Home

De mediameiden over de hiërarchie in Hilversum: ‘We zijn allemaal gelijk, maar sommigen zijn gelijker dan anderen’

Over hun absurde belevenissen als talkshowredacteuren vertellen Tamar Bot en Fanny van de Reijt smakelijk in de populaire podcast De mediameiden. In hun boek Bijna niets gebeurt toevallig maken ze ook een serieus punt van de omgangsvormen in Hilversum.

In Bijna niets gebeurt toevallig ontvouwt Fanny van de Reijt hoe zij en Tamar Bot jaren geleden een ‘Sven-weddenschap’ verloren. Iedereen uit hun vriendengroep – allemaal tv-redacteuren, net als zij – moest raden hoe vaak journalist Sven Kockelmann in de acht resterende weken tot Kerst nog als gast zou aanschuiven bij een zekere beroemde talkshow. De verliezers zouden pasta vongole bereiden voor de winnaar, een ‘kokkeldiner’.

Bot gokte vijftien keer. Van de Reijt had met zestien keer ‘extreem hoog ingezet’ en leek er met de winst vandoor te gaan, maar in de laatste week voor Kerst wilde een zekere presentator Sven Kockelmann nog drie uitzendingen aan tafel.

Over de auteur
Gidi Heesakkers is redacteur van de Volkskrant. Ze volgt sinds 2018 stand-up comedy en cabaret, ook schrijft ze regelmatig over populaire cultuur en gewoonten in het dagelijks leven.

Twintig keer Sven Kockelmann in acht weken; Fanny van de Reijt (37) en Tamar Bot (28) vinden het net zo absurd als veel kijkers van de talkshow. In hun boek vol achter-de-schermenverhalen uit Hilversum noemen ze meestal geen namen en rugnummers, deels om gedoe te voorkomen. Maar wie ze bedoelen met ‘een bekende kale schrijver’ en welke presentator Van de Reijt een kus op haar voorhoofd geeft, laat zich vrij eenvoudig raden.

Van de Reijt en Bot werden aan elkaar voorgesteld in de sprinter naar Hilversum, raakten bevriend en werkten onder meer samen bij de talkshow M van Margriet van der Linden, De vooravond met Fidan Ekiz en Renze Klamer en Media Inside, de satirische talkshow van Gijs Groenteman en Marcel van Roosmalen.

In hun podcast De mediameiden (tussen de 35 en 40 duizend luisteraars per week) bespreken ze sinds begin vorig jaar wekelijks de wereld van de ‘showbizz’ – een woord dat zij zelf alleen maar ironisch uit hun mond krijgen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld presentator Hélène Hendriks, zo concludeerden ze laatst nog in hun verslag van het Gouden Televizier-Ring Gala.

Ze praten over nieuwe programma’s en staan uitgebreid stil bij een BN’er die drie komkommers per dag eet, 21 komkommers per week, en de mogelijke logistiek van die gewoonte. Of bij de communicatie tussen redacties van verschillende talkshows, die vrijwel uitsluitend via opgestuurde felicitatietaarten verloopt. Veel om te lachen dus, maar ze gebruiken hun stem ook om een serieus punt van de Hilversumse werkcultuur te maken. Aan grensoverschrijdend gedrag bij die zekere talkshow – Van de Reijt werkte in 2015 en 2016 als boekenredacteur voor De wereld draait door (DWDD) – wijdden ze een aflevering.

In hun boek kaarten ze aan wat volgens hen het probleem is met kortlopende contracten, de hoge werkdruk en de dienstbare houding die van talkshowredacteuren wordt verwacht. Hun observaties zijn dikwijls grappig en deerniswekkend tegelijk. Neem bijvoorbeeld de keer dat Van de Reijt bij de bakker om de hoek van de redactie pompoensoep haalde voor haarzelf en de eindredacteur, en het oog van alweer een zekere talkshowpresentator viel op de stukjes brood die ze erbij kreeg:

‘Wat is dat voor lekker brood?’, zei hij. ‘Kun je dat ook los kopen?’ ‘Ja’, zei ik. Hij trok zijn portemonnee. ‘Ik zou wel een halfje van dat brood willen.’ Ik probeerde de blik van de eindredacteur te vangen maar zij was hevig verdiept in NRC terwijl ze haar soep weglepelde. Ik hoorde mezelf zeggen: ‘Ik ga het wel even voor je halen.’ Hij pakte een twintigje. ‘Heb je hier genoeg aan?’ Terwijl ik in de rij mijn soep at, vroeg ik me af wanneer hij voor het laatst zelf naar de bakker was geweest.

Fanny van de Reijt, lachend: ‘Wie weet.’

Tamar Bot: ‘Daar kunnen we helaas geen uitspraken over doen.’

Van de Reijt: ‘Dat je ernaar moet raden vinden we grappig, maar het stoort mij ook wel een beetje dat er in het gesprek over de werksfeer in Hilversum veel met het vingertje wordt gewezen; die presentator heeft dit of dat gedaan. Het gaat ons om het bredere verhaal. We willen laten zien dat er op bijna elke redactie best raar met elkaar wordt omgegaan. In die zin zijn de anekdoten uit het boek inwisselbaar. We dragen er allemaal aan bij, aan die koningsstatus van presentatoren.’

Bot: ‘Er zijn altijd uitzonderingen.’
Van de Reijt moet lachen.
Bot: ‘Maar de status van een presentator op een redactie is vrij uitzonderlijk. Al is dat nu aan het veranderen, denk ik.’
Van de Reijt: ‘Toen ik bij de tv kwam werken, was de hiërarchie meteen duidelijk: we zijn allemaal gelijk, maar sommige mensen zijn gelijker dan anderen. Er wordt gewoon anders op bekende Nederlanders gereageerd dan op ‘gewone mensen’.

‘Roem staat een normale omgang tussen redacteuren en presentatoren soms in de weg, maar je status als freelanceredacteur op de arbeidsmarkt helpt niet mee. Durf je tegen je leidinggevende in te gaan als diegene ook beslist of je na deze klus weer werk hebt?’

Van de Reijt heeft intussen ‘iets van 37 kortlopende contracten gehad’, denkt ze, een vast contract was nooit in zicht. Bot: ‘Ik ook echt tientallen, en ik doe dit werk pas zeven jaar. In het eerste jaar heb ik zeven contracten gehad.’

Van de Reijt: ‘Je wordt totaal opgeslokt, en zes weken of drie maanden later word je weer uitgespuugd. Dat is zeker ook als jonge vrouw van mijn leeftijd met een kinderwens best vervelend. Heb ik, als ik een tweede keer zwanger zou willen worden, tijdens die zwangerschap een baan? Krijg ik verlof?’

Over hun ervaringen hebben ze gesproken met NPO-voorzitter Frederieke Leeflang. Van de Reijt: ‘Zij schrok van voor ons heel basale dingen, bijvoorbeeld over die contracten. Ik heb best goede hoop dat zij op dat vlak de nodige verandering gaat bewerkstelligen.’

Van de Reijt: ‘Sinds ik niet meer op het ‘hoofdveld’ werk; de dagelijkse talkshow op RTL of NPO 1. Ik kan er nu met meer afstand naar kijken.’
Bot: ‘Dat het er nu veel over gaat, maakt ook alles uit. Vanaf het moment dat het nieuws over de misstanden bij The Voice naar buiten kwam, en daarna over DWDD, werden de omgangsvormen in Hilversum in onze vriendengroep een onderwerp.’

Van de Reijt: ‘Ik weet niet of we onze verhalen zo hadden opgeschreven als die media-aandacht er niet was geweest.’
Bot: ‘We hoeven het niet helemaal vanaf nul aan te kaarten. En we weten nu dat er in Hilversum veel mensen rondlopen die vinden dat het anders moet.’

Van de Reijt: ‘Toen ik nog voor een dagelijkse talkshow werkte, was het echt niet gangbaar om anderhalve dag te factureren als je een hele lange dag maakte. Inmiddels is het normaal om je overuren bij te houden en daadwerkelijk te compenseren.’

