Home

Niemand wordt gedwongen prematuur paaseitjes of pepernoten aan te schaffen, en de mensen die ze wél kopen doen daar niemand kwaad mee

‘Jezus Christus, pááseitjes? Nu al?!’, riep de vrouw naast me uit. Zij was een jaar of 70 en leek op Edith Bunker: wat tobberig van gestalte, iets pluimvee-achtigs in de oogopslag, het kapsel kort en in een onwaarschijnlijke kleur roestbruin geverfd. Plaats delict: de Hema in de hoofdstedelijke Ferdinand Bolstraat.

Verontwaardigd gebaarde de vrouw naar een bak snoepjes, stuk voor stuk verpakt in divers gekleurd zilverpapier. Zelf had ze haar leesbril handig aan een koordje om haar nek hangen, maar naar de mijne moest ik op zoek. In mijn jaszak? Nee. Mijn tas, dan? ‘Het is toch niet te geloven’, jammerde de vrouw intussen. ‘Ze komen er elk jaar vroeger mee...’ Je hoort die klacht steeds vaker, ja, zeg maar gerust ad nauseam. Het betreft steevast pepernoten, chocoladeletters, oliebollen of andere seizoensgeneugten.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Ik begrijp die verontwaardiging niet. Niemand wordt gedwongen prematuur paaseitjes of pepernoten aan te schaffen, en de mensen die ze wél kopen doen daar niemand kwaad mee. Zowel pepernoten als paaseitjes zijn bovendien bescheiden van formaat, dus heel geschikt wanneer je slechts een kleinigheid wilt snoepen (wat meestal ontaardt in een stuk of twintig kleinigheden, maar dat is een ander probleem).

Ook terwijl de wereld in brand staat kan men zich blijkbaar opwinden over de voorbarigheid van een bepaald snoepgoed, zo rekbaar is de menselijke geest. Dat belooft wat: mocht de cacaotoevoer naar Nederland ooit haperen wegens de een of andere gruwelijke oorlog elders, waardoor de paaseitjes opeens láter in de de winkel liggen dan gebruikelijk, dan zal de volkswoede waarschijnlijk ontaarden in ongekende razernij.

Ik had mijn bril gevonden, zette hem op en beschouwde de bak met schuldige versnaperingen. De vrouw keek mij aan, met felle kraalogen die om bijval smeekten. ‘Dat is toch niet normaal meer...’, hernam ze.

Als je zo iemand gelijk geeft ben je er in één keer vanaf, maar dat ging in dit geval niet, want ik ben een rechtvaardig mens. ‘Dit zijn geen paaseitjes’, zei ik. ‘Kijk maar, ze zijn helemaal rond. Het zijn een soort kerstballetjes, denk ik.’

De vrouw keek nog eens kippig door haar bril. Haar blik verhelderde. ‘Ach ja! Wat leuk!’ riep ze. Meteen greep ze een kartonnen doosje en begon dat te vullen met de balletjes die, blijkens de bijschriften, gevuld waren met allerhande zoete narigheid, zoals ‘crème brûlée’, ‘cappuccino’ en het inmiddels beruchte ‘karamel-zeezout’.

‘Ik dacht al’, sprak de vrouw, tevreden grabbelend. ‘Veel gekker moet het niet worden!’

Ik schudde mijn hoofd. Nee, veel gekker moet het niet worden. Maar dat wordt het ongetwijfeld wél.

Source: Volkskrant

Previous

Next