Home

Toyota #8 kampioen in WEC na zege in 8 uur van Bahrein, Frijns tweede in LMP2

In deze laatste race van het seizoen 2023 stonden er niet 25, maar 38 punten op de winnaar te wachten. Daardoor streden bij de Hypercars de #7 en #8 Toyota en de #51 Ferrari nog om de titel, waarbij de #8 van Brendon Hartley, Ryo Hirakawa en Sébastien Buemi de beste kaarten in handen hadden met een voorsprong van zestien punten. Vanaf de pole-position had Buemi een prima start en verdedigde de leiding terwijl het achter hem al fout ging voor de zusterauto. Deze kreeg een tik van de #2 Cadillac, waardoor deze achteraan moest aansluiten. Vervolgens ging ook de Vanwall in de rondte in bocht 2 na contact met twee LMP2's. 

Het was vervolgens de taak aan Jose Maria LopezKamui Kobayashi en Mike Conway om de achterstand goed te maken. Zij rekenden met de ene na de andere concurrent in de Hypercars af, maar de #8 Toyota was al te ver aan de horizon verdwenen om een echte bedreiging te vormen. Voor Ferrari zat er niets meer in dan een gevecht om de derde plaats met de #38 Jota Porsche. Dat was dan wel de #50 Ferrari, aangezien de zusterauto een mindere race kende en was teruggezakt tot de zesde plek. 

Uiteindelijk stond er geen maat op de #8 Toyota en was deze na 8 uur racen de winnaar. Het is de vijfde titel op rij voor Toyota in de topklasse van het WEC en de tweede op rij voor de coureurs die deze auto delen. Het Japanse merk sluit het seizoen 2023 af met een 1-2 op de baan én in het kampioenschap en geeft zo de concurrentie weer genoeg om over na te denken voor 2024. Ferrari's Antonio FuocoMiguel Molina en Nicklas Nielsen werden derde in de race en eindigden zo voor de #38 Jota en #6 Porsche Penske Motorsport. De #51 Ferrari werd zesde. 

Bij de LMP2's was de #41 WRT erop gebrand om na een tegenvallende kwalificatie - ze werden slechts tiende van de elf deelnemers - in de race terug te slaan om niets aan het toeval over te laten in de titelstrijd met Inter Europol Competition. De voorsprong was groot, maar niet onoverbrugbaar. Met Robert Kubica, Louis Delétraz en Rui Andrade achter het stuur schoof de LMP2-bolide steeds verder op en lag het zelfs met twee uur te gaan achter de zusterauto van Robin Frijns, Ferdinand Habsburg en Sean Gelael die aan de leiding ging. Jota volgde op de derde plaats terwijl Inter Europol al snel wist dat de titel er niet meer in zou zitten in het jaar dat zij de 24 uur van Le Mans in hun klasse wisten te winnen. Ze reden in het middenveld rond en met de #41 die in de top-drie meereed was de kans op een wonder heel klein.

Dat wonder kwam er met minder dan 40 minuten te gaan wel voor de #41, aangezien de #31 WRT een dramatische pitstop kende en de leiding overliet aan de aanstaande kampioenen. Zij gaven de leiding vervolgens niet meer uit handen en werden op de best mogelijke manier kampioen in de LMP2-klasse. Frijns en zijn teamgenoten maakten de WRT 1-2 compleet, al zullen zij wel balen van het mislopen van de zege na deze sterke vertoning. Bent Viscaal greep samen met Juan Manuel Correa en Filip Ugran in de #9 Prema naast het podium: deze ging naar de #28 Jota van David Heinemeier HanssonPietro Fittipaldi en Oliver Rasmussen. De polesitters, de #23 United Autosports, kwamen slechts als achtste over de streep na een moeizame race.

Bij de GTE Am's hadden de Iron Dames de pole-position en deze hielden ze een tijd vast, totdat de #60 Iron Lynx hen inhaalde voor de leiding. Zij hadden een ruime voorsprong opgebouwd naar de roze Porsche, die juist in de spiegels moest kijken omdat de #98 Northwest AMR met Alex Riberas achter het stuur naderde. De Iron Dames namen echter weer de leiding over van Iron Lynx nadat het team zich genoodzaakt zag om zich terug te trekken uit de race. Claudio Schiavoni voelde zich niet goed en liet hem aan het einde van de race het stuur overnemen, maar hij was niet voldoende hersteld waarop hij de auto naar de garage stuurde en het team klaar was, omdat ze niet konden voldoen aan de minimale rijtijd van 2 uur en 20 minuten voor de bronzen coureur. 

Voor de Iron Dames was dat dus goed nieuws, al zag Casper Stevenson in de D'Station Racing in de slotfase de kans om roet in het eten te gooien. Michelle Gatting had echter nog genoeg over om weg te rijden van de Aston Martin en het damesteam de zege - de laatste ooit in de GTE-klasse in WEC - te bezorgen. D'Station Racing werd tweede, Northwest AMR moest genoegen nemen met P3. De kampioenen van de GTE Am-klasse, de #33 Corvette van Nicky Catsburg, Ben Keating en Nicolás Varrone, kwamen als zevende over de streep.

-

1 lap

+1'36.286

1'36.286

+1'37.248

1'37.248

+1 Lap

10.770

+1 Lap

12.951

2 laps

+2 Laps

35.611

+2 Laps

1'22.705

+2 Laps

1'29.034

3 laps

11 laps

+11 Laps

50.236

+11 Laps

1'31.471

+11 Laps

1'57.672

12 laps

+12 Laps

20.673

+12 Laps

38.458

+12 Laps

1'24.117

+12 Laps

1'28.490

13 laps

17 laps

+17 Laps

18.295

+17 Laps

55.344

+17 Laps

1'42.362

+17 Laps

1'43.881

18 laps

+18 Laps

4.871

+18 Laps

29.663

+18 Laps

1'57.715

19 laps

20 laps

32 laps

31 laps

33 laps

86 laps

Source: Motorsport

Previous

Next