Home

De aanstaande koning toont zich op Schiermonnikoog

Uit straatboekenkastjes in heel Nederland haalt een boek, bespreekt het en geeft het door. Vandaag Renate Rubinsteins ‘Alexander’.

Een Schierse fan van Renate Rubinstein is aan het opruimen geweest. Er staan maar liefst drie titels in het solide boekenkastje op Schiermonnikoog. Mijn beter ik, over Rubinsteins verhouding met Simon Carmiggelt, de bundel Liever verliefd en Alexander, het portret dat ze in 1985 schreef bij de achttiende verjaardag van de toenmalige kroonprins. Het boekje heeft in veertig jaar eilandleven waterschade opgelopen, maar valt nog mooi open (wat je ook over koning en monarchie zou kunnen zeggen).

Voor Alexander ging Rubinstein (1929-1990) een week naar Wales, waar de kroonprins op school zat. Om de generatiekloof te overbruggen nam ze haar neef Maurits (1964) mee, die door zijn tante wordt neergezet als de jongen die veel meer van Willem-Alexander begrijpt dan zij. Dat werkte. Er is een citaat van de koning over zijn vertrek naar Wales, dat ik hield voor een exponent van de mildheid waar middelbare mannen zich graag in hullen: „Kijk, ik vond mezelf niet lastig. Mijn ouders vonden zichzelf ook niet lastig. Maar elkaar vonden we wel lastig.” Het blijkt een uitspraak van de zeventienjarige Alexander, gedaan „met een blik op Maurits”.

Het boekje is een echte Rubinstein, geschreven op het ritme van persoonlijk anarchisme – behalve in een passage aan het eind, waarin ze passieloos de monarchie verdedigt.

Het is prettig speuren naar karaktertrekken van de ‘jongen’ (zoals Rubinstein graag zegt) die vooruitwijzen naar de man. Zo zegt de prins: „Ik hou niet van idealisme, ik hou van realisme.” Het schoolhoofd heeft kritiek die in dezelfde richting wijst: „De moeilijkheid met Alexander is dat hij zich alleen interesseert voor zaken en mensen die direct met hemzelf te maken hebben.” Rubinstein vindt dat heel normaal, maar onwillekeurig gaan je gedachten uit naar royale beoordelingsfouten als een herfstvakantie in Griekenland tijdens de coronapandemie.

De prins deed weinig moeite om te verbloemen dat hij weinig voelde voor zijn baan-bij-geboorte. Als hij mocht kiezen? „Dan zou ik meteen zeggen: broer, neem het maar over.” Wanneer het gaat over een eventuele keuze tussen een partner en de troon, zegt hij: „Dan was ik meteen van de verantwoordelijkheid af!” Je leest het – en je gunt het die jongen dadelijk. Mooi zinnetje van Rubinstein, even later, over „dat Alexander zijn vrijheid of wat hij daarvoor aanziet, jaloers bewaakt”.

Daar laat hij ook doorschemeren dat hij wel in Amsterdam zou willen studeren („bij ons” zegt Rubinstein, die geen moeite doet haar mokumcentrisme te verbloemen).

Het werd toch, naar koninklijke gewoonte, Leiden. Dan vat Rubinstein terloops samen: „Hij is weliswaar in principe rebels, maar in de praktijk heeft zijn rebelsheid geen poot om op te staan [...] Uit eigenwaarde protesteert hij, maar uit redelijkheid accepteert hij.” Waarmee Rubinstein even de tragiek van het koninklijk bestaan blootlegt.

Source: NRC

Previous

Next