De bevolking groeit en Nederlanders worden gemiddeld ouder. Al deze mensen hebben zorg nodig en dus staat Nederland de komende jaren voor een flinke uitdaging.
In 2020 werkte al ongeveer een op de zeven werkenden in de zorg. Als het beleid niet verandert, moet tegen 2040 een op de vier werkenden aan de slag in de zorg, schreef de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Maar de tekorten in de zorg zijn nu al groot. Dat is alleen al aan de lange wachtlijsten bij huisartsen, in de ggz en in de jeugdzorg te zien.
De partijen zijn het erover eens: er moet iets gebeuren om ons zorgstelsel toekomstbestendig te maken. Hoe zorgen we ervoor dat mensen de juiste zorg krijgen, zonder dat de kosten de spuigaten uit lopen en er te veel van het zorgpersoneel wordt gevraagd?
In bijna alle verkiezingsprogramma's staat dat zorg alleen moet worden vergoed als is bewezen dat de behandelmethode werkt. Zinnige zorg, zeggen onder meer CU en D66. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar het soort behandeling, maar ook naar de behandelduur.
PVV, CU, Volt en NSC willen daarnaast dat de tandarts volledig wordt vergoed vanuit het basispakket. GL-PvdA en BBB willen daar ook de fysiotherapeut aan toevoegen. SP gaat nog een stapje verder en wil dat ook mentale zorg niet meer ten koste gaat van het eigen risico.
Het verplichte eigen risico staat op dit moment op 385 euro. CU, CDA en D66 willen dit bedrag de komende jaren zo houden.
D66 wil daarnaast dat verzekerden het geld niet in één keer hoeven te betalen. VVD en NSC noemen die wens ook in hun partijprogramma's.
Als het aan PVV, SP en PvdD ligt, wordt het eigen risico geschrapt. GL-PvdA zegt dat dit stapsgewijs moet gebeuren. BBB wil een lager eigen risico en het pas schrappen als het mogelijk is.
Naar het systeem zelf moet ook kritisch worden gekeken, schrijven de partijen. Meer samenwerking, minder marktwerking, schrijft CDA. Het moet niet meer lonen om zo veel mogelijk dure behandelingen uit te voeren, vinden onder meer Volt en JA21. Vrijwel alle partijen willen dat medisch specialisten in loondienst gaan en dat bonussen voor deze artsen en zorgbestuurders worden geschrapt.
NSC, PvdD en CDA willen investeringen in regionale zorg. De partijen vinden het met name belangrijk dat streekziekenhuizen blijven bestaan.
Zonder voldoende geschoolde medewerkers kan de zorg niet worden geleverd. En dus moet werken in de zorg aantrekkelijker worden. "Applaudisseren is niet genoeg", kopt JA21, verwijzend naar het landelijke applaus voor zorgmedewerkers tijdens de coronapandemie.
Vrijwel alle partijen willen betere arbeidsvoorwaarden en hogere lonen in de zorg. Maar dat voornemen wordt niet concreter dan dat de lonen marktconform moeten zijn (BBB), ten minste moeten meestijgen met de inflatie (JA21) of vergelijkbaar moeten zijn met die in de rest van de publieke sector (Volt).
Het verminderen van administratief werk moet de zorg ook leuker maken. VVD wil daarbij vooral kijken naar de (volgens de partij) onnodige en dubbele eisen van zorgverzekeraars. CDA wil 'regelarm werken' invoeren.
Volgens NSC moet bij nieuw beleid eerst worden gekeken of zorgmedewerkers hierdoor niet nog meer papierwerk krijgen. JA21 pakt het iets drastischer aan: voor elke nieuwe regel, verantwoording of rapportage moeten er volgens de partij twee worden geschrapt.
Vrijwel alle partijen zien ook heil in digitale innovaties om zorgpersoneel te ontlasten.
Door mensen aan te moedigen zo gezond mogelijk te leven, wordt de kans kleiner dat ze (veel) zorg nodig hebben. In de verkiezingsprogramma's wordt daarom veel gesproken over preventie op het gebied van alcohol- en drugsgebruik, roken en overgewicht. CDA wil wel dat er wordt gekeken naar welke preventieprogramma's iets opleveren en welke niet.
Ouderen moeten zo lang mogelijk onderdeel van de samenleving blijven Daarom willen VVD, D66, NSC en JA21 investeren in speciale woonvormen, zoals hofjes en aanleunwoningen. De partijen willen dat mensen die veel zorg nodig hebben alsnog naar een verpleeghuis kunnen.
NSC en GL-PvdA willen vooral het aantal plekken in verpleeghuizen vergroten. Ook PvdD is daar voorstander van, maar die partij wil vooral investeren in kleinschalige verpleeghuizen.
Sanne volgt voor NU.nl grote binnenlandse thema's, zoals zorg en asiel.
De Nederlandse jeugdzorg is duur, kampt met lange wachtlijsten en kan jongeren niet altijd de juiste hulp bieden. Na lang onderhandelen is afgelopen zomer een pakket met maatregelen vastgesteld: de zogenoemde Hervormingsagenda Jeugd.
Een goede ontwikkeling, vindt CU. De partij wil daarom net als VVD, CDA, GL-PvdA en JA21 door met de hervormingen. JA21 en CU willen wel dat voorgenomen verkleiningen van het budget worden teruggedraaid.
NSC is kritischer op de plannen en wil dat het hele jeugdzorgstelsel nog eens wordt bekeken. Volgens deze partij is de belangrijkste vraag welke gezinnen recht hebben op jeugdhulp.
D66, PvdD, GL-PvdA en Volt willen opnieuw kijken naar de leeftijdsgrens voor jeugdhulp. Op dit moment hebben jongeren tot hun achttiende recht op jeugdzorg. D66, PvdD en GL-PvdA willen dat die grens wordt verhoogd naar 21 jaar. Als het aan Volt ligt, mag de leeftijdsgrens zelfs omhoog naar 23 jaar.
Ook de ggz heeft te maken met lange wachtlijsten. GL-PvdA wil ervoor zorgen dat er voldoende zorg wordt ingekocht, JA21 wil meer geld vrijmaken voor extra personeel. CU en PvdD wijzen juist op onder meer het verminderen van administratieve lasten, zodat psychologen en psychiaters meer tijd hebben voor patiënten.
VVD wil speciale centra voor laagdrempelige psychologische zorg, zodat mensen eerder aan de bel trekken én hulp krijgen. Dat moet erger voorkomen. BBB en CU zien een nog grotere rol weggelegd voor de poh-ggz, die bij huisartsenpraktijken patiënten met psychische klachten helpt.
Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen
Source: Nu.nl algemeen