Schrijver Michel van Egmond kan zich nog goed herinneren dat Jan Boskamp in 2010 voor het eerst bij Voetbal International (VI)te gast was. Binnen een kwartier was de mailbox volgestroomd met vragen, vertelt Van Egmond, destijds mede-eindredacteur van het tv-programma. ‘Kijkers wilden twee dingen weten. Eén: wie is die man? Boskamp was wereldberoemd in België, maar niet in Nederland. Twee: is er iets mis met ons televisietoestel? Niemand kon hem verstaan.’
Binnen de kortste keren was de tweevoudig international een van de populairste mensen die ooit aan tafel heeft gezeten, zowel bij kijkers als bij de redactie, zegt Van Egmond. ‘Hij is zo’n lieve knuffelbeer. Ik ken niemand die hem niet aardig vindt. Hij gedraagt zich hetzelfde tegen een stagiair als tegen Johan Derksen.’ Behalve door zijn articulatie viel Boskamp op door versprekingen, een schokschouderende bulderlach, stompen op de schouder van René van der Gijp en teksten als ‘je moet niet ouwehoeren met mij of ik geef je voor je eikel’.
Vanaf volgend jaar zullen voetballiefhebbers het zonder dat alles moeten doen. Boskamp, die vorige week 75 werd, stopt na de Champions League-finale in juni met zijn analyses voor de Nederlandse televisie, vertelde hij aan de Vlaamse krant Het Nieuwsblad. De reistijd van zijn woonplaats Brussel naar Hilversum wordt hem te veel. Boskamp kampt al langere tijd met gezondheidsklachten en lag rond Kerst met hartproblemen op de intensive care, al zei Johan Derksen onlangs bij VI dat het de laatste tijd beter gaat.
Over de auteur
Gijs Beukers is mediaredacteur bij de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
De in 1948 geboren Boskamp groeide op in Het Oude Noorden, een Rotterdamse volkswijk. Op zijn 7de kreeg hij van zijn moeder het boekje Rotterdamse jongens in Duitse tijd, schrijft Wim de Bock in Geen gezeik, een biografie over Boskamp uit 2013. Dat maakte diepe indruk op de jonge Boskamp en leidde tot een obsessie over de Tweede Wereldoorlog.
‘Hij vertelde eens dat bepaalde oorlogsarchieven van de Sovjet-Unie over een paar jaar opengingen’, zegt Van Egmond. ‘Daar verheugde hij zich echt op.’ Boskamp zit in een netwerk met zielsverwanten. Van een Engelsman kreeg hij eens een postpakket met veertig dvd’s over de oorlog, zegt Van Egmond. Die bekijkt hij allemaal. ‘En intussen zit hij alleen maar naar het scherm ‘koleremoffen’ te roepen, al ziet hij beelden voor een tiende keer.’
Ook voetbal is een obsessie te noemen. ‘Behalve Jan Boskamp ken ik niemand die in een vliegtuig richting Brazilië stapt om naar trainingen van São Paulo te kijken’, zegt Van Egmond. ‘Hij was gewoon benieuwd naar de jeugdopleiding. Er was niet eens een wedstrijd.’
Hoewel hij daar zelf zelden over vertelt, was hij een uitstekende voetballer. Bij zijn grote liefde Feyenoord, waar hij op zijn 14de een contract kreeg, had hij pech met de concurrentie. Het middenveld, dat bestond uit Wim Jansen, Willem van Hanegem en Franz Hasil, gold als het sterkste van Europa. In 1970, Boskamp was destijds uitgeleend, won Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europacup I. Toen Feyenoord in de jaren daarna de wereldbeker voor clubs en de UEFA Cup won, was hij er wel bij.
Na bonje met trainer Wiel Coerver vertrok hij naar de Brusselse club RWDM. Toen hij in 1975 als eerste buitenlander tot beste speler van de Belgische competitie werd verkozen, kopte Het Volk in chocoladeletters: ‘Moordenaar krijgt gouden schoen.’ ‘Ze zeiden weleens dat Jan alleen maar kon beuken’, zegt Piet de Visser, de nu 89-jarige oud-scout van Chelsea die daar zijn trainer was. ‘Maar hij was mijn beste speler.’
Toen hij nog bij RWDM voetbalde, trainde hij daar al de jeugd. ‘Op woensdag had hij een grote sporttas vol Marsjes voor de kinderen meegenomen’, zegt De Visser. ‘Jan is een gouden vent.’
Wat voeding aangaat, heeft Boskamp zich nooit blindgestaard op de Schijf van Vijf. Hij is gek op zoute drop, frieten en – zoals Van der Gijp vaak gierend van de lach vertelt – ‘reusachtige’ steaks met ‘liters’ bearnaisesaus. Zijn dieet leidde tot gezondheidsproblemen. In 2010 onderging hij een hartoperatie omdat zijn hartslagader voor 75 procent was dichtgeslibd. Vaak hoorde hij dat hij moest afvallen, omdat hij anders niet lang meer te leven heeft, zegt hij in Geen gezeik. ‘Maar ik heb het karakter van een goudvis.’
Zijn gewicht hinderde zijn trainerscarrière niet. Na onder meer vijf jaar Anderlecht belandde hij in 2001 in ‘de zandbak’, zoals hij de Verenigde Arabische Emiraten noemt. Boskamp heeft niet de gewoonte in volzinnen te praten, maar kwam er ver met zijn charme. Hoewel hij sjeik Mohammed Al Maktoum in het openbaar aanraakte en tegensprak – twee lokale doodzonden – kregen de twee een band. Toen hij na zijn laatste werkdag op het vliegveld van Dubai aan boord wilde met een koffer vol dollars, werd hij daarover door de douane bevraagd. Hij vatte tegen Van Egmond de gebeurtenissen als volgt samen: ‘Die gasten wilden weten waar dat geld vandaan kwam. Ik wees naar de muur, naar zo’n portret van de sjeik. ‘Heb ik van die gozer gekregen’, zei ik. Daarna mocht ik doorlopen.’
Zijn kleurrijke leven is vaak opgetekend. ‘Er zijn meer biografieën over Jan Boskamp verschenen dan over Winston Churchill’, zegt Van Egmond. Toen er weer eentje was uitgekomen en Van Egmond vroeg wat hij daarvan vond, zei Boskamp dat hij het niet had gelezen. ‘Je leest een boek over je eigen leven toch wel?’, reageerde Van Egmond. ‘Hoezo?’, zei Boskamp, ‘ik weet zelf toch ook wel wat ik heb meegemaakt?’
België
Boskamp is België als zijn land gaan beschouwen. Daar léven de mensen, zei hij in de biografie Geen gezeik (2013). ‘Een vergadering in België loopt uit in een lekker diner. In Nederland krijg je hoogstens een broodje kaas.’
Begin Valencia-vakantie
Topshow (2015), een boek van Michel van Egmond en Jan Hillenius, beschrijft een vakantie van het team van het tv-programma VI aan Valencia. Als een redacteur vooraf aan Boskamp vraagt of hij een annuleringsverzekering wil, zegt hij: ‘Hoezo? We gaan toch?’
Einde Valencia-vakantie
Aan het einde van de trip vraagt een andere redacteur zijn adres. ‘Ja maat, dat weet ik toch niet?’, reageert Boskamp. ‘Jan, je weet toch wel waar je woont?’ ‘Kom, hoe heet die klotestraat? Er is een voetbalveld. En het huis ligt rechts.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden