Home

Acteur Jim Deddes (van internethit Huilon): ‘Onze humor absurd? Nee man, de echte wereld is veel absurder’

Of hij nu een soldaat in een oorlogsfilm speelt of een typetje in een komische sketch: Jim Deddes neemt het even serieus. Voor zijn nieuwste film Hardcore Never Dies viel de Amsterdamse acteur 12 kilo af, leerde hij Rotterdams praten en hakken. ‘Het hele plaatje moest kloppen.’

Wachtend op acteur Jim Deddes dringt zich de vraag op of ik hem wel zal herkennen. Het is alweer even geleden dat ik hem in zijn eigen gedaante zag acteren in de film De Oost. Ter voorbereiding op het gesprek heb ik vooral urenlang gekeken naar Harco, het mateloos populaire personage dat hij speelt in vele YouTubefilmpjes, met een pruik, een zeshoekige bril en een morsig jarentachtigjasje. Daarna zag ik de nieuwe film Hardcore Never Dies, waarin hij de vervaarlijk ogende gabber Danny speelt: kaalgeschoren, uitgemergeld en strak van de pillen. Twee extremen, waardoor het lastig is een idee te vormen van hoe hij er in het echt uitziet.

En zo heeft hij het graag, zegt Deddes (36) lachend als hij plotseling is aangeschoven aan de cafétafel – waardoor de vraag niet hoeft te worden beantwoord. Het haar is terug, het gewicht weer op orde: gewoon een vrolijke, goedlachse jongen. Zijn filmpjes werden bekeken door miljoenen, maar in het grand café in Amsterdam-Noord, het stadsdeel waar hij anderhalf jaar geleden naartoe is verhuisd om de ‘expat-hel’ van de binnenstad te ontvluchten, is er niemand die opkijkt.

‘Ik word zelden herkend’, zegt hij, ‘en dat vind ik heel prettig. Niet alleen omdat ik erg gesteld ben op mijn privéleven, maar ook omdat ik het voor mijn vak beter vind zo anoniem mogelijk te blijven. Bekende Nederlander zijn, dat strookt in mijn hoofd eigenlijk niet met acteur zijn. Het is natuurlijk onmogelijk als je een carrière nastreeft, maar het liefst zou ik willen dat je als kijker altijd het gevoel houdt dat je mij niet kent, want dat komt de geloofwaardigheid ten goede.’

De rol in Hardcore Never Dies is zijn grootste tot nu toe, voor hem geschreven door regisseur Jim Taihuttu, die hij als een geestverwant beschouwt. ‘Ik ken hem al best lang, van gezicht dan, want we gingen vroeger uit op dezelfde plekken – de hiphop-hoek, zeg maar. Toen ik Wolf (een misdaadfilm over een kickbokser, red.) zag, was ik zwaar onder de indruk. Holy shit, dacht ik: ik geloof dit, het is spannend, hij neemt het onderwerp serieus, blijft er trouw aan. Dus ik vind het geweldig dat ik nu zo intensief met hem kon samenwerken.’

Taihuttu is een eigenheimer, die bekendstaat om zijn gedrevenheid. Deddes maakte er kennis mee in 2018, tijdens het filmen van De Oost. Tweeënhalve maand op elkaars lip in Indonesië. ‘Het was extreem, en zwaar ook. Met Jim heb je nooit het gevoel dat je een leuk scènetje staat af te draaien. Alles is belangrijk, elk detail, en zo sta ik er ook in. Er werden honderdvijftig jongens ingevlogen uit Nederland, alleen maar om op de achtergrond langs te lopen.

‘Wat ik heel goed vind, is dat Jim graag werkt met niet-acteurs. In De Oost zat Abel van Gijlswijk van de band Hang Youth, in Hardcore Never Dies speelt Jordy Dijkshoorn, de zanger van De Likt, voor Wolf heeft Jim allemaal jongens uit Kanaleneiland (Utrechtse wijk, red.) van de straat geplukt. Onbekende gezichten, in films dan, zodat je niet uit de beleving wordt getrokken door de gedachte: o, ik moet nu geloven dat een acteur die eerst een lieve huisvader was, nu opeens een zware crimineel is. Want dat lukt nu eenmaal niet.’

