Home

Palestijnse arbeiders uit Gaza gestrand op de Westoever: ‘Ik wil mijn familie zien en samen met hen sterven’

Tegen middernacht kreeg Abu Mohammad, een 50-jarige Palestijnse arbeider, een appje van de IDF, de Israëlische strijdkrachten: ‘Uw werkvergunning is bij deze beëindigd.’

Het was zaterdag 7 oktober. Zeventien uur eerder waren terroristen van Hamas door het hekwerk rond Gaza gebroken en hun moordpartij begonnen in de Israëlische kibboetsen langs de grens. Opeens zat Mohammad niet alleen zonder werk, ook de wettelijke grond voor zijn verblijf in Israël was weggevallen. Terug naar Gaza, waar hij vandaan komt, kon hij niet, daar was net een oorlog uitgebroken.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Vanuit Israël doet hij momenteel verslag over de nasleep van de Hamas-aanval van 7 oktober.

Mohammad is niet de enige in zijn positie. Alle ruim achttienduizend inwoners van Gaza met een werkvergunning voor Israël kregen die zaterdagavond dat appje. ‘Israël verbreekt alle contacten met Gaza. Er zullen geen Palestijnse arbeiders meer uit Gaza komen’, liet premier Benjamin Netanyahu weten. ‘De arbeiders uit Gaza die op de dag van het uitbreken van de oorlog in Israël waren, zullen naar Gaza worden teruggestuurd.’

Vrijdag begon Israël daarmee. Enkele duizenden Palestijnen – de schattingen lopen uiteen van drie- tot tienduizend – werden bij Kerem Shalom door het leger de grens over gezet in het zuiden van de Gazastrook. De meesten waren afkomstig uit Israëlische detentiecentra in Israël en op de Westelijke Jordaanoever, waar zij de afgelopen weken waren vastgezet. De persbureaus AP en AFP tekenden verhalen op van brute behandeling aldaar: slaan en schoppen, schelden, dagenlange kneveling, onthouding van voedsel. Het beeld rijst op van een wraakoefening op ‘het tuig uit Gaza’.

Waar zijn de anderen? Mogelijk vierduizend Gazanen zitten nog in hechtenis, een onbekend (ongetwijfeld klein) aantal houdt zich schuil in Israël en de rest – naar schatting vijfduizend – verblijft in opvangcentra in vier Palestijnse steden op de Westoever.

Abu Mohammad is een van hen. Hij doet zijn relaas op een matras op de binnenplaats van sportcentrum Ramallah Recreational Complex. Kussen in de rug, paarse deken over zijn benen. Ongeveer vijfhonderd Palestijnse arbeiders slijten hier op deze manier hun dagen, zittend, slapend, rondhangend. De meesten hebben een plekje in de met matrassen volgestouwde sporthal, tot op de tribune. ‘Voor mij is het daar te benauwd’, zegt Mohammad. Met enkele anderen heeft hij buiten een slaapplaats ingericht.

Verveling en stress bepalen de sfeer. De eenvoudige maaltijden worden verzorgd door de Palestijnse Autoriteit, die Ramallah bestuurt. ‘De hele dag volgen we Al Jazeera en sociale media’, zegt Mohammad. Rustgevend is dat bepaald niet. Het meeste nieuws gaat over de bommen die neervallen op het gebied waar de gezinnen van de mannen zitten, de Gazastrook.

Alle arbeiders maken zich vreselijk zorgen en alle mannen die de Volkskrant zaterdag spreekt in twee opvangcentra in Ramallah zeggen zo snel mogelijk terug te willen naar hun geliefden in Gaza, bommen of geen bommen. De 30-jarige Ghassan al-Sultan uit het dagenlang gebombardeerde vluchtelingenkamp Jabalia zegt wat anderen bijna letterlijk net zo zeggen: ‘Ik wil mijn familie zien en samen met hen sterven.’

Na dat appje op zaterdag 7 oktober wisten de arbeiders aanvankelijk niet waar ze aan toe waren. Waar moesten ze heen? Mohammad bleef maar waar hij was, in Hadera, een kustplaats in het noorden van Israël. Daar werkte hij sinds een jaar in een bloemenkwekerij. Hij bleef binnen, met een paar collega’s, en hield zich gedeisd.

‘Maar na een week hoorden we dat de politie en het leger op zoek waren naar arbeiders uit Gaza, om ze op te pakken. We werden bang. We besloten een taxi te nemen naar de Westoever, naar Palestijns gebied. Daar zouden we veiliger zijn.’

