Home

Als patiënten gingen ze van Gaza naar Israël, nu zitten ze klem in het ziekenhuis

De arts van Ahmad vertelt hem vrijdag 6 oktober het goede nieuws. Overmorgen wordt hij geopereerd, hij krijgt een stoma. De 24-jarige Ahmad uit Deir al-Balah in de Gazastrook heeft darmkanker. Het zit in zijn familie, ook zijn vader lijdt eraan. Maar Ahmad heeft geluk: omdat er in Gaza nauwelijks mogelijkheden zijn om kankerpatiënten te behandelen, mag hij naar een ziekenhuis in Israël. Daar is hij nu sinds half september.

Die zaterdag gaat hij nog even naar buiten om papieren zakdoekjes te kopen. In de buurt van het Makassed-ziekenhuis in Oost-Jeruzalem zijn wat kleine winkeltjes. Diezelfde ochtend, zaterdag 7 oktober, is in het zuiden van Israël de moorddadige aanval van de Hamas-milities begonnen, maar dat weet Ahmad dan nog niet. ‘Toen ik terugkwam bij het ziekenhuis, stonden er joodse kolonisten bij de ingang. Ze vielen me aan, tot bloedens toe. ‘Hamas, Hamas!’, schreeuwden ze. ‘Ik ben geen Hamas’, riep ik. Ik ben hier voor een behandeling.’

De stemming is wraakzuchtig die dag. Israël slaat als een gewond dier wild om zich heen. De politie, gewoonlijk ook niet zachtzinnig in de omgang met de Palestijnse inwoners van Jeruzalem, wordt erbij geroepen en zet Ahmad vast. ‘In de gevangenis zag ik heel veel andere mensen uit Gaza’, vertelt hij via een videoverbinding met Nederland.

Hoeveel patiënten uit Gaza in Israël zijn als de oorlog uitbreekt, is lastig vast te stellen. De Mariam Foundation, het (kleine) Palestijnse equivalent van het Nederlandse KWF, heeft weet van ongeveer tweehonderd kankerpatiënten; zij vormen de grootste groep patiënten die in Israël wordt behandeld. Omdat Gazanen op hun reis naar de andere kant van de muur één begeleider mogen meenemen – die is doorgelicht door de Israëlische inlichtingendienst, uiteraard – zou het in totaal om zo’n vierhonderd mensen gaan.

Een deel van hen zit nu vast in Israëlische ziekenhuizen. In ‘joodse’ ziekenhuizen, zoals ze dat zelf noemen, zoals het Rambam in Haifa en Hadassah in Jeruzalem. Een groter deel verblijft ook in Jeruzalem, maar aan de oostkant. De twee grote ziekenhuizen daar hebben vooral Arabisch personeel en patiënten. Sommigen worden nog behandeld, anderen kwamen alleen kort voor een controle. Ze zitten ‘vast’, omdat de autoriteiten ze hebben verordonneerd binnen te blijven. ‘Ze hebben op hun telefoon de melding gekregen dat hun visum is verlopen’, zegt Aseel Aburass van de Israëlische ngo Physicians for Human Rights. ‘Nieuwe visa worden niet afgegeven. En ze kunnen maar beter binnen blijven ook. Een vrouw die even op straat was, is aangehouden door de politie. Die geloofde haar verhaal niet en heeft haar op de Westelijke Jordaanoever afgeleverd.’

Ook Ahmad kwam daar terecht. Na een kort verblijf in de cel werd hij gedropt bij het checkpoint tussen Jeruzalem en Ramallah. ‘Ik heb in Ramallah op de eerste hulp bloed gekregen en ze hebben mijn wonden verzorgd. Nu ben ik in een hotel, samen met andere patiënten uit Gaza.’ Hij voelt zich verloren.

Contact met zijn familie in Gaza krijgt hij nauwelijks, hij vermoedt dat ze hun toevlucht hebben gezocht tot een school van de UNRWA, de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen; daar is het minder gevaarlijk dan op andere plekken in Gaza. Zoals in hun eigen huis: ‘Op de derde dag van de oorlog zijn mijn twee zussen, een zwager en mijn vader gedood door een bombardement op het complex waar wij wonen. Mijn vader was net terug van zijn behandeling in het ziekenhuis in Israël.’ Hij vertelt het kaal en bijna emotieloos, zoals hij steeds doet.

Gedood door een bom van dezelfde vijand die je even tevoren nog probeerde in leven te houden. Een complexe waarheid waarover Ahmad alleen dit wil zeggen: ‘Ik ben een vreedzaam mens. Anders had ik überhaupt geen toestemming van Israël gekregen om hier te worden behandeld. De artsen en verplegers hier zijn ontzettend goed en behulpzaam voor me geweest.’

Ook de 20-jarige Amina zit klem in Ramallah. De jonge moeder kwam een maand geleden hierheen met haar 11 maanden oude zoontje, haar eerste kind, voor onderzoek naar de onverklaarbare toevallen waaraan hij lijdt. Nog steeds is de oorzaak niet duidelijk. Haar familie is gevlucht uit Beit Lahia, in het noorden van de Gazastrook, ook zij zitten nu in een school. Amina: ‘Mijn lichaam is hier, mijn hart en geest zijn daar. Ik weet dat het hier voor mijn kind veiliger is, toch zou ik liever bij hen zijn. Ik ben constant bang en nerveus.’

Ze wil graag de Al Aqsa-moskee bezoeken, om te bidden voor vrede, of een staakt-het-vuren op z’n minst. Het islamitische heiligdom ligt op nog geen 20 kilometer van Ramallah, in de oude stad van Jeruzalem. Maar de moskee is onbereikbaar voor haar. Tussen daar en hier staan hoge muren en een checkpoint. Ze vraagt of buitenlanders wel heen en weer mogen reizen – ze is nog zo jong, had tot een maand geleden niets van de wereld buiten Gaza gezien – en is verrast en een beetje jaloers te horen dat dat zomaar mag. Amina voelt zich eenzaam, een vreemdeling in Ramallah, weliswaar met Palestijnen om haar heen, maar met zelfs geen verre verwant. Veel hulp is er gelukkig wel, zegt ze.

De Palestijnse Autoriteit (PA) van president Abbas betaalt de medische behandeling van Palestijnen uit Gaza. De PA doet ook de coördinatie met de Israëlische autoriteiten: welke Gazanen mogen wel en niet naar Israëlisch grondgebied? Iemand met een oom die banden heeft met Hamas, of een broer die ooit in een Israëlische gevangenis heeft gezeten, maakt weinig kans.

Ook hulporganisaties zoals de Mariam Foundation staan de patiënten ver van huis bij, zoals ze dat voorheen ook al deden. Mohammad Hamed, oprichter van Mariam: ‘We zorgen dat ze kunnen slapen in een hotel, dat ze wat kleingeld hebben, we brengen eten en hygiëneproducten. En we zijn bij hen, om met ze te praten. Niet alleen hier op de Westbank, maar ook in de joodse ziekenhuizen aan de andere kant. Ze kennen ons daar ook.’

Die hulpverlening gaat door, maar iedereen staat onder hoogspanning. Ramzi Jabari, werkzaam bij het Augusta Victoria-ziekenhuis in Oost-Jeruzalem, vertelt dat zij hun 48 patiënten uit Gaza met eigen bussen vervoeren tussen het ziekenhuis voor de behandelingen en het hotel waar ze overnachten. ‘Ten eerste heeft Israël hun verboden op straat te komen. Maar het is vooral ook te gevaarlijk, mocht iemand ontdekken dat ze uit Gaza komen.’

Het ziekenhuis haalt zelfs zijn artsen en verplegend personeel nu op met bussen. Velen van hen zijn Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever. Jabari: ‘Het is daar extreem gespannen en onveilig, met de joodse kolonisten overal. Veel checkpoints zijn bovendien dicht, dat maakt de reis extra lang. Ik ben zelf ook bang als ik naar mijn werk ga. Niemand voelt zich veilig.’

En niemand weet hoelang dit gaat duren, wanneer de grens met Gaza opengaat voor deze ontheemden. Hamed: ‘Ik ben zielsblij dat deze mensen hier zijn, en niet daar. Maar er zitten ook duizenden kankerpatiënten, die in Israël bestraling en chemotherapie moeten krijgen, vast in Gaza. Ze hebben behandeling nodig. Kanker wacht niet.’

Ahmad overweegt zijn opties. Hij voelt zich misselijk, is 15 kilo afgevallen, eet nauwelijks vast voedsel. Terug naar Jeruzalem kan hij niet. Doorreizen naar Jordanië, waar ze hem zouden kunnen opereren evenmin – hij heeft geen paspoort en geen geld. ‘Ik wil naar mijn familie in Gaza. Dood ga ik toch. Of door een bom of door kanker. Dan ga ik liever dood bij mijn familie.’

Ahmad en Amina zijn pseudoniemen. Ze durven uit angst voor de Israëlische autoriteiten niet met hun eigen naam in de krant.

Niet alleen patiënten uit Gaza zitten vast in Israël, ook een grote groep arbeiders werd daar overvallen door de oorlog. Dagelijks hadden ruim 17 duizend Gazanen een vergunning om in Israël te werken, vooral in de bouw en in de landbouw. Een deal waarbij Israël baat dacht te hebben: goedkope ongeschoolde arbeiders in ruil voor kalmte in Gaza – dat bleek een misrekening. Een onbekend aantal, Israëlische media spreken over duizenden, is sinds 7 oktober vastgezet in detentiecentra van het Israëlische leger op de bezette Westelijke Jordaanoever. Hun werkvergunningen zijn ingetrokken. Een legerwoordvoerder zegt tegen de Times of Israel zegt dat ze niet naar Gaza terug kunnen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next