In de klas, het voetbalteam, in een vergadering, op je werk of bij de buurtvereniging; in groepssituaties schuilt er achter alle gezichten oneindig veel geschiedenis en ervaring, die je vaak niet van elkaar kent. De een is gisteren naar de synagoge geweest, de ander staat op de bres om van 1 juli, wanneer de afschaffing van de slavernij wordt herdacht, een nationale vrije dag te maken. De een is opgegroeid met een oma die in een jappenkamp heeft gezeten, de ander met een vader die na de koloniale oorlog in Indonesië naar Nederland werd gehaald maar niet meer terug mocht, zoals was beloofd, en statenloos in de barakken van een voormalig oorlogskamp moest wonen.
Je ziet die in generaties doorgegeven kennis – of noem het bagage – niet aan elkaar af, maar ze bepaalt onze plek in Nederland. Hoe we deelnemen, of we ons senang voelen of een eeuwige toeschouwer. Die bagage vormt naast een persoonlijke ook de gedeelde Nederlandse geschiedenis.
Nu die geschiedenissen langzaamaan in almaar bredere kring worden gedeeld, is de vraag: wat beklijft? Wat verandert er echt, na de toevoeging van ‘nieuwe’ perspectieven, na ‘de komma’ uit de speech van Rutte toen hij excuses maakte voor ons slavernijverleden?
Die nieuwe – in de zin van: niet eerder algemeen erkende – perspectieven zijn talrijk. Een geschatte twee miljoen Nederlanders heeft een persoonlijke band met Indonesië. Nog eens honderdduizenden hebben wortels in Suriname, op de voormalige Antillen of op andere plekken die Nederland zich in 350 jaar kolonialisme heeft toegeëigend en waar mensen van andere werelddelen al dan niet gedwongen naartoe zijn verscheept.
Nederlanders weten soms schrikbarend weinig van elkaar, en dat komt mede doordat niet iedereen de volledige geschiedenis van het land heeft geleerd. Niet in de schoolboeken, niet in de media, en lang niet altijd thuis. Van de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië tot het verraad van de Papoea’s en de Joodse vluchtelingen die in de 18de eeuw op Curaçao neerstreken.
Dat is rap aan het veranderen. Dankzij het pionierswerk van activisten, en dankzij jonge Nederlanders die de kennis uit hun familie niet meer voor zich willen houden. Zoals dichter Amara van der Elst in 2021 schreef bij het adviesrapport Deel en verbind, een onderzoek van de overheid naar de positie van Nederlanders met een band met Indonesië:
een ding met bagage is dat je
het uit moet pakken
anders wordt het zwaarder
met elke stap
dus deze 3e generatie
zet een paar stappen terug
ritst alles open
stelt vragen over wat wij dragen
op ons rug
Tas voor tas wordt die bagage uitgepakt. Met tentoonstellingen en teruggave van geroofde kunstschatten. Met de groeiende aandacht voor instellingen die zich al jaren inzetten voor erkenning van de ravage die van staatswege is aangericht, zoals The Black Archives en het NiNSee, het Nationaal instituut Nederlands Slavernijverleden en erfenis. Met excuses voor de trans-Atlantische slavernij van de premier en de koning. Met universitaire onderzoeksprojecten. Met prachtige theatervoorstellingen en boeken vol persoonlijke geschiedenissen. Met adviezen van de Algemene Onderwijsbond voor lessen over het slavernijverleden (de tips variëren van ‘Zie slaafgemaakten niet uitsluitend als slachtoffers’ tot ‘Bespreek racisme expliciet’).
Toen de Volkskrant in 2022 begon aan het project ‘Ons koloniale verleden in 50 voorwerpen’, als aanvulling op de bestaande canon van Nederlandse geschiedenis, leunden we op een team van (ervarings)experts. Onder leiding van Valika Smeulders, hoofd geschiedenis in het Rijksmuseum, en Wayne Modest, hoofd collecties van het Wereldmuseum, werden vijftig verhalen gekozen die volgens ons iedere Nederlander zou moeten kennen. Want Nederlandse geschiedenis is ook de uitroeiing van de Sanbevolking in Zuid-Afrika op last van de VOC, is ook het uitsterven van de dodo op Mauritius en zijn ook de Hollandse baksteentjes waarmee Fort Elmina in Ghana is gebouwd.
Omdat Nederland zich jarenlang heeft gewenteld in een zelfbeeld waarin voornamelijk plaats was voor de geschiedenis als succesverhaal, sprak voorzitter Wayne Modest van een ‘anti-canon’: ‘We stellen ter discussie dat sommige mensen en momenten in de geschiedenis worden gekoesterd en andere juist niet.’
De serie is nu gebundeld in het boek Ons koloniale verleden in 50 voorwerpen, dat zaterdag tijdens de Nacht van de Geschiedenis in het Rijksmuseum in Amsterdam is gepresenteerd, in aanwezigheid van Robbert Dijkgraaf, demissionair minister van Onderwijs. Want de hoop is dat de informatie in dit boek algemene kennis wordt. Voor je schoonvader en voor die ene oom. Voor teamgenoten, collega’s en voor je leraar geschiedenis. En voor jezelf, want niemand weet alles.
Om het persoonlijk te maken: van de vijftig onderwerpen waar we voor kozen, kende ik er zelf vooraf negentien. Van twaalf geschiedenissen had ik nog nooit gehoord, van achttien heel in de verte. Ik ben niet exemplarisch, wel goed opgeleid – nou ja, dat valt nu dus te bevragen.
Zal het beklijven? Smeulders zei daar eerder over: ‘De inzet is geslaagd als we het koloniale verleden als gegeven kunnen accepteren en de emoties erbij een beetje kunnen loslaten.’ Voor mensen die hun hele leven al gewend zijn aan onverschilligheid over wat voor hen persoonlijke geschiedenis is, kan dit misschien naast hoop ook scepsis oproepen. De Volkskrant vroeg vier betrokken auteurs hoe zij de soms bijna explosieve aandacht van de afgelopen tijd hebben ervaren. Afstammingsdeskundige Annemieke van der Vegt verwoordt het als volgt: ‘Door me te verdiepen in het verleden van mijn familie, ben ik meer geworden dan wat ik was.’ WvZ
Robin Raven schreef elf boeken waarin Indonesië centraal staat, het geboorteland van zijn ouders. Onlangs verscheen zijn boek ‘Tula’, over de leider van de slavenopstand in Curaçao. Voor ‘Ons koloniale verleden in 50 voorwerpen’ schreef hij over het schilderij van een welgestelde Nederlandse familie met op de achtergrond een jonge bediende. Die jongen, Untung Surapati, zou een van de leiders worden van het anti-koloniale verzet in Indonesië.
‘Op mijn boek over Tula krijg ik veel enthousiaste reacties uit de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap. Dat was veel minder bij het boek dat ik over Untung Surapati heb geschreven. Dat komt omdat hij een Indonesische held is en niet de held van Indo’s die in Nederland wonen.’
‘Mijn moeder is het kind van een Duitse moeder en een Friese vader, die drieënhalf jaar in een jappenkamp hebben gezeten. Mijn vader was een Indo-Europeaan. Mijn ouders waren tijdens de Japanse bezetting buitenkampers. Na de dekolonisatie zijn ze naar Nederland gekomen en daar hebben ze elkaar ontmoet. Over de nare dingen werd niet gesproken. Soedah, zeiden ze dan, laat maar.’
‘Ik werkte in het onderwijs en miste de verhalen over dat verleden, dus ben ik ze zelf gaan schrijven. De nieuwe generaties zijn er erg in geïnteresseerd. Mijn dochter Myrthe vraagt mijn moeder naar haar jeugd en nu vertelt zij wel, vaak lieve herinneringen, maar ze antwoordt ook op kritische vragen over de koloniale samenleving.’
‘Onze rijkdom hebben we voor een belangrijk deel te danken aan de koloniën. De verhalen van de mensen die zich tegen het koloniale systeem hebben verzet, maken goed duidelijk welke prijs er in de wingewesten voor die welvaart is betaald. Hun verhalen en perspectieven moeten daarom ook in onze geschiedenis worden geschreven.’
‘Ja, waarom niet? Tula, Surapati en zeker ook Boni en Anton de Kom. Met een bordje erbij, over wie zij waren. Ik hoop ook echt dat hun verhalen een onderdeel gaan worden van onze nationale historische canon.’
