Home

‘Precies op dat moment kwamen twee begrafenisauto’s aanrijden’

‘Op de Buitenring, een ringweg in Almere-Buiten, was een auto met hoge snelheid uit de bocht gevlogen. Bij aankomst zagen we een rode Ferrari die total loss was. Je kon zien dat hij meerdere bomen had geraakt. Het motorblok lag eruit, een bumper lag op de weg, in de berm lag een wiel.

‘We schrokken gigantisch. In de carrosserie zat een bebloed lichaam zonder hoofd. We wisten niet of het een man of een vrouw was en of er nog anderen in de auto hadden gezeten. Op dat moment wordt het hele circus opgestart: er moet een ambulance komen, de ongevallendienst en een begrafenisondernemer. Later bleek dat de bijrijder eruit was geslingerd, die is dood in de bosjes teruggevonden.

‘Wij parkeerden onze dienstwagen een eind verderop dwars op de weg met het zwaailicht aan, en hielden het verkeer tegen. De Buitenring is een drukke weg die naar de A6 leidt en het was zaterdagmiddag, dus het was heel druk met winkelende mensen die de stad in en uit wilden. Er ontstond al snel een file. Steeds draaiden autobestuurders hun raampje open en zeiden: ‘Wij moeten erlangs’, of: ‘Ik woon daar.’ En steeds legden wij uit: ‘Dat kan niet, u moet hier weg, er komen hulpdiensten aan.’

‘Ik bleef aardig, maar het zou je verbazen hoeveel mensen toch gaan drammen, dus ik raakte geïrriteerd. ‘We staan hier toch niet voor niks?’, zei ik tegen mijn collega. ‘Waarom begint iedereen een discussie?’

‘Steeds als er hulpdiensten kwamen, reden wij onze auto achteruit en lieten we die erdoor. En daarna blokkeerden we de boel weer. Toen we er al ruim een uur stonden, kwam een personenauto met hoge snelheid op ons af. De chauffeur ging vol in de remmen, stapte uit en liep gehaast naar me toe terwijl hij z’n auto midden op de weg liet staan met het portier open. ‘Meneer!’, riep ik, ‘Haal uw auto alstublieft weg.’ Die vent, een jonge twintiger, zei: ‘Ja, maar...’ en ik onderbrak hem: ‘Weg hier!’

‘Hij bleef sputteren: ‘Ja maar...’ en toen werd ik héél kwaad: ‘Wegwezen, nu!’ Daarop riep hij: ‘Lúíster nou even, ik heb begrepen dat hier een ongeluk heeft plaatsgevonden, en dat mijn vriendin daarbij is betrokken. Ik wil graag weten naar welk ziekenhuis ze is vervoerd.’

‘Ik werd even stil. Er ging een flits door mijn hoofd van dat lichaam in de Ferrari, en ik durfde niet te zeggen dat zijn vriendin dood was. ‘Sorry dat ik zo reageerde’, stamelde ik, ‘maar ik begrijp dat mijn collega’s daar nog bezig zijn.’

‘Precies op dat moment kwamen twee begrafenisauto’s aanrijden. Die jongen zag dat, verbleekte, pakte me beet en zei: ‘Nee, hè...’ Ik zag hem breken. In mijn armen begon hij te huilen.

‘Je moet je voorstellen: ik was pas acht jaar bij de politie. Ik had nog nooit zo’n heftig ongeluk meegemaakt, laat staan dat de partner van het slachtoffer naar je toe komt. Mijn brein ging malen: wat moet ik nu doen? Dit staat in geen enkel politiehandboek.

‘‘Kom, we gaan naar het bureau’, zei ik toen maar. Hij wilde met zijn eigen auto meegaan, maar ik reageerde: ‘Nee, jij rijdt gewoon met mij mee.’

‘Collega’s brachten ons weg. Ik ging naast hem zitten op de achterbank. In shock vertelde hij dat zijn partner van vriendinnen een autorit in een Ferrari met een instructeur had gekregen. Het was haar vrijgezellenfeestje, hij zou die week erop met haar gaan trouwen. Ik sloeg een arm om hem heen.

‘In het bureau gaf ik hem koffie en wenste hem sterkte nadat een leidinggevende het van me had overgenomen. Het heeft me erg aangegrepen. Nog steeds vraag ik me af: had ik moeten zeggen dat zijn vrouw was overleden? Wat weerhield me? De confrontatie met die lijkwagens was verschrikkelijk voor hem. Misschien was ik bang dat hij erheen wilde rennen, ik weet het niet.

‘Als je bij de politie gaat, ben je erop voorbereid dat je gruwelijke dingen kunt meemaken. Je wapent je ertegen, je schakelt je emoties tijdelijk uit en gaat handelen. Maar hier was ik niet op voorbereid, op een man die nog niet weet dat zijn vrouw dood is, terwijl ik net dat verschrikkelijke lichaam heb gezien. Dat kwam heel hard binnen.

‘Sinds dat ongeluk blijf ik veel geduldiger bij incidenten. Een poos daarna moest ik het perron afzetten waarvan iemand voor de trein was gesprongen. Daar liepen ook veel ongeduldige en soms onbeleefde mensen die erlangs wilden. Toen lukte het me wel om geduldig te blijven. Als iemand niet doet wat wij zeggen, denk ik nu steeds: misschien is dit wel een geliefde van het slachtoffer.

‘Elke dag als ik naar mijn werk ga, kom ik langs die plek in Almere. En steeds als ik daarlangs rijd, denk ik weer aan de bruidegom die daar zijn bruid is verloren.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next