Home

Jeffrey Hoogland aast op de snelste kilometer ooit. Hij kent de pijn van de inspanning: ‘Ik wil dat record hebben’

Dinsdag om 21.00 uur Nederlandse tijd begint baanwielrenner Jeffrey Hoogland in Mexico aan een rit van een kilometer. Zijn doel: binnen 56,303 seconden finishen. Lukt dit, dan bezit hij het wereldrecord. ‘Het is een legacy, iets waarop je kunt terugkijken.’

Snelheid? Rondetijden? Jeffrey Hoogland (30), olympisch kampioen en meervoudig wereldkampioen op de teamsprint, zal geen idee hebben als hij dinsdagavond over de wielerbaan van Aguascalientes in Mexico dendert.

Hij heeft maar één missie: zo snel mogelijk één kilometer afraffelen. Vier ronden rammen in minder dan een minuut. Kennis is ballast. Vallen de metingen tussentijds tegen, dan dreigt frustratie. Zit het goed, dan zakt ‘ie misschien in. Kost zomaar honderdsten, zo niet tienden van seconden.

Over de auteur
Rob Gollin schrijft sinds 2016 over sport voor de Volkskrant, vooral over wielrennen. Eerder was hij algemeen verslaggever, kunstverslaggever en correspondent in België.

Om 21:00 uur Nederlandse tijd valt de Nijverdaller het wereldrecord aan op de afstand waarin hij op de baan al jaren de allerbeste is. De te kloppen tijd is 56 seconden en 303 duizendsten. Die staat sinds 2013 op naam van François Pervis. De Fransman reed ook in Mexico. Aguascalientes ligt op 1.880 meter hoogte. Daar is minder luchtweerstand.

Hooglands persoonlijk record is 57,813, afgelopen februari geklokt op de EK in Grenchen, Zwitserland – een laaglandbaan. Nee, hij heeft die 56 seconden in de voorbereiding niet gehaald. ‘Zeker niet.’ Maar hij weet dat Pervis op zeeniveau in het jaar van diens wereldrecord aanzienlijk langzamer was dan zijn snelste tijd.

Het vasthouden van schema’s doet er niet toe. Hoogland houdt zijn gedachtenwereld in Mexico liever beperkt. ‘Op referenties ga je mentaal reageren, fouten maken. Het is kort genoeg om het zonder te kunnen.’ Onderweg telt dit: op de zwarte, kortste lijn blijven, letten op de cadans, tempo vasthouden. Misschien wel het allerbelangrijkst: ‘het managen’ van de pijn. Vaststaat dat het heel erg zeer gaat doen.

Hoogland denkt dat buiten het baanwielrennen alleen topschaatsers op de 1.500 of 1.000 meter weten hoe zoiets voelt: ‘Zo lang zó diep gaan. Dat je lichaam schreeuwt: stoppen, stoppen! Na twee ronden zijn je benen leeg. En dan ben je nog maar op de helft. Het rondkrijgen van het verzet doet steeds meer pijn. Als je de finish passeert, laat je alles los. Ontspanning. Maar dan giert de pijn nog harder door de benen. Je hebt het idee dat je ze vernacheld hebt.’

Om de gruwel te doorstaan, probeert hij de protesten vanuit het gestel te negeren. ‘Je bent jezelf aan het troosten. Gewoon doorgaan. Denken: het maakt niet uit, straks komt die bocht, o, nog één ronde. Ik denk dat mijn brein wel snapt wat ik aan het doen ben.’

Waarom hij het record zo graag wil? Net als zoveel andere baanrenners had hij eerst een hekel aan de kilometer. Misschien was het wel angst: het is te heftig om er vol voor te gaan. Totdat bleek dat hij er uitzonderlijk goed in was. Hij ziet het nu als een mooi, puur onderdeel. Hierop kun je laten zien hoe sterk je bent, hoe hard je kan, in je eentje.

‘Ik wil dat record hebben. Ik wil dat mijn naam een aantal jaren boven aan de startlijst van de kilometer komt te staan. Het is een legacy, iets waarop je kunt terugkijken. Die Hoogland reed een knetterharde ‘kilo’. Dat is toch leuk als je niet meer bij de sport aanwezig bent en het toch voortleeft.’

Hij denkt dat hij er klaar voor is. In Omnisport in Apeldoorn werkte hij weken in blokken met duur- en krachttraining, daarna kwam meer het accent op vermogen en snelheid te liggen. Op de fiets zijn de aanpassingen beperkt. De sleuven op het ossenkopstuur waarin hij zijn armen legt zijn dankzij een 3D-scan precies op maat en een fractie stijver gemaakt. Hij kiest een monsterverzet: voor een reuzenrad met 69 tanden, achter 15. Hij sluit niet uit dat hij een 70 laat monteren.

Vorige week donderdag vertrok hij naar Mexico. Langer acclimatiseren had volgens hem geen zin. Dan moet je een tijdje rustig aan doen, dat gaat ten koste van de training. De kans bestaat dat je spierschade oploopt, waarvan je slecht herstelt. Het scenario is simpel: er naartoe gaan en knallen. Hij weet dat hij het op die hoogte met minder zuurstof zal moeten doen. Het is overkomelijk. Zoveel hijgt hij niet in de vier rondes. ‘Ik heb weleens een startronde gereden, waarin ik maar twee keer ademhaalde.’

Hij weet wat hem wacht. Voor de start zal hij zenuwachtig zijn, totdat de klok op tien seconden staat. Vanaf vijf telt hij mee af. Alle geluid valt voor hem weg als hij zich op gang trekt, zo agressief mogelijk. Tussen de eerste en tweede bocht volgt de omschakeling van staand pure kracht leveren naar zittend versnellen en doorversnellen.

Voor het begin van de tweede ronde verplaatst hij zijn handen van de ossenkop naar het smalle stuurtje erboven. Op het rechte stuk aan de overkant is de topsnelheid bereikt – hij zal op z’n minst moeten uitkomen op een gemiddelde van 64 kilometer per uur.

In de derde ronde zal het kermen van het lijf in volle hevigheid losbarsten. Het hoofd zal al gaan zakken, de vermoeidheid slaat toe. Efficiënt rijden, daar komt het nu op aan. Voor het ingaan van ronde vier haalt hij een paar keer diep adem voor wat extra zuurstof. Hij weet niet of het echt helpt, maar als het helpt, helpt het.

De laatste omgang wil hij op souplesse blijven rijden. Als het in die fase op kracht aankomt, voelt het vierkant aan.

Na de finish mag de pijn het heftigst zijn, als hij binnen de 56 seconden is gebleven, voelt hij misschien wel helemaal niets meer. Dan zal er louter de euforie zijn. Hoogland heeft zojuist een knetterharde ‘kilo’ neergezet.

Source: Volkskrant

Previous

Next