Home

Het halfbakken onderzoek naar Khadija Arib diende vooral als bewijs dat we allemaal zachtgekookte eieren zijn

Het was politieke clickbait van het smulbaarste soort: ‘Oud-Kamervoorzitter praatte met stemverheffing’, schreef De Telegraaf over het onderzoek naar oud-Kamervoorzitter Khadija Arib dat van de week verscheen. Van de beschuldigingen die hadden geleid tot het onderzoek, is ongeveer de helft blijven staan: Arib zou zich ‘structureel hebben bemoeid met beslissingen die onder de ambtelijke organisatie vielen’, en ze heeft dus tien ambtenaren ‘rechtstreeks en soms met stemverheffing’ aangesproken, en daar geen sorry voor gezegd – negen van hen zeiden dat ze daar ‘emotioneel onder hadden geleden’.

Stemverheffing? STEMVERHEFFING? Is dat nou óók al een misdaad?, was de stemming op sociale media en in krantenkolommen. Waar was het statuut waarin stond dat je niet hard mag praten?, vroeg Özcan Akyol in het AD. Het rapport diende direct als bewijs in de voortdurende generatiestrijd tussen de rouwdouwers die deze samenleving hebben opgebouwd en de sneeuwvlokjes die zich door elke vorm van leiderschap aangetast voelen. ‘Deze generatie kan geen kritiek meer ontvangen’, las ik in ingezonden brieven – dat de klachten zoals die eerder in NRC werden gedeeld niet generatiegebonden waren, deed niet ter zake.

Over de auteur
Emma Curvers is mediaverslaggever en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Er valt een heleboel af te dingen op de procedure waarmee dat onderzoek tot stand is gekomen, maar waar ik op bleef haken was de stemverheffing, en wie er bepaalt wanneer dat een probleem is. De samenvatting van onderzoeksbureau Hoffmann, dat op zijn website nogal uitweidt over het onderscheid tussen ongewenst en grensoverschrijdend gedrag, vermeldt niet of er volgens zijn professionele oordeel sprake is van een overschreden grens. Of Arib gewoon zo’n veeleisende, strenge baas was, of zo’n intimiderende, die mensen tot burn-out toe afbrandde, moeten we zelf maar invullen. Met die vaagheid wordt zowel Arib geschaad, als de mensen die hebben geklaagd.

Maar waarom is de conclusie, als negen mensen zeggen dat zij emotioneel hebben geleden, dat ze alle negen doetjes zijn en dat ‘stemverheffing’ moet kunnen? Dat lijkt me de moeite van het bespreken waard. Volgens een schatting van organisatieadviseur Peter Fijbes, auteur van Angstcultuur (2017), is 30 procent van alle werkende Nederlanders bang voor de baas. Er klinkt alleen nauwelijks verontwaardiging over. Als er weer eens een stuk verschijnt over een machtige uitgever of presentator die talloze onderknuppels de ggz in joeg, is dat met name een kans om te zeggen dat waar gehakt wordt, et cetera. Misschien is dat omdat de overige 70 procent hoopt ooit eens beloond te worden voor hun dikke huid.

Van de Champions League-mythe zijn we nog niet af, terwijl schreeuwen bewezen een ontzéttend slechte methode is om personeel te motiveren en te behouden. Ook het vertrek van minister van Onderwijs Dennis Wiersma, die last had van woedeaanvallen, riep toch vooral de reactie op dat het zo zonde was, dat door dat gejeremieer over grenzen zo’n kundige vent moest vertrekken. Uiteraard is het makkelijker mee te leven met een gevierd politicus, dan met anoniemelingen in rapporten in een la.

Er ís geen wet die zegt dat je niet mag schreeuwen, maar we kunnen prima een maatschappelijke norm bepalen: dat schreeuwen tegen ondergeschikten niet oké is. Als je niet iedereen die last heeft van zijn baas onverdeeld voor loser uitmaakt, verlaagt dat misschien wel de drempel om dit gedrag met elkaar te bespreken. Misschien kunnen we het dan zelfs eens hebben over de vraag waaróm sommige bazen eigenlijk schreeuwen. De inzet van dat gesprek hoeft niet te zijn dat zij het veld moeten ruimen – het zouden lege bestuurskamers worden. Het zou juist kunnen bijdragen aan een gesprek over de werkvloer waarmee ontslagen, gefnuikte carrières, droevige onderzoeksprocessen en duizenden gefactureerde uren van onderzoeksbureaus kunnen worden voorkómen.

De industrie van onderzoeksbureaus gaat ons niet verder helpen in dat gesprek. Maar alleen luisteren naar de stoerste mensen in de kamer ook niet.

Source: Volkskrant

Previous

Next