Dit was een klimaatramp, geen twijfel over mogelijk. De halve stad werd weggespoeld, meer dan tienduizend mensen kwamen om het leven. Allemaal vanwege het warmere klimaat, dat de heftige storm en de zware regenval ontketende die afgelopen zomer dood en verderf zaaiden in de Libische kuststad Derna.
‘Gruwelijke Libische overstroming tot vijftig keer waarschijnlijker door planeetopwarmende vervuiling’, stelde CNN. Andere media zagen een ‘rechte lijn’ van de Libische ramp naar ‘klimaatmigratie’ vanuit Afrika, of legden het verband met de aanpak van broeikasgassenuitstoot. ‘Wanneer slaan westerse staten acht op waarschuwingen voor de klimaatcrisis zoals de overstroming in Derna?’, kopte een analyse.
Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech. Voor zijn coronaverslaggeving werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar.
Terwijl de ramp zonder klimaatverandering wellicht ook was gebeurd. Directe reden dat de storm in Libië wel en elders niet tot een ramp met duizenden doden leidde, was immers het doorbreken van twee verouderde dammen, verwaarloosd en beschadigd na jaren burgeroorlog en achterstallig onderhoud. Ondanks waarschuwingen van experts waren de dammen sinds 2002 niet meer bijgehouden.
Geld voor onderhoud verdween in de zakken van plaatselijke krijgsheren. Bossen die het water moesten opnemen, waren versneld gekapt voor de bouw. Een waarschuwingssysteem of evacuatieplan was er niet, ook niet toen drie dagen tevoren duidelijk werd dat het land vol getroffen zou worden door het noodweer.
Maar op de een of andere manier kwam dat toch een beetje op de tweede plaats. ‘De Libische overstroming, een klimaat- en infrastructuurramp’, duidde de Yale-universiteit de ramp na afloop in een rapport. ‘Hoe klimaatverandering de dood en verwoesting vergrootte’, stond boven een nabespreking in wetenschapsblad Nature.
Het platslaan van complexe gebeurtenissen tot klimaatramp gebeurt vaker, betoogt de Britse hoogleraar Mike Hulme (63) in zijn nieuwe boek Climate Change Isn’t Everything. ‘We zijn op een punt beland dat het aanroepen van klimaatverandering haast een reflex is geworden’, zegt hij. ‘In veel opzichten is het klimaat een panacee geworden voor iedereen die op zoek is naar een mooie, simpele verklaring voor waarom dingen gebeuren.’
Gek eigenlijk, zegt Hulme via een beeldverbinding vanuit zijn werkkamer aan de Universiteit van Cambridge, waar hij de leerstoel klimaat en cultuur bekleedt. ‘De eerste twintig jaar van mijn loopbaan heb ik besteed aan waarschuwen hoe serieus klimaatverandering is. En sinds tien jaar is mijn boodschap: wacht even, het is ernstig, maar het is niet álles.’
Voor de goede orde: verwar hem niet met een klimaatontkenner. Niet één, niet twee, maar tientallen keren benadrukt hij: klimaatverandering is écht. Door de menselijke uitstoot van broeikassen is de planeet nu 1,2 graden opgewarmd. En overal zijn de vaak problematische gevolgen daarvan al zichtbaar: hittegolven worden heter, gletsjers smelten, de zeespiegel stijgt. Hulme zelf is een van de grondleggers van die kennis – hij promoveerde op veranderende neerslagpatronen in Soedan, onderzocht klimaatmodellen aan de vermaarde Climate Research Unit van de Universiteit van East Anglia en deelde nota bene persoonlijk in de Nobelprijs voor de Vrede, toen die in 2007 werd toegekend aan het VN-klimaatpanel IPCC.
Maar intussen raakte Hulme steeds meer geïnteresseerd in een heel andere kant van de zaak: hoe de mensheid omgaat met klimaatverandering als idee. Het begon hem op te vallen hoe steeds meer mensen en ngo’s het klimaat aanklampen als symbool voor zo ongeveer alles wat er mis is met de wereld. Klimaatverandering is een ‘meesternarratief’ geworden, schrijft hij, de grote boze donderwolk waarop mensen al hun zorgen en angsten projecteren. Ook als die nauwelijks of slechts zijdelings met veranderende weerpatronen en klimaatzones te maken hebben.
Dat kan nooit goed gaan, signaleerde hij de afgelopen tien jaar in een allengs steeds opvallender reeks artikelen en boeken. Alsof al het leed van de wereld, van natuurverval tot oorlog en van vluchtelingenstromen tot honger, ineens als sneeuw voor de zon verdwijnt als we het klimaat stabiliseren op het wondergetal van 1,5 graad opwarming.
