Gaat Hezbollah zich serieus mengen in het conflict tussen Hamas en Israël, en sleept het zo een belangrijk deel van de Arabische wereld mee in een gewapende strijd? Het woord is aan leider Hassan Nasrallah. Hij houdt vrijdagmiddag zijn eerste toespraak sinds het uitbreken van het conflict.
Op vrijdagmiddag, drie uur lokale tijd, zal vrijwel iedereen in Libanon afstemmen op dezelfde tv-zender. De 63-jarige leider van Hezbollah, Hassan Nasrallah, begint dan aan zijn eerste toespraak sinds het oplaaien van het conflict tussen Hamas en Israël. De verwachtingen zijn hoog en de nervositeit is groot, want de koers van Libanon (en een deel van de regio) in deze oorlog ligt in zijn handen. Nasrallah is geen premier of president, en toch kan hij eigenhandig besluiten een ‘tweede front’ te openen tegen Israël.
Formeel is de toespraak bedoeld om de naar schatting vijftig ‘martelaren’ te eren die bij Hezbollah gedood zijn door Israëlische raketten en bewapende drones. Maar in werkelijkheid zal Nasrallah het moment aangrijpen om zich te richten tot Arabieren in de hele regio, van Irak tot Jemen en van Egypte tot Syrië en de Palestijnse gebieden.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet, en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).
Afgaande op de reputatie van Nasrallah, opgebouwd in dertig jaar als secretaris-generaal, zal hij zijn beweging (die in Europa en de VS op de lijst van terroristische organisaties staat) afschilderen als een speler van regionale allure die het machtige Israëlische leger dwingt tot moeilijke keuzen. Iedere militair die Israël naar de grens met Libanon stuurt, kan immers niet worden ingezet tegen Hamas in de bezette Gazastrook.
De grote vraag is: blijft het bij dreigende woorden, of gaat hij een escalatie aankondigen? Joseph Daher (Universiteit van Lausanne), auteur van een boek over de militante beweging, denkt dat het cruciaal is hoe Nasrallah en zijn broodheer Iran de Israëlische Gaza-invasie beoordelen. ‘In hoeverre denken ze dat Hamas de Israëlische aanvallen kan weerstaan? Hoeveel hooggeplaatste Hamas-strijders komen er nu om? Op basis daarvan gaat men een beslissing maken.’
Wie Nasrallahs overwegingen beter wil begrijpen, moet terug naar het verleden. Naar het jaar 1977 bijvoorbeeld, toen hij als 17-jarige zoon van een groentenboer werd uitverkoren om islamitische theologie te gaan studeren in de Iraakse stad Najaf. Vanwege de repressie tegen sjiieten onder dictator Saddam Hoessein moest hij na twee jaar terug naar huis, waar hij – ofschoon piepjong – begon op te klimmen binnen Hezbollah. Zijn religieuze status is tegenwoordig groot: Nasrallah wordt gerekend tot de afstammelingen van de profeet Mohammed en draagt daarom de eretitel sayyid (‘heer’).
Zijn beweging laat zich inspireren door de islamitische revolutie (1979) in Iran en wordt getraind, gefinancierd en met wapens uitgerust door de Iraanse Revolutionaire Garde, de elitetroepen van ayatollah Ali Khamenei. De banden zijn nauw. Ter illustratie: Esmail Qa’ani, het hoofd van de special forces van de Revolutionaire Garde, is volgens de goed ingevoerde website Amwaj al weken in Beiroet voor koortsachtig overleg met Hezbollah en andere groeperingen uit de pro-Iraanse ‘as van het verzet’.
Diezelfde ‘as van het verzet’, waartoe ook Syrië en Hamas behoren, heeft sinds decennia een gedeeld belang: een vuist maken tegenover Israël. Zijn finest hour beleefde Nasrallah dan ook in 2000, toen Israël zich na een slopende strijd (waarbij Nasrallahs oudste zoon omkwam) terugtrok uit Zuid-Libanon, uit een strook die het vijftien jaar lang bezet had gehouden. Triomfantelijk verklaarde Nasrallah dat Israël ‘met al zijn kernwapens’ in werkelijkheid ‘zwakker is dan een spinnenweb’.
Het was de redenaar Nasrallah zoals Libanezen hem kennen: charismatisch, polariserend en anti-westers tot op het bot. Vanwege de Amerikaanse dominantie beschouwt hij de bestaande wereldorde als volledig onrechtvaardig. Waarden doen er niet toe, zo verklaarde hij in 2017, alles draait om keiharde belangen. ‘We leven in een wereld van wolven. [...] Als we zwak zijn, vallen we ten prooi aan de sterken.’
Oorlogen met Israël (de laatste was in 2006) zijn in dat wereldbeeld simpelweg logisch: wie ze uit de weg gaat, wordt niet serieus genomen.
Een tweede missie van Hezbollah, een islamitische staat vestigen, is daarentegen naar de achtergrond verdwenen. Als leider weet Nasrallah dat de andere religieuze groepen in Libanon (onder meer Grieks-orthodoxen, maronieten, druzen en soennieten) een theocratie naar Iraans model nooit zullen accepteren. Sowieso heeft Hezbollah steeds meer te verliezen, nu het als ex-guerrillaorganisatie is uitgegroeid tot een sjiitisch mini-imperium met eigen scholen, eigen ziekenhuizen, mediakanalen, een commerciële bank en een fractie in het parlement.
Ook in het conflict tussen Hamas en Israël kan Nasrallah veel verliezen. Hij weet dat de meeste Libanezen (en Iraniërs) niet op een oorlog zitten te wachten en houdt nauwelijks goede opties over: opent hij een front, dan riskeert hij een harde tegenreactie van zowel Israël als de Amerikanen, die twee vliegdekschepen naar het Midden-Oosten hebben gestuurd. Doet hij niets, dan verliest de ‘as van het verzet’ aan geloofwaardigheid, omdat hij een bondgenoot (Hamas) in de steek laat.
Minstens zo nerveus is daarom de stemming in veel andere Arabische landen. Ali Taher Alhamood, hoofd van denktank Bayan Center in Bagdad, denkt dat de sjiitische milities in Irak (eveneens lid van de ‘as’) hun acties op Nasrallahs woorden gaan afstemmen. ‘Het is een gevaarlijk moment. Als Hezbollah zich echt in deze oorlog stort, dan denk ik dat de milities hier gaan volgen.’
Het woord is aan de sayyid.
Source: Volkskrant