Na De Oost richtte Taihuttu zijn vizier op de gabbercultuur van de jaren negentig. Een onderwerp dat schreeuwde om te worden verfilmd; gabber is het enige muziekgenre dat puur Nederlands is en wereldwijd bekendheid kreeg. Indertijd was Rotterdam het centrum van de scene. Het lag niet erg voor de hand om een Amsterdamse dertiger voor een van de hoofdrollen te vragen, maar Taihuttu hoefde niet te worden overtuigd.

‘Jim heeft nu eenmaal dingen in zijn hoofd die niemand eruit praat. Vraag het iedereen die met hem heeft gewerkt. Hij zei: luister, ik wil dat je eruitziet als iemand die veel drugs gebruikt, je moet Rotterdams praten en je moet kunnen hakken (de dansstijl die bij gabbermuziek hoort, red.). Het eerste wat ik dacht was: jézus, wat vet. Maar daarna heb ik wel een paar nachten wakker gelegen: hoe ga ik dit doen?’

Hij moest 12 kilo kwijtraken. ‘Op een gewicht van rond de 80 is dat veel. Ik had wel een beetje coronavet dat ik kon missen, maar toch: ik schrok van mezelf als ik in de spiegel keek. Maar ik ga hier niet lopen zeuren hoe zwaar het was om een paar maanden geen bier te drinken. Ik ben nog nooit fysiek heel erg veranderd voor een rol, dat was een grote uitdaging. Net als het Rotterdamse accent, waar ik flink mee heb geworsteld. Ik ben er totaal allergisch voor als een Amsterdams accent slecht wordt gedaan. Dan wordt het meteen zo ‘musical’ – ’t Schaep met de 5 pooten, weet je wel: ‘Godverrrrrdómme klootzak!’ In het Rotterdams is het voor mij moeilijker aan te voelen wanneer het ernaast zit, je hebt er net als in Amsterdam veel verschillende accenten. Mijn personage is een beetje volks en heeft een grote bek. Dat zijn valkuilen. En het hele plaatje moest wel kloppen.’

Volgens een beproefd Taihuttu-recept verbleven de regisseur, de cameraman en de hoofdrolspelers tijdens de draaiperiode met zijn allen in twee appartementen in Rotterdam, tien weken lang. Handig: je blijft in de sfeer, je kan ’s avonds de scènes van de volgende dag nog eens doornemen, en ondertussen kon Deddes met zijn Rotterdamse tegenspeler Rosa Stil oefenen op de uitspraak van de ‘ij’, die geen ‘ai’ moet worden, maar ook weer geen ‘ei’, want dat is Haags.

Af en toe ging hij in vol ornaat de straat op: bomberjack, oorbel, kale kop, dun bekkie. ‘Ik zag er vrij heftig uit, vond ik zelf, maar het relaxte aan Rotterdam is dat niemand daarvan onder de indruk is. Overal was het: ‘Hé, goeiemorgen, alles goed?’ De sfeer is er toch wat meer ontspannen dan ik in Amsterdam gewend ben, maar ik denk dat het ook kwam doordat gabber daar nog leeft.’

‘Op de basisschool wist ik dat het een ding was, dat de gabbers en de skaters elkaar haatten en soms ook op de vuist gingen. Meer niet. Ik geloof dat ik ze redelijk eng vond. Dat hakken moest ik echt van YouTube leren, met beelden van oude gabberfeesten, maar ook tutorials – haha, die zijn er. En dan nadoen, voor de spiegel. Valt niet mee, hoor. Nederlanders staan niet bekend om hun ritmegevoel, maar kijk maar eens goed naar het voetenwerk van die gabbers, op zo’n ziek hoog tempo. In het begin dacht ik: ik snap ’t niet. Maar je moet het voelen, dan maakt het niet uit of je helemaal perfect hakt.’

De Rotterdamse gabberscene was nauw betrokken bij het project. ‘Vooral die gasten van toen, de OG’s, zeg maar. Die zijn nu in de vijftig. Ze hadden geweldige verhalen, en waren alert op details: ‘Hé, die schoenen waren indertijd nog niet uit, dus dat klopt niet.’ Je hebt ook een heel nieuwe aanwas van jongeren die zich precies kleden en gedragen als in het begin van de jaren negentig. Ook echte diehards, hoor. Het zijn de beste figuranten die je kunt hebben: ze zien er fokking goed uit en ze zeuren nooit. Lange draainachten stonden ze buiten in de kou, en als je vroeg hoe het ging, staken ze een duimpje omhoog. Want ze houden zo veel van die muziek en zijn zo trots op hun identiteit.

‘Het zijn vaak types die het niet makkelijk hebben. Van vroeger herinnerde ik me dat mensen met een grote boog om ze heenliepen. Je hoorde ook vaak dat er extreem-rechtse types op die hardcorefeesten afkwamen. Maar nu viel me juist de enorme saamhorigheid op. De sfeer is nooit grimmig, iedereen is welkom. Ik ben die scene echt gaan waarderen.’

Ogenschijnlijk lijkt het een grote stap naar die andere kant van Deddes’ carrière: de komische filmpjes die hij maakt onder de vlag Joardy Film, samen met regisseur Jan Hulst, die hij leerde kennen op de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Toen Deddes daar twaalf jaar geleden de theateropleiding afrondde, liep het niet gelijk storm met aanbiedingen voor ‘vette rollen’. ‘Was ook wel logisch, want ik was nog helemaal geen goede acteur. Ik heb er een prettige tijd gehad, maar zo’n opleiding heeft ook iets absurds. Dan sta je als 21-jarige ineens een oude Russische dokter te spelen die weemoedig over zijn land uitkijkt. Je hebt helemaal geen ervaring, denkt zelf ook: geloof ik dit wel? Ik was nog aan het zoeken waar mijn kracht lag. Maar daar kom je alleen achter door dingen te doen. En... die waren er niet zo veel.’

Hij speelde in series, in de musical Hij gelooft in mij, kleine rollen veelal. In de tijd die over was, begonnen Deddes en Hulst te ‘klooien met een camera’. Hulst erachter, hij ervoor. ‘Aanvankelijk was het gewoon een beetje spelen. Sketches bedenken heb ik altijd leuk gevonden. YouTube zat ontzettend in de lift, daar konden we van alles op gooien zonder enige inmenging van buitenaf.’

In 2016 raakte het duo met het filmpje Huilon een gevoelige snaar. In de gedaante van de even naïeve als stoïcijnse Harco gaf Deddes in plat Amsterdams een lang antwoord op de vraag ‘Waar moet u om huilen?’, meer was het niet, maar de kracht school in de opsomming van het lukrake en het absurde. Een kleine greep uit de zaken die Harco aan het huilen kregen: moorden die toch nog worden opgelost, rust bij die familietjes, zwaar gepeste meisjes, slechte huisvesting, geen drinkwater, geen warm water, eigenlijk helemaal geen water, ja: van de slijkse rivier daar verderop, maar ja, daar wordt ook in gekakt weet je, draaiorgels, die zijn kut, drugshoofden, aidsnaalden, bloeddoekies, onbewuste achterhoofden, hele brede mensen met een klein gezicht, lange mensen op de fiets met haast... Enzovoort, tot Harco zijn gedachtestroom ineens afsluit met een gortdroog ‘Ja? Okeeeeeeej’.

In een mum van tijd ging Huilon viraal. Op YouTube staat de teller inmiddels op anderhalf miljoen views. ‘Een hond die een wind laat, heeft binnen een dag het dubbele’, zegt Deddes relativerend. Toch begreep hij dat ze iets te pakken hadden. Op hun YouTubekanaal Joardy Film volgden vele andere filmpjes, met meer Harco en ook andere typetjes, zoals de passief-agressieve voetballer Brian Rompoe. Allemaal even geestig en ongrijpbaar.

‘Ja, het is heel ijdel om te zeggen, maar we hebben eventjes de lingo veranderd. Op Twitter zag ik het opeens opduiken als hashtag bij berichten die over heel andere zaken gingen: #huilon. Jan en ik zeiden nooit tegen mekaar: we rijdon nu naar Den Haag. We hadden gewoon snel een titel nodig. Het is bizar hoe zoiets werkt.’

