Home

Femicide: het is nergens gevaarlijker dan thuis

Neemt femicide, het vermoorden van vrouwen om hun gender, toe of af? Of neemt alleen de kennis erover toe, evenals de maatschappelijke onrust? Op basis van het NRC-artikel, met 25 nabestaanden, neig ik naar het laatste. De aandacht voor moord op vrouwen door hun ex-partner is dan de ultieme #MeToo. Mannen, van het dwangmatig controlerende type, blijken ook nog eens hun partners te vermoorden, meestal na de relatiebreuk. In de criminologie is dat op zich niet opzienbarend – gevangenissen zijn al hoofdzakelijk gevuld met mannen. Die hebben een onevenredig aandeel in álle misdaad. Dus ook in moord.

De term femicide doet dan ook iets anders en beoogt iets anders. Er wordt de maatschappelijke verontwaardiging over ongelijkheid, onderdrukking, huiselijk geweld en eenzijdig slachtofferschap mee uitgedrukt. Het is een politiek signaalbegrip, bedoeld om de positie van één specifiek type slachtoffer te versterken. Voor de goede orde: dat is heel goed. Onlangs werd bij een hoorzitting in de Tweede Kamer de alarmklok geluid over deze vorm van extreem huiselijk geweld. Als een high impact crime, een vorm van ‘intieme terreur’ om het vrouw-zijn. Femicide is politiek, met als kader eerder gender-sociologie dan criminologie of recht. Althans, ik heb nog niet gehoord dat femicide zwaarder bestraft moet worden.

Beperk ik me tot criminologie en recht dan slaat de nuancering toe. Voor zover ik kan overzien neemt in de statistieken moord op vrouwen net zo hard af als moord op mannen. Het aantal vermoorde vrouwen daalde van 70 in 2000 naar 44 in 2021. Het totaal, inclusief mannen, van 223 naar 121. In 2003 werden in totaal 190 verdachten gedagvaard, vorig jaar 100. Dat relativeert uiteraard niet het disproportionele aandeel van vrouwen bij partnerdoding, noch de persoonlijke drama’s. Maar dat het totaal aantal stevig daalt is onmiskenbaar. Het laat zien dat de samenleving, ondanks beeldvorming en eenzijdige media-aandacht, substantieel veiliger wordt. Ook voor vrouwen.

Die trend werd onlangs bevestigd door het jaarlijkse grote cijferoverzicht van Justitie, Criminaliteit en Rechtshandhaving 2022. De geregistreerde criminaliteit daalde in elf jaar met 30 procent. Geweld, vermogensdelicten en vandalisme liepen terug met 40 procent. In 2012 werden 8,3 miljoen misdrijven geregistreerd, vorig jaar 4,9 miljoen.

Criminologisch is er op het ‘paraplubegrip’ femicide wel iets af te dingen. Het is „te breed en onbepaald”, schreef criminoloog Marieke Liem, hoogleraar geweld en interventies, onlangs. Zij stelde in het kader van langlopend onderzoek naar moord vast dat vrouwen behalve in relaties óók worden vermoord in het uitgaansleven, bij berovingen, overvallen, tijdens seks en door ándere familieleden, onder wie de eigen ouders. ‘Zuivere’ partnerdoding past op 52 procent van de gevallen. De motieven van daders vormen een „heterogeen palet”. Daarop de uit Latijns-Amerika geïmporteerde term femicide „klakkeloos toepassen” doet geen recht aan de werkelijkheid, meent zij. Femicide zou je moeten beperken tot langdurige mishandeling van vrouwen door hun mannelijke (ex-) partners, eindigend in partnerdoding.

Iets dergelijks geldt overigens voor moord op mannen, volgens Liem eventueel als viricide aan te duiden. Motieven en daders van moord en doodslag op mannen zijn nog diverser. CBS-cijfers over 2016-2020 laten zien dat er in 80 procent van de gevallen iets bekend is over de dader. Doding door de naaste partner is dan een laag risico: 4 procent (bij vrouwen 56 procent). Maar ook voor mannen is de eigen omgeving een hoog risico. Ouders en ‘familie overig’ vormen samen 10 procent van de daders, kennissen en ‘vriend(in)’ 30 procent. In totaal komt 44 procent van de verdachten van moord op mannen uit de eigen familie- of relatiekring. Het is dus nergens gevaarlijker dan thuis. ‘Criminelen onderling’ komt op 15 procent.

De kernvraag bij femicide is volgens Liem wat er nu precies moet worden voorkomen. Structureel geweld tegen vrouwen „in de breedste zin van het woord? Dodelijk geweld tegen vrouwen in de context van mensensmokkel en prostitutie? Dodelijke mishandeling van eigen (stief)dochters? Of structureel huiselijk geweld, stalking of bedreiging waarin een hoog risico op een dodelijke afloop bestaat?” Hoe specifieker de omschrijving hoe beter, meent zij. Er zou volgens haar beter van prostitutiedoding, kinderdoding of partnerdoding gesproken moeten worden. Geweld tegen vrouwen zit dus ingewikkelder in elkaar dan het zwart-wit schema ‘femicide’ doet vermoeden. Net als ‘viricide’.

Folkert Jensma is juridisch redacteur en schrijft om de week op maandag.

Source: NRC

Previous

Next