De afgelopen vier decennia verkeerde Volkskrant-medewerker Rob van Scheers af en aan in Hollywood. Over zijn indrukken schreef hij het boek In Hollywood: reportages en portretten. Zijn favoriete filmlocaties in Los Angeles omvatten samen ruim een eeuw aan filmgeschiedenis.
Dat je in Los Angeles kunt tijdreizen staat vast. Niet alleen van het jaar 2029 naar het LA van 1984, zoals moordrobot Arnold Schwarzenegger in The Terminator (James Cameron, 1984). Nee, werkelijk elke stoeptegel hier is weleens gebruikt als filmdecor. Als je die afgaat, verzamel je als filmlocatiejager moeiteloos ruim honderd jaar Hollywoodhistorie. In geen andere stad ter wereld lopen film en werkelijkheid zo door elkaar.
Over de auteur
Rob van Scheers schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels. Hij publiceerde achttien non-fictietitels, waaronder de biografie van regisseur Paul Verhoeven.
Je ziet het al bij aankomst op LAX, het internationale vliegveld van LA. Daar staat het mooiste vluchtleidingscentrum ter wereld, ontworpen door architectenbureau Pereira & Luckman, en geopend in 1959. Het heet Theme Building, en het stelt een zojuist gelande ufo voor. Op vier poten. Zo weet je dat je gearriveerd bent in het wereldhoofdkwartier van de film.
Het ontwerp past goed bij de toenmalige tijdgeest. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog verschenen talloze sciencefictionfilms met buitenaardse indringers. Films als The War of the Worlds (Byron Haskin, 1953) speculeerden op de angstgevoelens binnen de Amerikaanse samenleving. Voor veel paranoïde burgers waren de vijandige Martianen of andersoortige aliens eigenlijk Sovjet-Russen met mombakkesen op.
LAX is altijd een geliefde filmlocatie gebleven. De grote finale van Heat (Michael Mann, 1995) werd er gedraaid, met die achtervolging van Al Pacino op Robert De Niro tussen de jumbojets. Maar dan lopen we op de zaken vooruit.
Terug naar het allereerste begin. Veel van de studio’s waar stomme films werden gedraaid zijn allang verdwenen – Inceville aan het strand van Santa Monica, Keystone Studio in Echo Park – maar een trappetje van 133 treden in de wijk Silver Lake getuigt nog van die tijd.
Je vindt het aan 923 North Vendome Street, net van Sunset Boulevard af. Het trappetje werd legendarisch door de met een Oscar bekroonde korte film The Music Box (James Parrott, 1932). Stan Laurel en Oliver Hardy (Laurel & Hardy) sjouwen een piano omhoog, met alle rampzalige gevolgen van dien. Het ding klettert een keer of tien naar beneden, maar van opgeven willen de pianoverhuizers niet weten. Sisyfus in full swing. Een postbode komt de ontknoping brengen. Hij: ‘O? Wisten jullie dat niet? Vlak naast de trap loopt gewoon een weggetje, hoor. Je had je paard en wagen met de piano er zo op kunnen rijden.’
Ongeloof. Verbijstering. De zinloosheid van het bestaan, de goede bedoelingen, de misrekeningen, alles zit in dit eenvoudige filmpje.
Film noir is niet dood. Het genre met zijn hardgekookte dialogen en zijn intrigerende clair-obscur dat zo’n opmars maakte in de jaren veertig, met films als Double Indemnity (Billy Wilder, 1944), leeft gewoon voort in wat met afstand de donkerste kroeg van Hollywood mag worden genoemd: het Formosa Cafe aan 7156 Santa Monica Boulevard.
Het etablissement met zijn Chinese inrichting en zijn rode zitjes stamt uit 1925. Het ging een paar keer dicht, en is nu toch weer open. Als de muren hier konden spreken, had je genoeg materiaal voor drie boeken.
Omdat het Formosa Cafe pal tegenover de toenmalige Warner Bros. Studio lag, kwamen alle groten uit de filmwereld hier op bezoek, tot de noir-helden Robert Mitchum, Lauren Bacall en Humphrey Bogart aan toe. Hun portretten hangen hier aan de muur, en thrillerschrijver James Ellroy mag er ook graag komen. Een venster naar een ander tijdsgewricht. Als hommage nam Curtis Hanson er een aantal scènes op van zijn klassieker L.A. Confidential (1997), gebaseerd op James Ellroy.
Paramount Studios is de laatste grote filmstudio die nog echt in het hart van Hollywood staat, aan 5555 Melrose Avenue. De rest is verhuisd naar Burbank en omstreken. Filmliefhebbers kunnen hier een twee uur durende tour doen. Na afloop kom je duizelig naar buiten van alle toptitels die er sinds 1912 werden geschoten, met name op het fameuze Stage 18.
Er wordt nog steeds volop gedraaid, maar het gouden tijdvak ligt in de jaren vijftig: Sunset Boulevard (Billy Wilder, 1950), White Christmas (Michael Curtiz, 1954), en Alfred Hitchcock liet er zijn huizenblok bouwen voor de gluurdersfilm Rear Window (1954).
Zeg je Hollywood, dan zeg je Paramount. Niet voor niets vormen stakers bij die fotogenieke poort hun gebruikelijke picketline als er weer eens onvrede is onder scenaristen en acteurs.
In West-Hollywood kom je terecht op de Strip. Daarmee beland je in de jaren zestig, want de muziekclubs en de koffiehuizen aan de Strip vormden de pleisterplaats van de tegencultuur.
Hier staan rockzalen als The Roxy, Whiskey a Go Go en (tot voor kort) The Viper Room. Vanuit het nabijgelegen Laurel Canyon – waar ze allemaal samenhokten – daalden Joni Mitchell, Frank Zappa, Neil Young, Brian Wilson, James Taylor, Roger McGuinn en de Eagles neer, en ze namen Jackson Browne en Linda Ronstadt in hun kielzog mee.
Maar naast een muziekmekka is de Strip altijd een plaats van snel geld en schimmige praktijken geweest. Gangsterbaas Bugsy Siegel hield er in de jaren veertig domicilie, en toen hij zijn vizier op Las Vegas richtte liet hij de lopende zaken over aan zijn gevreesde luitenant Mickey Cohen.
Ook de filmverhalen liggen hier voor het oprapen. Beroemd was het koffietentje Chez Paulette aan 8535 Sunset Strip. De favoriete hangplek van Jack Nicholson, Steve McQueen, Marlon Brando en Warren Beatty – de generatie die met films als Bonnie and Clyde (Arthur Penn, 1967) en Easy Rider (Dennis Hopper, 1969) New Hollywood zou gaan vormen.
Een bezoek aan Chinatown (27 duizend inwoners) in het hart van LA brengt precies wat je verwacht: draken, winkeltjes, lampions, tempels, restaurantjes, specerijen, minimarkten, bedrijvigheid. Dit is de Hollywood-versie van, zeg, Shanghai. De legendarische filmproducer Cecil B. DeMille betaalde in de jaren dertig mee om Chinatown zijn exotische sfeer te geven, en ook Hollywood setdesigners gingen er aan de slag. Leuk voor toeristen en handig voor de filmindustrie, zo’n levend decor.
Dat kwam tot bloei in de neo-noir Chinatown (Roman Polanski, 1974), een van de kroonjuwelen uit het tijdvak van New Hollywood. De slotscène op Spring Street speelt in deze wijk, de all-star cast met Jack Nicholson en Faye Dunaway is in topvorm.
Kort hierop kwam Polanski’s Amerikaanse loopbaan abrupt ten einde toen hij in 1978 op de vlucht sloeg om vervolging voor verkrachting van een 13-jarig meisje te ontlopen.
Het elegantste gebouw van LA is het glorieuze Union Station uit 1939. Dat staat aan 800 North Alameda Street, midden in de Spaanstalige buurt, aan het einde van Sunset Boulevard. Elegante art deco, Spaans-koloniale missiestijl, een vleugje modernisme ook: dat is het exterieur. Binnen is de enorme wachtruimte, in art-decostijl, minstens zo imposant.
Die hal werd een geliefde locatie voor de blockbusters uit de jaren tachtig (en later). Zo is deze ruimte te zien als het politiebureau in het dystopische sciencefictionspektakel Blade Runner (Ridley Scott, 1982). En in The Dark Knight Rises (Christopher Nolan, 2012) is het de rechtbank. Het is alsof dit gebouw zegt: verfilm mij! Ik zal je niet teleurstellen. En dat is ook zo.
In alle toonsoorten is de Valley bezongen om zijn dodelijke saaiheid. Je bereikt de keurige brave buitenwijk van Los Angeles door de eindeloze Freeway 405 richting het noorden te nemen. Daar tref je een slaapstad met technicolor-blauwe zwembaden in de achtertuinen en modieuze rode jeeps voor de deur. Het lokale Japanse restaurant heet Something’s Fishy – een naam die smaakt naar een Frank Zappa-satire.
Regisseur Paul Thomas Anderson (1970) komt uit de Valley: ‘Ik ben hier in de jaren zeventig opgegroeid. Ik heb mij daar lang voor geschaamd, want op het cv van een aspirant-regisseur klinkt dat niet als een aanbeveling. Liever was ik in New York geboren met z’n mean streets, iets waar Martin Scorsese zo goed over kan pochen.’
Eenmaal volwassen keek hij in de Valley nog eens wat beter om zich heen. In 1996 was hij gedebuteerd met de goed ontvangen Las Vegas gokfilm Hard Eight, maar het jaar erop nam hij een drastisch besluit. ‘Voor mijn volgende film zouden alle locaties zich op hooguit 15 minuten rijden van mijn huis in de Valley moeten bevinden. Daarmee dwong ik mijzelf om de wereld om mij heen te portretteren.’
Het was hem namelijk opgevallen dat die buurt van hem toch niet zo heel alledaags was. Achter de schone schijn ging in de Valley het hart van de Amerikaanse porno-industrie schuil.
Zijn observaties verpakte hij in Boogie Nights (1997), met een glansrol voor de bijna vergeten Burt Reynolds als de verlopen pornoregisseur Jack Horner. Juichende kritieken en Oscarnominaties vielen Anderson ten deel. Waar had hij deze originele thematiek in hemelsnaam gevonden? ‘Nou ja, om de hoek, dus.’
Zo ontpopte P.T. Anderson zich met een kwartet aan geslaagde films – de tragikomedie Boogie Nights (1997), de mozaïekfilm Magnolia (1999), de schrijnende romantische komedie Punch-Drunk Love (2002), plus later het coming-of-agedrama Licorice Pizza (2021) – als chroniqueur van zijn eigen slaapstad.
Geen Los Angeles-film zonder de rondwegen. Niemand wandelt in LA, dit is de autostad bij uitstek. De eeuwige files werden gevierd in de openingssequentie van La La Land (Damien Chazelle, 2016), een groot productienummer vol zang en dans en latin ritmes: Another Day of Sun.
Beklemmender zijn al die straatwegen in Drive (Nicolas Winding Refn, 2011) met Ryan Gosling als stuntman die zich verhuurt als chauffeur van de get-awaycar bij inbraken. Pulserende muziek, neonlicht, dit is LA bij nacht.
Aan het slot van deze tijdreis komen we uit bij Quentin Tarantino’s Once Upon a Time in Hollywood (2019). Zijn retrofilm over de gevallen acteur Rick Dalton (Leonardo DiCaprio) en zijn stuntman Cliff Booth (Brad Pitt) is gesitueerd in 1969, en bedient zich van talloze klassieke oud-Hollywoodlocaties. Een liefdesverklaring.
In zo’n film mag het beroemdste showbizzrestaurant (sinds 1919) niet ontbreken: Musso & Frank Grill aan 6667 Hollywood Boulevard. Hier hoor je martini’s te drinken, die in de shaker worden opgepept met een shot wodka. In Once Upon a Time ontmoeten Leonardo DiCaprio en Brad Pitt er hun agent Al Pacino om te zien of er nog wat van hun aflopende carrière te maken valt. Ook helemaal Hollywood, natuurlijk.
Het boek In Hollywood: reportages en portretten van Rob van Scheers verschijnt 10 november bij uitgeverij De Kring. 420 pagina’s; € 29,99. Naar aanleiding van de verschijning wordt op zondagmiddag 10 december in Filmmuseum Eye in Amsterdam Billy Wilders Sunset Boulevard vertoond, met een inleiding van de auteur.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden