Home

Opvang Oekraïners piept en kraakt, een plan voor de lange termijn ontbreekt

Victor Lesyk (25) is zwaar onder de indruk. Hij zit alleen aan een tafeltje in de Jaarbeurs in Utrecht, in de zogenoemde aanmeldhub voor Oekraïners. Over alles om hem heen is tot in de puntjes nagedacht, ziet hij. Er lopen legio tolken rond die zijn taal spreken. In de hoek van deze enorme wachtkamer staat een bar met koffie, fruit en salades. Af en toe werpt hij een snelle blik op het gele bandje om zijn pols, want zodra zijn nummer wordt omgeroepen, brengt een taxi hem naar een permanente opvangplek elders in Nederland. In de Jaarbeurs is alles ‘amazing’ goed geregeld, concludeert hij.

Maar in de 24 uur dat Lesyk nu in Nederland is, heeft hij ontdekt dat de opvang voor Oekraïners niet overal zo soepel verloopt. Toen hij gisteren aankwam na een busrit van twintig uur, stond hij voor een dichte deur. Niet in Utrecht, maar in Amsterdam. Daar zou ook een aanmeldhub moeten zijn, las hij op internet. Maar eenmaal in de hoofdstad, bleek die te zijn gesloten.

Over de auteur
Iva Venneman is algemeen verslaggever van de Volkskrant.

Amsterdam zag zich eerder deze maand genoodzaakt tot sluiting, omdat nergens in Nederland nog vrije opvangplekken waren waar de zojuist aangekomen vluchtelingen naartoe konden worden gebracht. ‘Wij functioneren, net als Utrecht, als een soort Ter Apel voor Oekraïners’, zegt verantwoordelijk wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks). ‘Dat ging lang goed, tot er geen opvangplekken meer te verdelen vielen en onze eigen bedden ook uitgeput waren. Dat heeft ertoe geleid dat we moesten zeggen: we doen het even niet meer.’

In Utrecht is de nood ook hoog. Achter de aanmeldbalie staat het deze ochtend vol met koffers, omdat er voor het middaguur al zestig nieuwe vluchtelingen aankwamen. Anders dan in Amsterdam heeft de Utrechtse hub eigen slaapplekken. Maar sommige bedden, die eigenlijk bedoeld zijn voor maximaal een nachtje, zijn al vijf weken bezet. Vooral Oekraïners met een complexe zorgvraag of degenen die een bench voor een hond of kat naast hun bed hebben staan, moeten lang wachten. Het is moeilijk om opvangplekken te vinden waar die zorg geboden kan worden of waar een huisdier mee naartoe mag.

Vanwege dat capaciteitsgebrek werd Lesyk bij aankomst in de Jaarbeurs gevraagd een duo te vormen met een 40-jarige man, zegt hij. ‘Ik hoorde dat er ook weinig plekken voor alleenstaande mannen zijn. Blijkbaar willen opvanglocaties liever vrouwen en gezinnen met kinderen.’

De opvang voor Oekraïners kampt inmiddels met dezelfde problemen als de ‘reguliere’ vluchtelingenopvang. Dat is opvallend, omdat dit type opvang tot voor kort relatief gesmeerd leek te verlopen. Anders dan bijvoorbeeld bij vluchtelingen uit Syrië toonden gemeenten zich vanaf het begin van de Russische invasie juist zeer bereid om een tijdelijk onderkomen te bieden aan deze groep, die vooral uit vrouwen en kinderen bestond. Zelfs toen vorig jaar zomer in Ter Apel asielzoekers noodgedwongen buiten sliepen, kwamen er in Nederland nog ruim negenduizend nieuwe noodopvangplekken voor Oekraïners bij.

Er verblijven inmiddels ruim 100 duizend Oekraïners in Nederland, tegenover 60 duizend asielzoekers in de asielopvang. De overgrote meerderheid van de Oekraïners verblijft in noodopvanglocaties. Daar zijn 83 duizend plekken, 18 duizend anderen verblijven (nog) in een gastgezin of huren zelf een woning.

Maar nu de oorlog in Oekraïne voortduurt en er de afgelopen maand opnieuw tweeduizend Oekraïense vluchtelingen in Nederland arriveerden, zijn de crisisbedden ook voor deze groep niet meer zo vanzelfsprekend als anderhalf jaar geleden. ‘Ik denk dat het vooral te maken heeft met beschikbare ruimte’, zegt de Amsterdamse wethouder Groot Wassink, die ook voorzitter is van de Tijdelijke Commissie Asiel & Migratie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). ‘Daarnaast drukt de opvang op de voorzieningen van gemeenten. Het gaat niet alleen om bedden, maar ook om zorg en onderwijs.’

