Home

Zadie Smith schreef een historische roman: ‘Ik vond dat ik mensen uit hun vertrouwde omgeving moest halen. En wat is er vreemder dan het verleden?’

Zeven jaar thuis schrijven en dan zes maanden op pad, zo beschrijft Zadie Smith haar leven. Dat pad brengt haar zaterdagavond naar het festival Crossing Border, om te praten over haar roman Charlatan. Hier beantwoordt ze alvast vier vragen.

Piepjong was de Brits-Jamaicaanse Zadie Smith (48) toen ze rond de eeuwwisseling doorbrak met haar debuutroman Witte tanden, over drie families van verschillende komaf in contemporain Londen. Dit wordt ‘een van de belangrijkste schrijfsters van een nieuwe Britse generatie’, vermoedde de Volkskrant – en zo gebeurde het. Bijna een kwarteeuw en heel wat literaire successen later (Over schoonheid, Ik heb mij bedacht, Swing Time) is Smith dit weekend in Den Haag om zich te laten interviewen tijdens muziek- en literatuurfestival Crossing Border over haar nieuwe boek Charlatan.

Het optreden vormt een korte tussenstop op een Europese tour. Interviews wilde ze verder niet geven voor haar komst, behalve aan de Volkskrant – per e-mail. Smith is niet bepaald dol op de pers. De bekendheid die kleeft aan haar succes heeft haar altijd tegengestaan, zei ze onlangs nog tegen The Guardian. Maar ja, ze snapt dat het erbij hoort. ‘Mijn werk houdt in dat ik zeven jaar thuis zit te schrijven en dan zes maanden op pad ben. Zoals mijn vader zou zeggen: ‘Het is niet alsof je een kolenmijn in wordt gestuurd, hè Zadie?’ En zo is het.’

Emilia Menkveld is literair recensent en eindredacteur van de Volkskrant.

In Charlatan vertelt Smith het levensverhaal van de intelligente Eliza Touchet, die in 19de-eeuws Engeland veroordeeld is tot een leven als huishoudster van haar neef William Ainsworth, een zo goed als vergeten romancier van ruim dertig, veelal matige romans. Op zijn literaire avondjes, met gasten als Charles Dickens en William Thackeray, mag Eliza de wijn inschenken.

Al snel raakt ze gefascineerd door een geruchtmakende (waargebeurde) rechtszaak rond een vermoedelijke charlatan die aanspraak maakt op een groot familiebezit. De belangrijkste getuige in de zaak is Andrew Bogle, een zwarte man die opgroeide in slavernij op een Jamaicaanse plantage en na zijn vrijlating in Engeland ging werken. Ruim honderd pagina’s ruimt Smith in voor zijn geschiedenis, midden in het boek, als om te laten zien: ook dit is het verhaal van victoriaans Engeland – alleen namen de literatoren van weleer nauwelijks de moeite om het te horen, laat staan te beschrijven.

‘Ik kan niet voor anderen spreken, maar ik had zelf een vrij duidelijke reden om een historische roman te schrijven. De afgelopen jaren is het me opgevallen dat we in discussies over belangrijke ideeën en kwesties vaak allemaal dezelfde termen, dezelfde taal, dezelfde referentiepunten gebruiken – meestal afkomstig van internet – en als je maar één taal tot je beschikking hebt, dan staan de parameters van elke discussie al vast en zijn de conclusies onvermijdelijk. Taal is niet neutraal: taal bepaalt de spelregels.

‘Als ik essays schrijf, moet ik op zoek naar manieren om dat reflexmatige denken bij mensen te doorbreken. Met andere woorden: ik moet op zoek naar andere woorden. Bij het schrijven van fictie vond ik dat ik mensen volledig uit hun vertrouwde omgeving moest halen, naar een vreemde plek die ver van ze afstaat, om ze zo op een frisse manier over bepaalde ideeën en discussies te laten nadenken. En wat is er vreemder en staat verder van ons af dan het verleden?’

‘Voor mij draait het allemaal om nauwkeurigheid – ik zou niet voor een waargebeurd verhaal kiezen als ik het niet zou willen navertellen. Tegelijkertijd speelt de verbeelding altijd een rol bij het schrijven. Als een auteur achter haar bureau aan een memoir werkt waarin ze beschrijft hoe ze als 8-jarige in de keuken met haar ouders praat, dan snap je toch dat dit een vorm van fictie is? Schrijven is geen fotografie, en fotografie geeft trouwens ook de zuivere waarheid niet weer.