Dit draait allemaal om de illusie van controle, betoogde hij in zijn essay Can Science Fix Climate Change? (2004). De illusie dat er een grote thermostaatknop bestaat, waarmee we oorlog, honger, rampspoed en onrecht zachter kunnen draaien.
‘Het is niet zozeer een verkeerde, maar vooral een incomplete voorstelling van zaken. We zijn allerlei in essentie sociale, economische, politieke en culturele verschijnselen gaan ‘klimatiseren’, zoals ik het noem. Of het nu gaat om vruchtbaarheid, mode of het aantal zelfdodingen: we zijn het klimaatelement ervan gaan benadrukken.
‘Dat geeft soms rare uitkomsten. Een van mijn lievelingsvoorbeelden is dat van racistische tweets. Onderzoek wees uit dat er bij warmte meer racistische berichten worden verzonden. Dat zou betekenen dat verdere klimaatverandering meer xenofobie en racistisch getwitter geeft, stellen de auteurs.
‘Zo deterministisch is het natuurlijk niet. Iedereen kan bedenken dat er niet meer racistische tweets zijn, alleen maar doordat de wereld een graad is opgewarmd. Zo’n fenomeen moet je zien in een andere, veel ruimere context. En het probleem is dat die context buiten beeld raakt door alleen de klimaatkant te noemen.’
‘De mens heeft de dampkring zodanig veranderd dat élke weergebeurtenis waar ook ter wereld op de een of andere manier wordt beïnvloed door menselijke verstoringen. Prima om dat te onderzoeken. Maar het probleem daarmee is wel dat het ons niets vertelt over hoeveel van de ramp is toe te schrijven aan menselijke activiteit.
‘Daarvoor moet je kijken naar alle andere sociale, economische, politieke en infrastructurele dimensies. Kwam de ramp simpelweg doordat de riolen al tien jaar niet meer zijn schoongemaakt? Heeft deze hittegolf zoveel mensen het leven gekost omdat de stad in kwestie geen waarschuwingssysteem heeft? Klimaatattributiestudies vertellen je iets over de meteorologie. Maar niet noodzakelijkerwijs over de ramp.’
Dik tien jaar geleden is het nu dat hij een spraakmakend, inmiddels zeshonderd keer geciteerd overzichtsartikel publiceerde in een vakblad voor wetenschapshistorici. Reducing the Future to Climate, stond erboven. Want dat is wat er sluipenderwijs is gebeurd, vindt hij. Als beleidsmakers het hebben over de iets verdere toekomst, gaat het al snel over wat het klimaat tegen die tijd doet. Klimaatreductionisme, dus. ‘Je isoleert het klimaat als de voornaamste aanjager van verandering.’
Dat komt doordat klimaatwetenschappers met hun op natuurkunde gebaseerde computermodellen redelijk goed kunnen vooruitkijken en andere wetenschappers niet, betoogt Hulme. ‘Klimaatwetenschappers doen de ongelooflijke claim dat ze in de toekomst kunnen zien.’ Dat zet ze op voorsprong: we weten al hoe hoog de zeespiegel straks staat, terwijl de econoom geen flauw idee heeft hoe de beurskoers later loopt en de politicoloog onmogelijk kan zeggen wat er straks op het wereldtoneel gebeurt.
‘Maar laten we nu eens vijftig jaar naar de toekomst springen, naar de tijd waarvan de klimaatmodellen ons vertellen dat de aarde nog een graad is opgewarmd’, zegt Hulme. ‘Je hebt weinig verbeelding nodig om te begrijpen dat de wereld tegen die tijd radicaal anders is. Door AI, hersenimplantaten, robotica, medicijnen – wat je maar kunt bedenken. Dat maakt het klimaat, op zijn best, een erg onvolledige manier om de toekomst te bezien. We hebben alleen geen model dat ons de rest kan vertellen.’
‘Het kan een meer overwogen, bedachtzame afweging van beleidsmaatregelen in de weg staan. Ik vind dat je voor verstandige beleidskeuzen de risico’s van klimaatverandering moet afwegen tegen andere dimensies van verandering, die de natuurkunde níét kan voorspellen. Voordat we al onze aandacht richten op één bepaald type beleid.’
‘Zeker, en geen enkele twijfel over de natuurkunde daarachter. Maar die zeespiegelstijging voltrekt zich in een andere wereld dan we nu ervaren.’
‘Het gevaar is dat zo’n ideologie het gevoel geeft van eendimensionaliteit, met daaraan gekoppeld urgentie: dit is het ene ding dat ten koste van alles moet worden gestopt. Het leidt tot dat hele discours dat we de hele tijd horen, van krapte, tijdnood, oprakende koolstofbudgetten en deadlines waarna het allemaal te laat is.’
