Home

De olijfpluk van Palestijnen wordt bedreigd én beschermd door Israëliërs

Het is, in tijden van oorlog en van opgelopen spanning tussen de twee bevolkingsgroepen, een bijzonder tafereel: Palestijnen en Joodse Israëliërs die samen olijven plukken. Oktober is oogstmaand op de Westelijke Jordaanoever, middelpunt van de eeuwenoude Palestijnse olijvencultuur. Op diverse plekken, zoals hier bij de stad Deir Istiya, krijgen de Palestijnen hulp van goedwillende Israëli’s.

Grotendeels met de hand worden de groene en paarse vruchten van de boom gehaald. Sommigen slaan ze er met een tak af, enkelen gebruiken een stok met een soort elektrische molentjes. De olijven vallen op stukken zwart zeil. Als de takjes en bladeren er met de hand zijn uitgezeefd, gaan de vruchten in jutezakken van 25 kilo elk, klaar voor verwerking tot olijfolie.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei - Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.

Na een ochtend plukken nemen de werkers in een kring plaats op de bruine aarde in de schaduw van een olijfboom, voor een eenvoudige lunch van dolma’s, yoghurt en brood. Acht leden en vrienden van de Palestijnse familie Mansour en tien Israëli’s. De zon is net niet te heet.

Er wordt gezellig gekletst over van alles - maar niet over alles. Eén onderwerp, dat ongetwijfeld in ieders gedachten is, blijft onbesproken: de oorlog die 85 kilometer verderop gaande is in de Gazastrook. ‘We proberen hier een alternatieve realiteit te creëren’, zegt de 27-jarige Ran Matalon, een van de Israëlische vrijwilligers.

Toch geeft de olifant in de kamer, het Palestijns-Israëlisch conflict, af en toe van zijn aanwezigheid blijk. ‘Als ik in Nablus of een andere Palestijnse stad zeg dat ik hier met Israëli’s werk, denken ze dat ik gek ben’, zegt Abed Mansour, het 58-jarige hoofd van de familie die olijven aan het plukken is.

Zijn opmerking wordt even later gespiegeld door Mia Caplan (50), een van de Israëlische olijvenplukkers, zonder dat ze heeft gehoord wat Mansour zei. ‘Mijn buren in Jeruzalem’, zegt ze, ‘vinden dat ik gek geworden ben, omdat ik dit werk doe met Palestijnen.’

Het Palestijns-Israëlisch conflict is zelfs de réden dat de Joodse Israëli’s hun vrije zaterdag opofferen door onbetaald mee te helpen met de olijfoogst. Al sinds de bezetting van de Westoever door Israël in 1967 staat de Palestijnse olijvencultuur onder druk. Het vernielen van olijfbomen en het verhinderen van de olijfoogst door kolonisten, en soms door het Israëlische leger, is een methode om de Palestijnen stukje bij beetje terug te dringen en de uitbreiding van nederzettingen mogelijk te maken.

Door de aanvallen op boeren, zo stelt de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem, kunnen de Palestijnse boeren hun land niet bereiken en bewerken. ‘De kolonisten achtervolgen de boeren en schieten in de lucht, bedreigen hun leven, nemen hun identiteitskaarten in beslag en beschadigen de gewassen.’

Ook de VN hebben telkenmale de marginalisering van de olijvencultuur bekritiseerd. Volgens de Geneefse Conventies is het in bezet gebied ‘verboden voorwerpen die onmisbaar zijn voor het voortbestaan van de burgerbevolking te vernietigen, te verwijderen of onbruikbaar te maken, zoals levensmiddelen, landbouwgebieden, gewassen, vee en irrigatiewerken’. Volgens de wet is het Palestijnen verboden hun boomgaarden nabij nederzettingen te betreden, op een paar dagen per jaar in het oogstseizoen na.

Sinds 1967 zijn naar schatting een miljoen (cijfer uit 2015) olijfbomen vernield. In de literatuur over de kwestie valt de term ‘arboricide’ – massamoord op bomen. De anti-olijfcampagne kreeg een impuls na het aantreden van de ultrarechtse regering-Netanyahu eind vorig jaar, en vooral na het begin van de Gaza-oorlog op 7 oktober. Dat viel samen met het begin van de olijfoogst.

In het door de Hamas-terreur aangewakkerde anti-Palestijnse klimaat krijgen kolonisten de vrije hand om Palestijnse boeren te intimideren, zo bevestigen Israëlische mensenrechtengroepen. Twee weken geleden zag de Volkskrant op de Westoever hoe Palestijnse bedoeïenen hun hele dorp onttakelden en wegvluchtten, met schapenkudde en al.

In Deir Istiya is van onttakelen geen sprake. Het is een Palestijnse stad met zo’n vijfduizend inwoners in zogeheten B-gebied (Palestijns civiel bestuur, Israëlische ordehandhaving). Veel inwoners bezitten land met boomgaarden, van generaties her. Anderen, zoals de familie Mansour, laten zich inhuren voor de olijvenpluk, op een paar honderd meter van de stadsrand.

‘De eigenaar durft zelf niet te oogsten’, zegt vader Mansour, tussen twee te plukken bomen door. De regio rond Deir Istiya was lange tijd grotendeels vreedzaam, maar de laatste tijd is dat beeld aan het kantelen, ook doordat er zich vier maanden geleden een nieuwe ‘buitenpost’ heeft gevestigd. De fanatiekste en meest schietgrage kolonisten zijn te vinden in deze – ook voor de Israëlische wet illegale – buitenposten.

Donderdag nog kreeg Mansour met ze te maken. Met andere plukkers was hij onderweg in de olijvenvelden, toen de weg werd geblokkeerd door gewapende kolonisten. Een handgemeen dreigde, tot het leger op verzoek van de Palestijnen kwam en de kolonisten wegstuurde. ‘Meestal gaat dat andersom en kiest het leger de kant van de kolonisten’, zegt Mansour. Bovendien: het leger mag helemaal geen kolonisten arresteren, daarvoor moet de politie worden ingeschakeld. Het leger mag wél Palestijnen arresteren. Zo zit ongelijke behandeling in het systeem ingebakken.

Doorgaans zijn het de kolonisten die het leger inschakelen en voor hun karretje spannen, zegt vrijwilliger Mia Caplan, een 50-jarige programmeur uit Jeruzalem. ‘Ze hebben appgroepen waarin ze elkaar waarschuwen als ze zien dat ergens wordt geoogst. Sinds drie weken krijgt het leger van de kolonisten te horen dat de olijfoogst een dekmantel is voor het voorbereiden van slachtpartijen zoals in Gaza.’

De angst zit er zo in bij de Palestijnen, dat ze nauwelijks nog de boomgaarden durven te betreden. Behalve op zaterdag, op sabbat, de joodse rustdag. De orthodoxe kolonisten mogen dan volgens hun geloof bijna niets doen, ook geen olijfplukkers verjagen. Vandaar dat ook de Joodse vrijwilligers alleen op zaterdag komen.

De meesten doen het al jaren. Hun aanwezigheid moet de Palestijnen veiligheid bieden. Met Israëli’s als ooggetuigen houden de kolonisten zich meestal in, al worden soms ook activisten belaagd. ‘Wij gebruiken ons witte privilege ten goede’, zegt taalkundige Júda Ronén.

Ronén is vrijwilliger ‘om iets goeds te doen in deze wereld’, zegt hij. ‘Zonder slechtheid, onrecht en ongelijkheid tussen mensen. Mijn kleine bijdrage. Bovendien is het echt leuk. Veel Israëli’s zijn het contact kwijt met het land, met de grond.’

Voor de Palestijnen geldt dat zeker niet. De olijventeelt is een wezenlijk onderdeel van de Palestijnse cultuur en identiteit. De olijfboom speelt een belangrijke rol in alle drie religies die hun herkomst hebben in de regio - jodendom, christendom en islam. In de drie heilige boeken levert de zoekterm ‘olijf’ menige treffer op. Niet voor niets is de olijftak het symbool van de vrede. Bovendien vormen olijven een van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor de Palestijnen op de Westoever.

Veel Palestijnen hebben een welhaast fysieke band met hun olijfbomen. Sommige zijn meer dan honderd jaar oud. ‘Ze kennen elke tak’, zegt Caplan.

Dan stopt een legervoertuig aan de rand van autoweg 5066, naast de boomgaard waar de plukkers bezig zijn. De geüniformeerde inzittenden slaan het oogsttafereel minutenlang gade. De plukkers doen alsof er niets aan de hand is. Dan rijdt de jeep weg. ‘Ze gaan met hun commandant overleggen wat ze moeten doen’, zegt Mansour. ‘Zonder pers en zonder vrijwilligers waren we nu al weggestuurd.’

Ruim dertig Israëlische mensenrechtenorganisaties, van B’Tselem tot Rabbis for Human Rights, gaven zondag een verklaring uit waarin zij de internationale gemeenschap oproepen actie te ondernemen ‘om een einde te maken aan de door de staat gesteunde golf van kolonistengeweld die leidt tot de gedwongen verplaatsing’ van Palestijnse gemeenschappen op de Westoever.

‘De afgelopen drie weken, sinds de wreedheden van Hamas van 7 oktober, hebben kolonisten het gebrek aan publieke aandacht voor de Westelijke Jordaanoever en de algemene sfeer van woede tegen de Palestijnen uitgebuit om hun campagne van gewelddadige aanvallen te escaleren, in een poging Palestijnse gemeenschappen te verplaatsen. Dertien herdersgemeenschappen zijn al ontheemd geraakt. Nog veel meer mensen lopen het gevaar de komende dagen te moeten vluchten.

‘Palestijnse boeren zijn in deze tijd, tijdens de jaarlijkse olijvenoogst, bijzonder kwetsbaar. Als ze hun olijven niet kunnen plukken, verliezen ze een jaarinkomen. Zaterdag werd Bilal Muhammed Saleh uit het dorp As-Sawiya ten zuiden van Nablus vermoord terwijl hij zijn olijfbomen verzorgde. Hij was de zevende Palestijn die door kolonisten werd vermoord sinds het begin van de huidige oorlog.

‘Helaas steunt de Israëlische regering deze aanvallen en doet ze niets om dit geweld te stoppen. Integendeel: ministers steunen het geweld en in veel gevallen is het leger aanwezig of neemt het zelfs deel aan het geweld, ook bij incidenten waarbij kolonisten Palestijnen hebben gedood. Bovendien was er sinds het begin van de oorlog een groeiend aantal incidenten waarbij gewelddadige kolonisten Palestijnse gemeenschappen in de buurt aanvielen terwijl ze een militair uniform droegen en door de overheid uitgegeven wapens gebruikten.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next