We deden een middag Zwolle. Een museum, een kerk en een markt in een paar uur. Daarna schoven we aan in een restaurant in een middeleeuws pand. Het was er ‘gezinsvriendelijk’ stond op de deur. Lucie van Roosmalen (8) en Leah van Roosmalen (6) wilden kleuren, Frida van Roosmalen was te lang wakker. We hadden de boel redelijk onder controle, maar dan toch niet zo goed als de twee gezinnen naast ons. Ze zaten te kaarten. De moeders waren zo te zien zusters, ze hadden samen vier dochters. De jongste bracht wasknijpers aan in het haar van een van de vaders. Het zag er bespottelijk uit, hij trok rare gezichten. Een andere dochter zette er ook twee op z’n oorlellen.
„En klaar met het lolletje”, zei een van de moeders.
De vader met de wasknijpers aan zijn hoofd zei dat ze weer gingen beginnen, de dochters keken in hun kaarten.
Lucie van Roosmalen kleurde ongevraagd op de kleurplaat van Leah van Roosmalen.
„En klaar met het lolletje!”, riep ik.
Het had nul effect.
Naast ons werd het eten gebracht.
„Kaarten van tafel!”, zei de vader die nog geen wasknijpers aan zijn gezicht had gekregen. De kinderen deden wat ze werd opgedragen.
„Kijk toch eens hoe goed die kinderen luisteren”, hield ik de eigen kudde voor. Net toen ik me begon af te vragen hoe dat toch allemaal kon, riep de vader op tot gebed.
De andere vader trok de wasknijpers van zijn oren. Ze vouwden hun handen, de vader zonder wasknijpers riep de groep op om de handen te vouwen en begon te bedanken voor alles. Voor het eten, voor het samenzijn, voor de heerlijke middag. De kinderen knepen hun ogen dicht.
Een van de moeders nadat er ‘smakelijk’ was gezegd: „En we eten met onze monden dicht.”
Ons eten kwam ook, ik had mijn handen vol om alles te coördineren. Later bij het afrekenen aan de bar stond ik naast de vader met de wasknijpers in zijn haar.
„Er zitten nog wasknijpers in je haar”, zei ik.
Hij haalde een hand door zijn haar en trok er drie wasknijpers uit.
„Gekkigheid”, zei hij.
Even later marcheerden ze de zaak uit, in de regen gingen ze uit elkaar.
„Volgende week zaterdag weer iets geks!”, werd er geroepen.
Source: NRC