PvdA’er Khadija Arib was van 2016 tot 2021 voorzitter van de Tweede Kamer. Na de laatste verkiezingen deed ze opnieuw een gooi naar het voorzitterschap, maar verloor daarbij van D66’er Vera Bergkamp.
Anderhalf jaar later kwamen er bij het Presidium, het bestuur van de Tweede Kamer onder leiding van voorzitter Bergkamp, anonieme klachten binnen van ambtenaren over Arib. Dat gebeurde nadat Arib voorzitter was geworden van de commissie die een parlementaire enquête over het coronabeleid zou voorbereiden.
De klachten hadden betrekking op grensoverschrijdend gedrag dat Arib zou hebben vertoond richting ambtenaren van de Tweede Kamer. Omdat ze opnieuw met hen te maken zou krijgen in haar werk als voorzitter van de enquêtecommissie, trokken er ambtenaren aan de bel.
Over de auteur
Joram Bolle is algemeen verslaggever van de Volkskrant.
Na advies van de landsadvocaat besloot het Presidium daarop om een onderzoek te laten verrichten naar mogelijk grensoverschrijdend gedrag door Arib. Die reageerde verbolgen op dat voornemen, onder meer omdat ze al anderhalf jaar geen voorzitter meer was. Zij was van mening dat ze slechts verantwoording hoeft af te leggen aan de kiezer. Bovendien beweerde Arib dat er sprake was van een politieke afrekening door Bergkamp.
Niet veel later stapte Arib op als Kamerlid: ‘Ik ben veel gewend, maar de (anonieme) dolkstoten van de laatste dagen hebben ertoe geleid dat ik niet langer wens aan te blijven als Kamerlid.’
Officieel alleen dat het gaat om mogelijke gevallen van ‘grensoverschrijdend gedrag’. Dat gedrag zou ‘machtsmisbruik’ en ‘een schrikbewind’ behelzen, maar onduidelijk is wat Arib precies zou hebben gedaan.
Al tijdens haar voorzitterschap zou Arib zijn aangesproken op een ‘onveilig werkklimaat’. Dat was in 2019 aan de kaak gesteld door de toenmalige griffier, het hoofd van de ambtenaren in de Tweede Kamer. Eerder waren al een griffier en twee directeuren opgestapt na conflicten met Arib.
Volgens Arib komen de klachten voort uit een politieke afrekening: ‘De overgrote meerderheid van de medewerkers en griffiers zijn ontzettend goede mensen, maar de top is enorm gepolitiseerd en machtsbelust’, zei ze tegen de Volkskrant. ‘Ik had als Kamervoorzitter de taak om orde op zaken te stellen en eind te maken aan de informele ons-kent-ons-cultuur. Dat betekent dat je soms besluiten moet nemen die niet iedereen even prettig vindt.’
Uiterst chaotisch. Het Presidium besloot om de aantijgingen aan het adres van Arib te laten onderzoeken door een extern bureau. Dat werd Hoffman Bedrijfsrecherche. Maar rondom de instelling van het onderzoek ontstond een heel politiek circus, waarbij de ambtelijke top opstapte.
Uiteindelijk besloot het Presidium om zelf niet meer de formele opdrachtgever te zijn, om schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Die taak wilde het Presidium toebedelen aan het hoofd HR van de Kamer, maar die bleek zelf ook een onveilig werkklimaat te hebben ervaren onder Arib. Vervolgens werden drie hoogleraren in publiek management, sociaal recht en organisatiepsychologie aangesteld als gedelegeerd opdrachtgevers.
Arib wilde niet aan het onderzoek meewerken, naar eigen zeggen omdat ze nooit op de hoogte gesteld is van de klachten. Dat leidde afgelopen zomer, toen het onderzoek in de afrondende fase belandde, tot onenigheid tussen Arib en de opdrachtgevers. Die zeiden Arib wel inzicht te willen geven in de klachten, maar alleen op locatie. Arib wilde het dossier mee kunnen nemen om beter te kunnen bestuderen, samen met haar advocaten.
Die kans is klein, behalve als uit het onderzoek zou blijken dat Arib helemaal niks heeft misdaan. Maar niet het hele onderzoek wordt gepubliceerd, alleen een samenvatting. Daardoor ontstaat mogelijk ruimte voor twijfel aan de conclusies.
Bovendien kondigde Arib in augustus juridische stappen aan om de staat, het Presidium, het recherchebedrijf en de gelegeerd opdrachtgevers aansprakelijk te stellen voor het instellen van een ‘onrechtmatig onderzoek’. Vorige week verzocht Arib de Tweede Kamer om publicatie van het onderzoek tegen te houden zolang de rechter zich daar niet over gebogen heeft.
Het leek erop dat de rechter op 15 november uitspraak zou doen, maar inmiddels is besloten tot een mondelinge behandeling van de zaak. Daarmee kan een uitspraak nog maanden op zich laten wachten.
Daardoor wil Bergkamp zich niet tegen laten houden. Volgens haar is het ook in het belang van Arib dat het zo snel mogelijk wordt gepubliceerd. Het is immers mogelijk dat dat uitwijst dat de klachten ‘ten onrechte op haar zijn betrokken’, aldus Bergkamp.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden