Habiballah. ‘Helaas. Ik moet dan toch proberen te begrijpen waar dat gevoel vandaan komt. Hoe is ze op dit punt gekomen dat ze zoiets kan zeggen? Dat moet je de hele tijd doen als je hier zit: constant alle kanten proberen te doorgronden. Anders snap je er toch helemaal niks meer van hier?’

Voor welke journalistieke uitdagingen staan nieuwsredacties in het Israël-Gaza conflict? De Volkskrant vroeg naar hun overwegingen. Voor de afwegingen van de NOS werd gebruikgemaakt van de verantwoording ‘over berichtgeving Midden-Oosten’ op hun website.

Hoe proberen redacties desinformatie te herkennen?

‘Middels gezond journalistiek wantrouwen’, aldus Trouw-hoofdredacteur Cees van der Laan. ‘Wij besteden relatief weinig aandacht aan gruwelijke video’s die de ronde doen, en proberen propaganda van beide kanten niet door te geven.’ Hoofdredacteur Pieter Klok van de Volkskrant: ‘Alles wat we brengen moet geverifieerd zijn door onszelf of door onafhankelijke en betrouwbare externe bronnen.’ RTL gebruikt beeldverificatie, vertelt hoofdredacteur Ilse Openneer: ‘In de eerste week van de oorlog hebben we onze redacteuren hier opnieuw speciaal op getraind.’

Is er een gesprek of discussie over woordgebruik?

Sommige termen worden niet gebruikt: Trouw zegt bijvoorbeeld het woord ‘strijders’ niet te gebruiken om de gewapende leden van Hamas aan te duiden. Doorzoek je de site van de krant, dan tref je wisselende aanduidingen aan als ‘Hamas-leden’ en een enkele keer ‘Jihadisten’. De Telegraaf zegt geen woorden te willen gebruiken die ‘Hamas-terreur’ verheerlijken. In De Telegraaf wordt consequent van ‘Hamas-terroristen’ gesproken.

Hebben redacties fouten gemaakt en hoe communiceren redacties deze fouten naar de lezers?

Het Parool en Trouw laten weten dat zij onder druk van de deadline van de papieren krant te snel hebben geconcludeerd dat de raket die insloeg op het al-Ahli Baptist ziekenhuis in Gaza door Israël zou zijn afgevuurd. ‘Op het moment van publicatie was dat de informatie die we hadden, maar die was niet onafhankelijk geverifieerd’, aldus Kamilla Leupen van Het Parool. Van der Laan van Trouw: ‘Daarop is kritiek gekomen van lezers en intern is discussie ontstaan.’ De kranten hebben het online aangepast. Het Parool herstelde de fout de volgende dag in de papieren krant. Van der Laan van Trouw lichtte het keuzeproces in zijn wekelijkse ‘Brief van de hoofdredacteur’ toe. Het Parool geeft aan de kwestie te hebben geëvalueerd om te voorkomen dat een volgende keer dezelfde fout wordt gemaakt. De NOS zegt open te staan voor kritiek en discussie en elke dag te proberen de verslaggeving te verbeteren. Pieter Klok van de Volkskrant zegt dat ook deze krant meer voorbehoud had moeten maken: ‘We wekten een verkeerde indruk. Zodra we dat doorhadden, hebben we de berichtgeving aangepast.’ LC

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next