Humor uitleggen is een hachelijke zaak, en Jim Deddes is er bedacht op. ‘Mensen vragen vaak hoe ik in serieuze films kan spelen en tegelijkertijd dit soort dingen maak, maar ik zie daar geen tegenstrijdigheid in. Voor mij is de overeenkomst dat ik het als acteur allebei serieus neem. Jan en ik improviseren veel, het lijkt soms of we maar wat klooien, maar dat is dan kennelijk noodzakelijk. We stoeien ook graag met domme woorden, zoals de naam ‘Rompoe’. Klinkt grappig, zou een uitdrukking kunnen zijn. ‘Ik voel me helemaal rompoe.’ Dat je slecht gaat, weet je wel? Nou ja, dat kan het begin zijn van iets. Huilon was eigenlijk een parodie op Man bijt hond, waarin ook rare vragen worden gesteld aan toevallige voorbijgangers, maar ik denk dat mensen vooral aansloegen op de timing. Harco gaat heel erg over ritme.’

‘Dat klopt wel, veel van onze ideeën beginnen bij een gedeelde verbazing. Vooral de eindeloze ijdelheid op sociale media is een onuitputtelijke bron van inspiratie. Mensen zijn allemaal experts geworden in ‘Ik, de musical’. Een hele generatie is zich hyperbewust van zichzelf, en tegelijkertijd totaal onbewust van hoe narcistisch dat is. Ik kan me nog herinneren dat iedereen het ontzettend asociaal vond als iemand op straat liep te bellen, nu is het heel normaal als bekende Nederlanders een documentaire over zichzelf produceren, en daar zélf geld insteken. Je hebt een bekend hoofd vanwege een account op een app die je niet zelf hebt bedacht, en dat is dan reden genoeg om te denken: ik ga mezelf laten volgen, dan ga ik er zelf naar kijken en me daarop aftrekken. Ik kan niet eens woorden vinden voor hoe debiel dat is, maar al die stakkers doen het gewoon.

‘Je hebt letterlijk mensen die zichzelf filmen op sociale media als ze hun kamer schoonmaken. En dan zeggen ze dat onze humor absurd is? Nee man, de echte wereld is veel absurder. Wij zien onszelf absoluut niet als morele scheidsrechters ofzo, maar als mensen iets online zetten, moeten ze niet zeuren als een ander daar iets van vindt. Je wilt aandacht. Nou, there you go.’

‘Nee, dat is gewoon niet onze smaak. Dan kom je snel uit bij een persiflage, of een mop die je verfilmt, zoals Sluipschutters (sketchprogramma van BNNVara, red.). Klingelingeling! Ha, daar loopt iemand een snackbar in, nu gaat er zeker iets grappigs beginnen. Hoe meer ik de indruk krijg dat het de bedoeling is dat ik ga lachen, hoe minder leuk ik het vind. Dat heeft voor mijn gevoel ook weinig van doen met kunst maken, en zo zie ik ons werk toch wel.’

Het voordeel van YouTube was de totale vrijheid die Hulst en Deddes hadden, het nadeel dat je er vrijwel niks mee kunt verdienen. Met het succes van Joardy Film werd het duo steeds vaker het hof gemaakt door reclamebureaus. ‘Een heel rare wereld’, zegt Deddes lachend. ‘Je komt op kantoor bij allemaal ontzettend gave jongens uit Arnhem die jou gaan vertellen hoe grappig je wel niet bent. Ze beloven je gouden bergen, maar als je dan zegt: oké, dit wil ik wel maken, dan is het: oeh, tja, de klant heeft toch liever dat je gewoon als Harco een opsomming doet, maar dan over de ABN. We hebben weleens een reclame gedaan voor appelsap, maar we zijn gelukkig niet gezwicht voor het snelle geld. Als je Harco inzet voor een of andere zieke multinational ben je een typetje kwijt dat miljoenen mensen leuk vinden. Terwijl: hij is van ons, hè.’

‘Precies, maar dat is allang niet meer zo. Nu heb je acteurs die gaan protesteren bij de klimaatmars, maar ondertussen gewoon voice-over zijn in commercials van de grootste, vervuilendste rotbedrijven. Dat vind ik op z’n zachtst gezegd ironisch.’

