Home

Rioolbewoners als Yvonne Coldeweijer stellen altijd dat ‘BN’ers er zelf om vragen’ – hadden ze maar niet bekend moeten zijn

Roddelondernemer Yvonne Coldeweijer kwam deze week met ‘juice’ over televisiepresentator Tim den Besten. Die zou vreselijke dingen gedaan hebben, dat wist zij van haar ‘spionnen’, en dat zou weer aanleiding zijn geweest voor het stilleggen van de opnames van zijn nieuwe programma. Den Besten voelde zich door de kolder van Coldeweijer gedwongen de werkelijke reden van het afblazen van de opnames naar buiten te brengen: hij heeft kanker.

Coldeweijer en andere rioolbewoners stellen altijd dat ‘BN’ers er zelf om vragen’. Alsof het presenteren van een televisieprogramma, professioneel zingen of voetballen geen vak zou zijn, maar slechts een vorm van aandachttrekkerij, een excuus voor talentloze charlatans om een verdienmodelletje op te tuigen. Kortom, alsof BN’ers precies zijn zoals Coldeweijer zelf.

Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.

Vroeger las men de Privé, nu volgt men Coldeweijer. De Privé heeft echter lezers, Coldeweijer een achterban. Dat is een wezenlijk verschil: Coldeweijer weet dat ze een digitaal leger van senseostalkers tot haar beschikking heeft, dat op haar commando anderen lastigvalt en tijdlijnen volkalkt. Bepalend daarbij is het verdienmodel; klassieke roddelkanalen worden betaald door adverteerders, juicechannels door de eigen achterban, met abonnementjes en de verkoop van plastic rommel. Waar voorzichtige adverteerders in de regel een remmende invloed hebben, heeft een betalende achterban die juist niet; die wil telkens méér bloed zien.

Juicekanalen vormen een logisch deel van de domrechtse zuil; de overlap zit hem in de minachting voor de waarheid of nuance, de hekel aan ‘hypocriete elites’ en de heiligverklaring van volkse onderbuikgevoelens. Een zuil van bloeddorstige conservatieven, die hun onnozele verveling botvieren op bekende mensen; hadden ze maar niet bekend moeten zijn. Terwijl Henk onder bevel staat van de bekende prostaatpopulisten op X, wordt Ingrid op Instagram opgehitst door het kwade oestrogenius Coldeweijer.

Het beschamende van Coldeweijer is dat zij zichzelf als moreel zuiver ziet. Alsof andermans huwelijksperikelen wérkelijk een misstand zijn die aan het licht gebracht moet worden. Alsof de terreur van haar tradwivestroepen wérkelijk gerechtvaardigd is. Coldeweijer zegt voortdurend van dingen te ‘schrikken’ wanneer ze ‘smullen’ bedoelt, maar de meute ziet het quasi-fatsoenlijk bedrog niet. Vrolijk worden primitieve jaloezie en offerzucht geëxploiteerd in een webshop vol tokkietruitjes; morele corruptie was zelden lelijker.

Het merendeel van de BN’ers is bekend tegen wil en dank, omdat ze nu eenmaal een bepaald talent hebben en van hun vak houden. Omdat het nu eenmaal zo liep. Dat hun vak bestaat bij de gratie van het publiek is een gegeven, maar dat zou hen niet vogelvrij moeten maken. Weinigen hebben ooit bewust de keus gemaakt BN’er te worden, laat staan dat ze de gevolgen van die keuze konden overzien.

Zo ook RKC-voetballer Michiel Kramer, die afgelopen week iets deed wat voetballers zelden doen: publiekelijk terugmeppen. Een of andere nobody had hem doodgewenst, waarna de spits de man op social media terechtwees. De hoofdredacteur van RTV Rijnmond, met wie Kramer in een lokale talkshow zat, vond dat Kramer met zijn manier van reageren juist nog meer reacties uitlokt. Klassieke Hollandse lafhartigheid en victimblaming – ‘negeer het’ of ‘je vraagt erom’; helaas de standaardreactie van iedereen die nooit geconfronteerd is met bedreigingen.

Het lastige voor BN’ers is dat de meeste mensen géén BN’er zijn; weinigen zullen ooit de eenzaamheid van bekendheid ervaren. Er zit een fundamentele oneerlijkheid en kwetsbaarheid in elke uitwisseling tussen een bekende en onbekende Nederlander: de bekende weet niets van de onbekende, terwijl de onbekende alles van de bekende denkt te weten. Medelijden hoeft men niet te hebben, maar iets meer mededogen met BN’ers mag best.

Source: Volkskrant

Previous

Next