Charles Darwin, de beroemdste bioloog ter wereld, vond spelen zo belangrijk dat hij een glijbaan liet installeren naast de trap. Of hij hem zelf ooit gebruikte weet ik niet, maar ik zie het hem zo doen – benen omhoog, baard tussen de knieën en gáán. Zijn kinderen mochten zijn notities gebruiken als tekenpapier, en hij bewaarde zijn manuscripten samen met hun speelgoed in één kast: zo leerden ze elkaars eigendommen respecteren. Hij musiceerde voor regenwormen en speelde dagelijks een potje backgammon.
Vrijdag zat ik in de trein van Londen naar Brussel, na een bezoek aan Down House, waar Darwin veertig jaar woonde. Mijn jaszak vol kastanjes, van een boom die hij wellicht zelf nog had geplant. Onderweg las ik het nieuws. Over Israël en Gaza, over de droogte in de Amazone die zó hevig is dat langverscholen rotstekeningen in rivierbeddingen aan de oppervlakte komen. Krampachtig omklemde ik de kastanjes. Zelfs het dierennieuws stemde droevig: ‘All baa myself’ kopte de BBC over het eenzaamste schaap ter wereld, aan de voet van een Schots klif. Ooit dwaalde de ooi van haar kudde af; nu komt ze de steile rotsen niet meer op. Klaaglijk blaat ze naar voorbijpeddelende kajakkers, haar ongeschoren vacht sleept over de grond.
In Brussel bezocht ik in kunstcentrum Wiels The Nature of the Game van Francis Alÿs. Een filmmaker die onder meer bekend werd door The Green Line – een wandeltocht van 24 kilometer in en rond Jeruzalem, in 2015, waarbij hij een spoor van groene verf achterliet, daar waar in 1949 met groene pen een grenslijn op de kaart werd ingetekend.
Voor de huidige expositie filmde Alÿs spelende kinderen: in Congo en Hongkong, in België, Mexico, Afghanistan. Op het eerste gezicht lijken de spelletjes universeel en tijdloos – hinkelen, tikkertje, knikkeren, haasje-over. Maar wie langer kijkt, ziet hoe de realiteit confronterend binnendringt. Bij het Mexicaanse spel contagio doen kinderen alsof ze elkaar besmetten met het coronavirus. In Lubumbashi duwt een jongen op een berg mijnafval een autoband omhoog, om er daarna in naar beneden te rollen. Aan de voet van diezelfde berg riskeren kinderen dagelijks hun leven, in de plaatselijke kobaltmijn L’Etoile du Congo. De video van een vliegerende jongen in Afghanistan zou nu, onder het regime van de Taliban, niet eens meer gemaakt kunnen worden: vliegeren is er verboden.
Het meest indrukwekkende spel filmde Alÿs in Oekraïne, in 2023. Luchtalarmpje. Om beurten doen Sasha, Polina en Veronika het geluid van de sirenes na. Angstaanjagend echt klinkt het aanzwellende en weer wegstervende gezoem uit hun kinderkelen. Hun blik doodernstig. Een papieren vliegtuigje stort op een flatgebouw neer, alsof het een raket is. Jongens spelen grenswacht voor passerende auto’s. Als het luchtalarm klinkt wordt een schuilplaats van kussens en kartonnen dozen gebouwd voor poppen en knuffelberen.
Ja, ook in oorlogstijd wordt gespeeld. Maar als oorlog zelfs niet meer is weg te fantaseren uit spelletjes is het bittere ernst.
Source: NRC