Hoe kun je iets beschermen als je het tegelijkertijd met zo veel mogelijk mensen wilt delen? Voor de VPRO maakten ze een webserie rond Harco, met een prettig uit de bocht gierende verhaallijn. Een leuk project, maar wat Deddes betreft niet voor herhaling vatbaar. ‘Je moet van tevoren de hele mangel door, uitleggen wat je gaat doen, scripts laten zien. Dan werk je eigenlijk al niet meer op de manier waarop Jan en ik op ons best zijn. Ik snap heus dat je mensen enigszins op de hoogte moet houden als je een half miljoen subsidiegeld krijgt, maar ja: humor op papier is taai. Uiteindelijk kregen we wel de vrijheid, maar toch klopte het voor mijn gevoel niet helemaal.’

Inmiddels is het duo de ontregelende podcast AT6 begonnen (‘Het echte geluid uit Amsterdam’) en zijn ze bezig van hun sketches een theatershow te maken die in april 2024 van start gaat. Deze zomer gaven ze alvast een voorproefje met vijf ‘werkvoorstellingen’ – allemaal stijf uitverkocht. ‘Het vreemde aan succes op internet is dat je geen idee hebt wie je publiek is, en hoe mensen kijken. Sinds Huilon ben ik op de meest random plekken aangeklampt door mensen uit alle lagen van de bevolking die vertelden waarom Harco belangrijk voor ze is. Bij zo’n show zie je ze ineens samen, is er directe interactie. Dat is heel leuk.’

Het heeft iets ‘intiems’, zegt hij, om humor te delen. ‘In mijn middelbareschooltijd is het voor mij heel bepalend geweest om te ontdekken wat ik grappig vond. Ik was een vervelende puber met een grote mond. Hing veel rond op straat, met zo’n groepje jongens uit de buurt. Scootertjes, blowen, stoer doen, mensen bewust irriteren.’

‘Nou, bijna misschien. Luister, ik was geen gevaarlijke jongen hoor, ik was gewoon aan het zoeken wie ik was. Maar ik weet nog wel dat ik voor het eerst een theaterles volgde, ergens in Amsterdam-Zuid, en het enige wat ik dacht was: mijn vrienden moeten me hier niet zien. Dat zou genant zijn, want die kwamen uit zo’n andere hoek. Ik zat een beetje in een spagaat, was ook goed bevriend met Jeroen Scholten van Aschat, die nu scenarioschrijver is. Met hem ging ik luisteren naar De mannen van de radio van Hans Teeuwen en Pieter Bouwman. En Jiskefet kijken, meestal hartstikke stoned. Dat heeft wel een luikje geopend in mijn hoofd.’

‘Dat was het nog steeds wel. Het zijn niet meer alleen advocaten- en tandartszoontjes uit Zuid, maar het is wel een witte school. Ik vond het er niet heel gezellig, maar ik heb er wel wat aan gehad, qua mensen kijken. En ik heb er ook vrienden gemaakt.’

‘Nee, totaal niet. Ik groeide op in Amsterdam-Oost en kom uit een chill nest. Lieve ouders, die me steunden en stimuleerden. Mijn moeder deed aan moderne dans, en ze gaf yoga, ver voordat yoga de hype werd die het nu is. Mijn vader was lange tijd hoofdredacteur van het muziekblad Oor, Paul Evers...’

Hij valt even stil. ‘En nu zou het wel heel absurd zijn om niet te vertellen dat hij een paar maanden geleden is overleden.’

‘Hij is vijf jaar ziek geweest, uiteindelijk heeft een griepje hem genekt. Het gebeurde midden in de draaiperiode van Hardcore Never Dies. Maar...’

Hij slaakt een diepe zucht. ‘Ik begin er zelf over, hè, dat weet ik. Ik heb het er nog steeds heel moeilijk mee, wat normaal is, en het zou slecht voelen om eroverheen te praten, maar kunnen we het hierbij laten?’

‘Ik heb er geen moeite mee om over persoonlijke shit te praten, maar als dat het hoofdonderwerp wordt, doe je eigenlijk hetzelfde als die ijdele gasten over wie we het net hadden: jezelf centraal zetten. Zeggen: ík ben genoeg. Nee man, je bent niet genoeg. Je hebt alleen een account dat lekker loopt. Dat soort types doen mij soms wel verlangen naar de tijd waarin je iets moest kunnen om bekend te worden. Één ding, meer vraag ik niet.’