Tegelijkertijd ziet Groot Wassink, net als bij de reguliere asielopvang, grote verschillen tussen gemeenten. ‘Sommige blijven achter, terwijl de welwillende langzaam uitgeput raken’, zegt hij. En ook hier ontbreekt het, volgens hem, aan de mogelijkheden om daar wat aan te doen. Er kan alleen een dringend beroep op de veiligheidsregio’s worden gedaan – zij zijn verantwoordelijk voor het regelen van de opvang – maar hun bijdrage kan niet worden afgedwongen.

Demissionair staatssecretaris Eric van der Burg (VVD, Asiel) heeft na de sluiting van de Amsterdamse hub alle veiligheidsregio’s verzocht om met spoed tweehonderd extra noodopvangplekken te realiseren. Daarnaast moeten zij samen nog veertienduizend extra ‘structurele opvangplekken’ vinden. Maar dat zal niet eenvoudig zijn. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) vraagt al tijden tevergeefs om extra bedden voor de reguliere asielopvang, in totaal zijn er nog 8.400 extra nodig.

Ondertussen dienen zich bij de opvang van Oekraïners nog nieuwe ingewikkelde vragen aan. Hoe gaat de opvang er in de toekomst uitzien? En welk perspectief heeft deze groep vluchtelingen in Nederland? In Oekraïne is het einde van de oorlog immers nog niet in zicht. Rusland reserveert volgend jaar eenderde van de geplande staatsuitgaven voor defensie en aanverwante zaken, bleek uit de donderdag gepresenteerde ontwerpbegroting. Het is een teken dat Moskou zich opmaakt voor een langdurige strijd.

Olena Stoians (34) weet niet goed wat ze moet zeggen als het woord ‘toekomst’ valt, maar haar blik verraadt wanhoop. Ze vluchtte een anderhalf jaar geleden vanuit haar Oost-Oekraïense woonplaats Soemy naar Nederland. Sinds een jaar woont ze in een oud bankgebouw in Zeist. De keuken delen Olena en haar man Roman (34) met honderd landgenoten, net als de wc, badkamer en wasruimte. De slaapkamer is de enige plek waar het stel af en toe alleen kan zijn.

Nadat Olena een korte rondleiding door het gebouw heeft gegeven, gaat ze naast haar partner op de rand van haar bed zitten. Hij was al langer in Nederland, omdat hij werkte op een boerderij in de buurt van Amersfoort. Olena reisde hem achterna toen de oorlog uitbrak.

Het afgelopen jaar hebben de twee geprobeerd hun leven op de rit te krijgen, vertellen ze. Met werk is dat goed gelukt. Olena, die in Oekraïne als docent werkte, werkt nu als klassen-assistent in Amsterdam. Roman vond een baan als orderpicker bij de Hema.

Buiten werk is er weinig waar het stel grip op heeft. ‘Sinds de oorlog uitbrak, is het chaos in mijn hoofd en in mijn hart’, zegt Olena. Al haar plannen – inclusief haar kinderwens – heeft ze voorlopig geparkeerd. ‘De plannen die we maken, zijn allemaal afhankelijk van hoe de oorlog zich zal ontwikkelen, of we terug kunnen ja of nee en of we kunnen blijven of niet. Dat weten we allemaal niet en dat maakt het erg lastig.’

Het samenleven in de opvang in Zeist, zo dicht op elkaars lip, wordt ondertussen steeds lastiger, ziet woonbegeleider Dennis Oldenburg. Steeds meer mensen lopen met een koptelefoon op door de opvang om contact met elkaar te vermijden. En steeds vaker kloppen bewoners aan bij zijn kantoortje, omdat ze op zoek zijn naar een eigen woning of willen weten hoelang ze nog in Nederland mogen blijven. ‘Wat kun je dan zeggen?’, vraagt hij zich hardop af. ‘Wij hebben ook geen idee hoe het vanaf hier verdergaat.’

De situatie van Oekraïners in Nederland is zo ongewis, omdat ze vallen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) van de Europese Unie. Het voordeel van die constructie is dat ze direct na aankomst mogen gaan werken. Het nadeel is dat ze niet, zoals asielzoekers, een procedure doorlopen waarbij aan het eind een definitief oordeel valt over of iemand mag blijven.

De RTB werd onlangs voor de laatste keer verlengd tot maart 2025. Wat er daarna gebeurt met de verblijfsstatus van Oekraïners, is nog onduidelijk. Er wordt op Europees niveau aan een oplossing gewerkt, laat het Ministerie Justitie en Veiligheid via een woordvoerder weten. ‘Maar we kunnen nog niet vooruitlopen op de gekozen oplossingen. Want het is onzeker hoe de Russische inval verdergaat.’