Bot: ‘Toen ik vier jaar geleden voor het eerst solliciteerde als redacteur bij een dagelijkse talkshow, zei de eindredacteur tegen mij: ‘Waar ik vooral naar kijk in dit gesprek is: kun je het aan? Kun je drie maanden op de trein stappen? Want die trein stopt niet meer.’ Dat verbaasde me toen, dat hij vooral bezig was met of ik het zou kunnen volhouden. Nu ligt de nadruk meer op hoe mensen het kunnen volhouden. Er is meer aandacht voor hoe het met redacteuren gaat.’

Van de Reijt: ‘Bij DWDD was het verloop groot. Het ging in mijn tijd ook om redacteuren die er vaak al jarenlang werkten, met wie graag werd gewerkt, die de werkdruk over het algemeen goed aankonden, en die tóch uitvielen. Als iemand niet goed functioneerde op de redactie, werd er niet veel aandacht aan besteed om te kijken waaraan dat lag. Dan werd je gewoon niet meer teruggevraagd voor het volgende seizoen.’

Bot: ‘Dit jaar ben ik een paar keer ingevallen bij Khalid & Sophie. Daar ging het er anders aan toe dan op de redacties waar ik eerder heb gewerkt. De afstand tussen de redacteuren en de presentatoren is kleiner. Ik denk dat presentatoren over het algemeen niet weten wie er op wat voor soort contract in hun redactie werkt. Dat het ze niet uitmaakt, maar dat het misschien ook bij ze wordt weggehouden. Ze worden er, tussen aanhalingstekens, niet mee vermoeid.’

Bot: ‘Wat ik me dan altijd afvraag: waarom vraag je er zelf niet een keer naar? Dat is toch heel gek, dat je dat niet doet? Ik geloof wel dat ze het niet weten, maar ze zijn er ook niet benieuwd naar.’

Van de Reijt: ‘Je kunt als presentator ook aan de eindredacteur of de productieleider vragen: ‘Hé, waar is die of die redacteur eigenlijk gebleven? Is er iets aan de hand? Is hij ziek? Kan ik een kaart sturen? Zal ik even bellen?’

Bot: ‘Het lijkt me sterk als dat niet gebeurt hoor. Ik denk volgend jaar.’

Van de Reijt: ‘Ik zeg niet meteen nee, afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek van de commissie-Van Rijn en hoe hij daarop reflecteert. Ik vind hem een van de besten in zijn vak en heb in samenwerking met hem gasten kunnen uitnodigen die ik nu niet meer op tv zie. Bij DWDD maakten we bijvoorbeeld een item over de biografie van Geert van Oorschot. Als je nu kijkt naar het talkshowlandschap... dat zou nergens kunnen.’

Van de Reijt: ‘Zeker, ja.’
Bot: ‘Het helpt als je er met een beetje humor naar kunt kijken.’
Van de Reijt: ‘Ik denk dat wij elkaar ook daarin vrij snel vonden, dat we ons werk allebei niet té serieus nemen.’
Bot: ‘De podcast is in die zin ook therapeutisch.’
Van de Reijt: ‘En een vervanging voor dat vaste arbeidscontract dat we nooit hebben gekregen. Met de podcast zorgen we zelf voor stabiliteit. Als er nu iets vervelends gebeurt, denk ik: altijd nog leuk voor de podcast.’

Tamar Bot en Fanny van de Reijt: Bijna niets gebeurt toevallig – Verhalen uit Hilversum. Podium; 224 pagina’s; € 20.

Uit Bijna niets gebeurt toevallig:

‘Hadden wij als kliekje niet ook vaak toegekeken hoe collega’s werden toegeschreeuwd of vernederd? Hoe een eindredacteur ooit een collega voor de voltallige redactie nadeed met een gek stemmetje? Hoe een andere eindredacteur een collega na een slechte uitzending ooit uitschold voor ‘kankerhomo’? Waarom hadden we eigenlijk nooit ingegrepen? Of hadden we het kliekje juist nodig gehad om onszelf staande te houden? We werden ook in elkaars armen gedreven. Het enige waar we ons in de slangenkuil aan vast hadden kunnen houden, waren de andere slangen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next