Home

Het brandende verlangen van Little Richard naar ‘Lucille’ zette ook de Beatles en de Stones in vuur en vlam

Lucille, baby, satisfy my heart.
Oh, Lucille, baby, satisfy my heart.
Lucille, Little Richard (1957)

Het was in 1998 in Ahoy dat Johan de Poel, oprichter, voorzitter, secretaris, penningmeester en enig lid van de Nederlandse Little Richard-fanclub, zijn grote held Lucille hoorde zingen.

Dat dit bezoek van De Poel aan Rotterdam is geboekstaafd, komt door zijn zoon David, een man die ‘de grootste schrijver van Nederland’ is genoemd. Hij is 2 meter 12 lang. Het boek waarin zijn vaders liefde voor de rock-’n-roller wordt beschreven, valt juist op door zijn petieterige omvang. Awopbopaloomopalopbamboom of de lotgevallen van een Little Richard-fan (2004) is slechts 27 pagina’s dik.

De titel verwijst naar de openingskreet van Little Richards eerste notenkraker, Tutti Frutti uit 1955. Hiermee deed de krijsende man uit Macon, geboren als Richard Penniman, zijn intrede in de muziek met het volgens het Engelse muziekblad Mojo ‘invloedrijkste nummer aller tijden’.

De kreet was niets anders dan een verbale imitatie van een drumsolo. Tutti Frutti ging in de oorspronkelijke versie over de geneugten van anale mannenseks, maar elke verwijzing naar homoseksualiteit werd snel uitgegumd.

Ook Lucille bestond in zijn oervorm al langer. Het was een ballad met een slijmerige titel: Directly from My Heart to You. Met het geluid van een voorbijrijdende trein in het achterhoofd werd het tempo opgevoerd en de naam van een denkbeeldige geliefde erin gefietst. Little Richard componeerde het samen met Albert Collins. Het geuite verlangen naar Lucille was zo exorbitant dat het volgens Dave Marsh, auteur van The Heart of Rock and Soul, the 1001 Greatest Singles Ever Made, leek alsof Little Richard ‘al een week met een stijve rondliep’.

Little Richards opwekkende ritme, in combinatie met zijn extravagante look, zette de jongens van The Beatles en The Rolling Stones – en al hun generatiegenoten – in vuur en vlam. Met beide bands ging hij in de sixties toeren. The Beatles coverden vele nummers van hem, onder meer Long Tall Sally en Lucille.

Zo baanbrekend als Little Richard (1932-2020) in de jaren vijftig was, zou hij nooit meer worden. Zijn leven werd een permanente rit in een kermisattractie. Hij raakte aan de drugs, keerde zich (even) af van zijn eigen homoseksualiteit en viel voor de Heer. Alles kwam terug in de in 2023 gepresenteerde documentaire Little Richard: I Am Everything.

Johan de Poel, de Groningse alleenheerser van de Nederlandse Little Richard-club, heeft nooit de eer gehad om zijn held te ontmoeten. Wel stuurde hij hem talloze brieven. In het boek van David de Poel (die we ook kennen als romancier en als biograaf van schrijver Frans Pointl) bezoeken vader en zoon het concert in Rotterdam Ahoy.

Wederom had De Poel sr. een brief geschreven. Hij wilde de brief persoonlijk in de hand van zijn held duwen. ‘Ik zou u graag bij mij thuis willen ontmoeten’, zo eindigde hij zijn schrijven. Het was tevergeefs, het kwam niet tot een treffen. De fanclub van de nu 79-jarige Johan de Poel bestaat nog steeds. In de 60-jarige geschiedenis is er één ander lid geweest: een jongen uit Delfzijl.

John en Paul

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next