‘Een bekende is biobrandstof. De Europese richtlijn dat 10 procent van alle brandstof voor het wegvervoer uit biobrandstof moest komen, leidde tot oliepalmplantages, druk op de voedselmarkt, boskap en mensen die werden verdreven van hun land. Een voorbeeld van goedbedoeld beleid dat werd gehinderd door een beperkt begrip van de complexe dynamiek van de wereld. En het heeft jaren geduurd voordat het werd teruggedraaid.
‘Of neem het koken met gesprokkeld hout of dierenuitwerpselen binnenshuis, in vooral India. Het meest betaalbare alternatief om af te komen van dit enorm ongezonde gebruik is vloeibaar gas, lpg. Dat stoot bovendien minder broeikasgassen uit en is goed voor de emancipatie, omdat het vrouwen meer vrijspeelt. Zij hoeven dan niet meer de deur uit om hout of uitwerpselen te sprokkelen.
‘Maar wat is de praktijk? Niemand stelt er geld voor beschikbaar, omdat dit besmette ontwikkelingshulp is. Lpg zou de fossiele economie in stand houden. Zo geobsedeerd zijn we met het doel om onder de 1,5 graad opwarming te blijven. Dergelijke voorbeelden laten zien: je moet goed nadenken voordat je halsoverkop alle fossiele energie uitbant. Op dat punt pleit ik tegen de allesoverheersende urgentie van het klimatisme.’
‘Omdat ze het blikveld verruimen. Ook klimaatactie is een van de doelen, maar wel naast zestien andere. Dit haalt ons weg van die obsessie met maar één ding.
‘Onder de 1,5 graad opwarming blijven is uiteindelijk niet wat we willen. Dat is maar een getal, een afgeleide van heel andere zaken die we willen bereiken. Zoals natuurbehoud, of een eerlijker verdeling van macht en rijkdom. De zeventien ontwikkelingsdoelen geven wat dat betreft beter weer wat voor wereld we nastreven. Die gaan ook over minder energie, beter sanitair, meer gendergelijkheid, meer onderwijs. Als we dan toch idealen op tafel leggen, laten we ze dan allemaal op tafel leggen.’
‘Het interessante is dat je bij de SDG’s nog niet die retoriek ziet die we wel bij het klimaat hebben. Zo van: we hebben nog zeven jaar om doel één – armoede de wereld uit – te halen! En zo niet, dan is het te laat, dan vallen we in de afgrond, einde oefening.
‘Dat biedt veel meer perspectief dan bij klimaatverandering, waar een ongezond soort retoriek is ontstaan van steeds heftigere waarschuwingen en steeds weer niet gehaalde deadlines. Dat maakt mensen cynisch en zelfs gedesillusioneerd: ach, dit lukt nooit.’
‘Dat is waar, maar je kunt het ook omdraaien. Hoe meer inspanning we stoppen in klimaatbeleid, des te meer we afgeleid raken van de andere SDG’s. Straks missen we onze kans om zo’n twee miljard mensen toegang te geven tot schoon drinkwater, stabiele energie en gratis onderwijs, zaken die we absoluut noodzakelijk vinden voor een goed leven. Willen we een wereld waar we de temperatuur hebben gestabiliseerd op 1,5 graad, maar waar nog steeds vier miljoen mensen per jaar doodgaan door luchtvervuiling door koken binnenshuis?
‘Dit gaat allemaal om: wat voor wereld willen we? Natuurlijk wil je liefst alle zeventien duurzaamheidsdoelen tegelijk halen. Maar in de praktijk zul je misschien prioriteiten moeten stellen. Dat is een politieke keuze.’
‘Ik heb niet de verwachting dat mijn boek enorm veel zal veranderen. De mensen die ik bekritiseer vinden mijn boodschap irrelevant, fout en zelfs onwelkom, omdat het ingaat tegen hun gedachtengoed. Aan de andere kant kreeg ik reacties van, laten we zeggen, de meer reactionaire kant van politiek rechts. Daar zien ze dit als rechtvaardiging om klimaatverandering helemáál te negeren. Ook weer ten onrechte, natuurlijk.’
‘Ik wist dat dit zou gebeuren. Je kunt de politieke ruimte rondom het klimaat niet betreden zonder vijanden te maken of verkeerd te worden uitgelegd. Maar ik denk dat er een aanzienlijke middengroep is die klimaatverandering serieus neemt én die enigszins bezorgd is dat het thema te veel op de voorgrond is komen te staan en we er veel te onheilsprekerig en apocalyptisch over doen. Ik heb goede hoop dat mijn boodschap bij hen meer weerklank vindt.’
Mike Hulme: Climate Change isn’t Everything – Liberating Climate Politics from Alarmism. Polity Press; 197 pagina’s; € 16,99.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden