Als Kaïn en Abel Nederlanders waren geweest – en dit weet ik vrij zeker – dan had Abel ergens ten oosten van Eden een integriteitsexpert opgesnord en had de wereld er nu heel anders uitgezien.
Mogelijk was die mooier geweest, maar misschien ook wel slechter, want het verneukeratieve van onderzoeken naar grensoverschrijdend gedrag is dat de afronding vaak veel minder teweegbrengt dan de aanleiding. De druppels die de meeste aandacht krijgen, zijn nu eenmaal de druppels die vallen vlak voor de stortbui begint, als de zon nog schijnt en iedereen zegt: ‘Hé, het gaat regenen’.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Heel veel mensen kregen bijvoorbeeld vorig jaar mee dat er een onderzoek werd gestart naar het mogelijk laakbare gedrag van voormalig Kamervoorzitter Khadija Arib. Beduidend minder mensen zullen deze week de samenvatting hebben gelezen van het door Hoffmann Bedrijfsrecherche uitgevoerde onderzoek, waarin staat dat Aribs grootste wandaad het ‘rechtstreeks en soms met stemverheffing’ aanspreken van in totaal tien ambtenaren was. En dat negen van hen daar ‘emotioneel onder geleden’ hebben.
Even voor de duidelijkheid: schreeuwen is nooit de galantste oplossing voor een conflict. Sinds ik als freelancejournalist mijn eigen baas ben, weet ik bovendien hoe zwaar het is om te werken onder een baas met een rijk driftleven. Vrijwel dagelijks scheldt hij mij in de spiegel uit voor lummel en labbekak en ik lijd daar emotioneel behoorlijk onder.
Toch lijkt het mij niet helemaal terecht dat veel Nederlanders nu tot in de eeuwigheid zullen denken dat Arib een Roald Dahl-achtig secreet was dat iedere dag stomend en snoevend over het Binnenhof liep, om de haverklap uitbarstend in onbeheersbare razernij.
Dat er wel meer vraagtekens te plaatsen zijn bij de groeiende behoefte ieders integriteit te onderzoeken, merkte oud-collega Ariejan Korteweg vorig jaar al op in een serie artikelen over de integriteit van ’s lands integriteitsexperts. Vooral sinds de openbaringen over tv-programma The Voice nam het onderzoek naar ongewenst gedrag zo’n vlucht dat allerhande partijen inmiddels dollartekens in hun ogen krijgen zodra ze de woorden ‘grensoverschrijdend’ en ‘gedrag’ in een zin horen.
Van grote bedrijven als KPMG of Berenschot tot een zwik bedrijfsrechercheurs, forensisch accountants, advocaten en hoogleraren met emeritaat – allemaal beantwoorden ze sindsdien in ruil voor een schappelijk uurtarief vragen als: wanneer is een stemverheffing precies te verheffend?
Lange tijd had ik groot ontzag voor die mensen. Omdat er op de grens tussen het betamelijke en onbetamelijke vrijwel nooit een duidelijke lijn op de grond getekend staat, laat staan dat deze geflankeerd wordt door een slagboom en twee geüniformeerde soldaten, leek hun werk mij verschrikkelijk moeilijk.
Maar toen journalist Eveline Rethmeier onlangs namens EenVandaag de economie achter integriteitsonderzoeken onderzocht, kwam ik erachter dat veel van die professionals in werkelijkheid helemaal niet zo kundig zijn. Zo bestaan er voor integriteitsexperts nauwelijks regels en wettelijke kaders en omdat de markt inmiddels zo’n ‘big business’ is, wordt in veel te veel gevallen overgegaan tot onderzoek, terwijl andere oplossingen (zoals mediation, overplaatsing of überhaupt een gesprek) eigenlijk veel logischer zouden zijn geweest. Het gevolg: op driekwart van de integriteitsonderzoeken is zoveel aan te merken dat ze in wezen ondeugdelijk zijn.
Wat nou als we die overgebleven kwart eens laten onderzoeken of het opofferen van iemands goede naam op het altaar van andermans afgunst niet eigenlijk net zo grensoverschrijdend is als het met luide stem berispen van een collega? Zou dat een heel gek idee zijn?
Source: Volkskrant