‘Wat ik best gek vind aan een vraag als deze, is dat we een ongelooflijk oud mechaniek als de roman blijkbaar moeten wantrouwen (‘Verantwoord je bronnen!’), alsof het een gevaarlijke technologie betreft die de geest manipuleert, en we ons tegelijkertijd hopeloos kwetsbaar opstellen tegenover een veel vernuftiger apparaat dat onze geest echt manipuleert: onze smartphone. Schrijvers moeten transparant zijn over hun bronnen, terwijl we dag en nacht worden beïnvloed door onzichtbare aartskapitalisten in Palo Alto, zonder enige transparantie – we weten niet eens wie ze zijn. Bij een roman staat in elk geval mijn naam op en in het boek…’

‘Ik kan mensen niet vertellen wat ze moeten vinden. Het mooie van volwassen zijn is dat je zulke dingen zelf mag bepalen. Wat iemand van Charles Dickens ‘vindt’, maakt natuurlijk geen klap uit – hij is dood. Maar ik kan wel vertellen hoe ik over hem denk.

‘Ik zie hem als iemand met een bijna bovenmenselijke geestkracht. Ik zie hem als de enige schrijver door wiens toedoen de wetten van een land ooit een stuk progressiever zijn geworden. Ik zie hem als een controlfreak. Ik zie hem als iemand die hardvochtig was tegen zijn vrouw en kinderen. Ik zie hem als iemand met een talent waarvan de meeste schrijvers niet eens kunnen dromen. Ik zie hem als iemand wiens politieke overtuigingen in wezen nogal sentimenteel waren en altijd voortkwamen uit het onrecht dat hij zelf had gezien. Ik denk dat dit uiteraard een beperkte vorm van politiek denken is.

‘Ik zie hem als iemand die nooit een Jamaicaanse plantage heeft gezien, zich er niets bij kon voorstellen en zich er ook niet voor interesseerde. Ik denk dat dit een grote tekortkoming van hem was. Maar ik weet ook dat hij toen hij naar Amerika ging en daar slavernij zag op plantages, daar enorm door geraakt was, en dat hij vanaf dat moment geen lezingen meer wilde geven ten zuiden van de Mason-Dixonlijn (in staten die de slavernij wilden behouden, red.). Ik denk dat dit typerend voor hem is: hij moest dingen met eigen ogen zien om ze te kunnen begrijpen.

‘Ik zie hem als iemand die een opvanghuis opende voor arme vrouwen en prostituees en iemand die dit uit eigen zak financierde. Ik zie hem ook als iemand die alle vrouwen in dat huis onder de duim probeerde te houden, zoals hij ook bij zijn kinderen en zijn personages deed.

‘Kortom, ik zie hem als iemand met goede en slechte kanten, zoals vrijwel ieder mens op aarde. Ik denk dat het aan elke afzonderlijke lezer is om hem naar eigen inzicht te beoordelen, in het volle besef dat ook jij voortdurend door anderen wordt beoordeeld.’

‘Literatuur is iets heerlijks. Literatuur is een uitdaging en een puzzel. Literatuur is iets waarvoor we ons uitzonderlijke vermogen om te denken en te voelen kunnen aanwenden, als lezers én als schrijvers. Elke roman heeft een ander effect, een ander doel, een andere intentie. Sommige romans zijn duidelijk bedoeld om ‘de maatschappij’ te beïnvloeden; sommige romans willen niet meer dan dat. Voor andere geldt dat niet.

‘Als je mij persoonlijk vraagt wat ik met mijn romans hoop te bereiken op maatschappelijk niveau (ik hoop dat mijn romans veel meer doen dan alleen ‘verandering teweegbrengen’, maar ik beantwoord de vraag met de woorden die jij me aanreikt), dan zou ik dit zeggen:

‘Elke emancipatiebeweging, elke beweging die streeft naar gerechtigheid voor mensen, heeft een visie op die mensen nodig. Als dat een eenvormige visie is – waarbij mensen over één kam worden geschoren of in hokjes gestopt – dan zal het politieke denken dat uit die taal voortkomt ook eenvormig zijn. Als ik denk aan de heldhaftige jongeren die nu op de barricaden staan, kan ik hun volgens mij het meest tot nut zijn door een beeld te geven van de individuen binnen het collectief waarvoor zij vechten – oftewel ‘de mensen’ – zodat ze hen beter kunnen begrijpen en meer kans van slagen hebben in hun strijd. Dat is alles. Het zou natuurlijk kunnen dat romans van mij en van vele anderen meer dan dat teweegbrengen, maar dit is het minste wat ik hoop te bereiken.’

Op zaterdagavond 4 november spreekt journalist Aldith Hunkar met Zadie Smith over haar nieuwe roman Charlatan tijdens Crossing Border. Het internationale festival voor muziek en literatuur beleeft dit jaar zijn 31ste editie en vindt plaats van 1 tot en met 4 november in Den Haag. Meer dan tachtig schrijvers en musici van over de hele wereld zijn te gast, onder wie Michel Faber, Astrid Roemer, Antonio Scurati, Adania Shibli, Tommy Wieringa, Naaz en Jim White. Op het festival wordt zaterdagmiddag ook de Europese Literatuurprijs uitgereikt aan de Britse auteur Claire-Louise Bennett en haar Nederlandse vertalers Karina van Santen en Martine Vosmaer.

Zadie Smith: Charlatan. Uit het Engels vertaald door Peter Abelsen. Prometheus; 448 pagina’s; € 25,99.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next