En juist dat antwoord begint steeds meer te knagen aan Oekraïense vluchtelingen in Nederland, zegt onderzoeker Martin Blaakman van Hogeschool InHolland. Binnenkort verschijnt het onderzoek dat hij afgelopen jaar deed naar de leefomstandigheden van deze groep. Een van de conclusies: ‘In vergelijking met statushouders doen Oekraïners het goed, vooral omdat ze sneller werk vinden, maar de onzekerheid over hun toekomst vormt in toenemende mate een obstakel.’

Zo werken de meeste Oekraïners onder hun niveau, constateerde Blaakman. Dat komt vooral doordat ze de taal niet spreken. Maar het aanbod van taallessen voor deze groep – die niet inburgeringsplichtig is – schiet volgens hem tekort. Het kabinet maakte hier wel onlangs 15 miljoen euro voor vrij. ‘Maar je ziet bij werkgevers terughoudendheid om erin te investeren, vanwege die onzekerheidsfactor.’

Daarnaast zouden veel Oekraïners het liefst een eigen woning huren, omdat het na anderhalf jaar in de noodopvang steeds meer behelpen is. Maar vanwege hun flexibele contracten aan de onderkant van de arbeidsmarkt, kunnen de meesten zich dat niet veroorloven, zegt Blaakman. ‘Zeker voor de vele moeders die hier alleen naartoe zijn gekomen, gaat dat heel lastig worden. Zij kunnen vaak ook niet volledig werken, omdat er onvoldoende plek is op de kinderopvang.’

Gemeenten worstelen ondertussen met het gebrek aan een langetermijnvisie voor deze vorm van opvang, zegt wethouder Groot Wassink. ‘We zijn in al Amsterdam bezig met semipermanente huisvesting, omdat de vorm waarin we nu opvangen, in hostels en hotels, eigenlijk niet meer houdbaar is. Maar iedereen weet dat de Amsterdamse woningmarkt al aardig oververhit is. Dus dat is niet makkelijk.’

Daarnaast stijgen de kosten voor de opvang naarmate de oorlog langer duurt. Met als gevolg dat gemeenten steeds kritischer kijken naar het leefgeld dat Oekraïners krijgen – dat is hetzelfde bedrag dat vluchtelingen in de reguliere asielprocedure krijgen. Maar omdat ruim de helft van de volwassen Oekraïners inmiddels werkt, roept dat steeds meer weerstand op. ‘Daar moeten we iets mee’, zegt Groot Wassink, ‘Want daardoor erodeert in de samenleving het draagvlak voor hun opvang.’

Groot Wassink roept een volgend kabinet daarom op om met spoed een duurzame strategie te ontwikkelen voor de opvang voor Oekraïners. Een manier om dat te doen, is volgens hem één plan te maken voor de opgaven die er zijn voor de huisvesting van asielzoekers, statushouders én Oekraïners. ‘Het gaat uiteindelijk om de verdeling van schaarse ruimte. En dat kun je misschien het best onderling verevenen. Dus zeggen: oké, jij doet meer asiel, maar minder Oekraïners. Zolang we maar naar het vraagstuk als geheel gaan kijken.’

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is al bezig met plannen voor de lange termijn, laat het in een reactie weten. ‘Denk aan het onlangs gepresenteerde plan om Oekraïense psychologen aan het werk te helpen. Maar ook stappen om het tijdelijke verblijf meer te normaliseren’, zegt een woordvoerder. ‘Daarnaast verkennen we samen met een aantal gemeenten de mogelijkheden om een eigen bijdrage te vragen aan vluchtelingen uit Oekraïne die een betaalde baan hebben.’ De gemeente Cranendonck sorteerde daar deze week al op voor. Daar gaan werkende Oekraïners 190 euro betalen voor hun noodopvang.

Wat in elk geval ook onderdeel moet zijn van die langetermijnstrategie, volgens Groot Wassink, zijn scenario’s voor het regelen van de verblijfsstatus van Oekraïners, afgestemd op het verloop van de oorlog. Dat zou niet alleen de vluchtelingen en gemeenten meer duidelijkheid bieden, maar ook problemen in de toekomst voorkomen. ‘Want regelen we niets, dan ontstaat er straks in maart 2025 een situatie waarin Oekraïners zelf een asielaanvraag moeten doen. Het asielsysteem is nu al overbelast. Dus daar moet werkelijk niemand aan denken.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next