‘Nee hoor, zo zie ik dat niet. Ik zag laatst een oude aflevering van Zomergasten op YouTube, met een wetenschapper die een zware pijp aan het roken was. Een gesprek van drie uur, geen haast, ze zijn zich nauwelijks bewust van de camera. Wat lekker dat zoiets kan bestaan, denk ik dan. Maar tegelijkertijd kijk ik het niet uit en ben ik de naam van de gast vergeten. Snap je? Het is niet alsof ik hunkerend terugkijk: was het nog maar 1993. Ik leef nu, ben ook een product van deze tijd. Maar ik ben niet iemand die gemakkelijk over dingen denkt, en ik vind dat je als acteur en maker kritiek mag leveren. De mannen van Jiskefet bedachten iets met z’n drieën, namen het op en gooiden aan het eind van de dag ergens een videoband door een brievenbus. Als die van tevoren hadden moeten vertellen wat ze van plan waren, was dat hele programma er nooit geweest, maar zoiets is nu ondenkbaar.

‘In de Nederlandse tv-wereld is weinig ruimte voor originaliteit, daarom is het internet veel leuker. De filmwereld richt zich vaak op romkom-achtige dingen, want dat heeft het meeste succes. Volgens mij hoeft dat helemaal niet. Neem een serie als Stranger Things: nieuwe regisseurs, onbekende acteurs, toch een wereldhit. Het kan heus wel.’

Terugblikkend is Jim Deddes er trots op dat hij geduld heeft gehad. ‘Natuurlijk heb ik weleens gebaald als ik een bepaalde rol niet kreeg, maar ik ben nooit in paniek geraakt. Je kunt makkelijk haast voelen als je elk jaar links en rechts wordt ingehaald door een nieuwe lichting acteurs. ‘Verdomme, ík had daar naast Waldemar Torenstra moeten staan.’ De verleiding is dan groot om ja te zeggen tegen rollen die je eigenlijk niet zo tof vindt, en die je als geloofwaardig acteur niet helpen. Terwijl ik dit zeg merk ik dat ik op mijn woorden pas, want ik moet ook gewoon werk hebben, maar toch: wat ik van die tijd heb geleerd, is dat het loont om een beetje trouw te blijven aan jezelf. Want uiteindelijk hebben Jan en ik in alle vrijheid onze sketches kunnen maken, en uiteindelijk werd ik ook gevraagd voor vette filmprojecten als Hardcore Never Dies. Het is niet alsof ik Jim heb gesmeekt of ik op auditie mocht komen. Hij zag iets, nu staan we hier, en ik ben blij met waar ik sta.’

Met een brede grijns: ‘Dat noemen ze manifesteren toch, tegenwoordig? Eigenlijk gewoon: iets heel graag willen. Nou, dan manifesteer ik me helemaal scheel!’

8 november 1986 Geboren in Amsterdam.
2007-2011 Opleiding toneel en kleinkunst aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.
2008 Filmdebuut in Bloedbroeders.
2012 Speelt de rol van Johnny in de musical Hij gelooft in mij.
2014 Begint met schrijver en regisseur Jan Hulst het YouTubekanaal Joardy Film.
2016 Het filmpje Huilon, met het karakter Harco, wordt een grote internethit.
2016 Rol in theatervoorstelling Lord of the Flies.
2017 Maakt met Jan Hulst de pilot de Eierlanders voor 3Lab van BNNVara.
2018 - 2021 Joardy Season, een onlineserie voor de VPRO, twee seizoenen.
2019 Joardy Sitcom, ook bij de VPRO.
2018-2020 Speelt Matthijs Harderwijk in de tv-serie Mocro Maffia.
2021 Speelt Werner in De Oost van regisseur Jim Taihuttu.
2022 Speelt Ilias in Bestseller Boy, een bekeerde moslim.
2022 AT6, een podcast met Jan Hulst, die het ‘echte geluid van Amsterdam’ zegt te laten horen.
2023 Try-outs van de sketch-theatervoorstelling De Joardy Show.
2023 Hoofdrol in Hardcore Never Dies, eveneens van Taihuttu.
Vanaf april 2024 Theatertournee met De Joardy Show.

Foto’s: Aisha Zeijpveld, fotografie-assistent: Kai Humpleby. Styling: Verge van den Broek. Broek, jas, pak, overhemd: Bram’s Fruit. Das: Lyon Scott. Locatie: Studio Slijper.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next