Zo'n 66 miljoen jaar geleden sloeg een planetoïde in op de aarde. Na die gigantische klap, zwaarder dan een miljard kernbommen bij elkaar - ontstonden bosbranden, vulkaanuitbarstingen en enorme hoeveelheden zwavel over de hele wereld.
Maar Belgische onderzoekers schrijven dat de "exacte moordmechanismen" die door de impact in gang zijn gezet nog steeds onduidelijk zijn. Er is te weinig aandacht besteed aan de biljoenen tonnen stof, roet en zwavel die in de jaren na de impact in de atmosfeer ronddwarrelden.
Die stofwolk blokkeerde de zon en leidde tot een wereldwijde winter. Daarin konden bomen, planten en struiken iet groeien wat leidde tot grote effecten voor dieren. Tot wel 75 procent van de dinosaurussoorten op aarde werden weggevaagd.
Met computersimulaties hebben wetenschappers de planetoïde-inslag nagebootst. Daaruit blijkt dat het stof tot vijftien jaar in de atmosfeer zou kunnen blijven gangen. Daardoor heeft de fotosynthese mogelijk bijna twee jaar lang stilgelegen. Dat komt vooral door zogenoemd silicaatstof dat de atmosfeer ondoorzichtig maakt. Daardoor kon de planeet tot wel 15 graden afkoelen.
De aarde werd dus een paar jaar donker en koud. De planetoïde doodde niet alle dinosauriërs in één keer, maar het was een meer sluipende moordenaar, die een uitputtingsslag veroorzaakte die ertoe leidde dat drie op de vier soorten omkwamen.
Source: Nu.nl algemeen