De taxi werd onderweg door de politie aangehouden. De mannen werden geblinddoekt, de handen achter de rug gebonden, en met vijftig anderen werden ze in een bus overgebracht naar de Ofer-gevangenis, een van de Israëlische detentiecentra op de Westoever. Daar bleven ze anderhalve dag op de binnenplaats, in dezelfde bus.

‘We werden mishandeld en uitgescholden’, zegt Mohammad. ‘Mijn moeder werd voor van alles uitgemaakt, ze riepen dat we Hamas waren, dat het allemaal onze schuld was. Water of eten kregen we niet. Ons geld werd afgenomen, van sommigen de telefoon.’

In Israëlische media wordt gesuggereerd dat politie en leger op zoek waren naar Hamas-militanten. Die zouden hun status van gastarbeider hebben gebruikt om de aanval van 7 oktober voor te bereiden. Maar niets in de verhalen van de mannen in Ramallah wijst erop dat zij in detentie serieus werden ondervraagd.

Dat zou waarschijnlijk ook weinig opleveren. Palestijnen uit Gaza die in Israël wilden werken, werden aan een uitgebreide screening onderworpen. Wie, bijvoorbeeld, een achterneef had met Hamas-connecties kon een werkvergunning wel op zijn buik schrijven. ‘Ik heb niets met Hamas’, zegt Zaid Abdisalem (41), die als bakker in Jaffa werkte. ‘Ik ben gewoon een man die zijn gezin probeert te onderhouden.’ Op de vraag of Hamas de oorzaak is van zijn problemen, volgt een subtiel lachje. ‘Sommige vragen zijn te gevoelig.’

Hoelang de ongeveer vijfduizend Gazanen in de opvangcentra in Ramallah, Jericho, Nablus en Tubas zullen blijven, weet niemand. ‘Zeker maanden, waarschijnlijk wel langer’, zegt Jazan, een advocaat die als vrijwilliger de driehonderd gestrande arbeiders in evenementengebouw El-Senebel in Ramallah bijstaat. ‘De oorlog kan nog lang duren.’

De mannen hopen ruim vóór die tijd naar Gaza te kunnen terugkeren, naar vrouw en kinderen. Als een van hen iets overkomt, zouden ze niet graag 100 kilometer verderop zitten, met een slechte telefoonverbinding. Enkelen in Ramallah hebben al een doodstijding gekregen.

Het liefst zouden ze door het Internationale Rode Kruis naar Gaza worden gebracht, maar sommigen zouden zelfs het Israëlische leger wel best vinden. ‘Wie dan ook’, zegt Jazan. Het is immers niet uitgesloten dat het leger zomaar de opvangcentra binnenvalt en mensen meeneemt. De Palestijnse Autoriteit heeft dan wel het bestuur in handen in de zogeheten A-gebieden op de Westoever, de IDF heeft vrij spel als de veiligheid van Israël in het geding is.

Dat is precies de vrees van Mohammad. Hij zou niet graag opnieuw in handen van het Israëlische leger vallen, dat is hem slecht bekomen. ‘De eerste nacht hier leek het erop dat het leger zou komen’, zegt hij. ‘Vijf legerwagens reden rondjes rond het gebouw. We renden weg en gingen de stad in.’ Nog altijd staat Mohammad in de vluchtmodus. Hij slaapt licht. Hij houdt ’s nachts zijn kleren aan en naast het matras staan zijn schoenen klaar, hij kan er zo in schieten.

Overigens hebben lang niet alle gestrande Gazanen spitsroeden moeten lopen in detentie, zoals Mohammad. Velen trokken op eigen houtje naar de Westoever nadat het leger was begonnen gastarbeiders op te pakken.

Terug naar Israël, ooit, als de oorlog voorbij is? De meesten zeggen daar nu niet aan te moeten denken, ook al zijn de lonen er vele malen hoger dan in Gaza. De angst zit er goed in en bovendien: Israël wil hen niet meer hebben. ‘Maar zelfs als ze het toestaan, zal ik niet teruggaan’, zegt Kamel Abu Asi (67), die als schoonmaker bij de gemeente Rahat werkte. ‘Hoe zou ik kunnen? Ik wil niet meer voor de Israëliërs werken. Wij hebben Israël opgebouwd, ze kunnen niets zelf. Maar nu vermoorden ze onze kinderen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next