‘Dat beeld van Jan Pieterszoon Coen hoeft niet weg. En straatnamen ook niet. Maar ik ben wel voor bordjes met uitleg. Alleen de Coentunnel in Amsterdam zou een andere naam moeten krijgen, want daar kun je die uitleg niet geven.’ TGvW
In West-Afrika wordt al eeuwen verteld over de spin Anansi, verhalen die door slaafgemaakte mensen werden meegenomen naar de overzeese gebieden. Wijnand Stomp is al veertig jaar Anansi-verteller. Sinds 2016 is hij als meneer Anansi te vinden in zijn eigen theater Elswout op landgoed Elswout in Overveen .
‘Praten over slavernij en het koloniale verleden is al veertig jaar mijn werk. Ik ben schatplichtig aan Miep Diekmann, die ik net zo hoogacht als Annie M.G. Schmidt. Zij schreef al vroeg over de scheve verhoudingen in de Nederlandse koloniën. Haar motto was dat kennis van andere culturen je rijker maakt. Ik heb mijn eigen motto: Neem gisteren mee naar vandaag om morgen verder te gaan.
‘Mijn eigen zoektocht begon toen een docent aan de Mikojel, de opleiding tot creatief therapeut, vroeg om een essay over Curaçao, want daar kwam ik toch vandaan? Ik kwam erachter dat ik niets wist over mijn achtergrond. Op mijn 12de ben ik van Curaçao naar Groningen verhuisd. Ik heb een Hollandse opvoeding gehad, mijn vader moest niets hebben van het Caribische mañana-mañanagedoe. Hij overleed anderhalf jaar nadat we naar Nederland waren vertrokken, dus ik heb hem er nooit naar kunnen vragen. Ik vond wel een brief uit 1959, waarin hij zich afvroeg of witte mensen wel onder zwarte mensen zouden kunnen werken – mijn vader was hoogopgeleid.
‘Toen ik begin jaren tachtig in opdracht van het Tropenmuseum in een stuk speelde voor de Wereldvoedseldag, zei een van de regisseurs: jij bent Anansi. Leuk, zei ik. Nee, dat is niet leuk, dat is belangrijk, zei hij toen. Zo lang ben ik dus al met Anansi bezig, maar niemand was ooit echt geïnteresseerd. Hoe goed het ook is dat er nu zo veel aandacht voor is, soms voelt het wrang. Ik snap waarom het lang heeft geduurd, want het zit diep. Driehonderd jaar slavernij verwerk je niet zomaar in één keer.’
‘Soms wel. Ik heb al veertig jaar mijn eigen methode: ik ben geen schreeuwer, maar een masseur. Over ons gedeelde verleden vertel ik het liefst een op een, of in mijn kleine theater. Iedere ziel die we winnen is er één. Humor werkt ook goed. En hoe vetter het Surinaamse accent, hoe leuker Hollanders het vinden. Ik weet dat ik dan de diepere snaar heb geraakt.
‘Mijn hoop is gevestigd op de nieuwe generatie. Mijn oma en tantes waren nog van: sst, sst, niet over praten. In Groningen groeide ik op met derdegeneratie-Molukkers, die waren de onderdrukking ook zat en kwamen in opstand.
‘Zodra je in Nederland een voet op aarde zet, heb je een verband met het slavernijverleden. Dit land is doorspekt met de geschiedenis van het slavernijverleden. En hoewel het prachtig is wat mensen als Mitchell Esajas en Jerry Afriyie bereiken, laten we nooit mensen als Gerda Havertong, Paul Middellijn, Otto Sterman en Olga Orman vergeten – zij zijn onze legends.’ CK
Nadeera Rupesinghe is directeur-generaal van het Nationaal Archief van Sri Lanka en in Leiden gepromoveerd op het Nederlandse rechtssysteem in Sri Lanka in de 18de eeuw. Ze schreef over alledaags verzet in de koloniën aan de hand van een Ola, een beschreven palmblad dat ooit als rechtbankstuk werd gebruikt.
‘Ik was er deze zomer bij toen Gunay Uslu, staatssecretaris van Cultuur en Media, in Colombo de overeenkomst tekende dat Nederland zes waardevolle objecten teruggeeft aan Sri Lanka, waaronder het bekende kanon van Kandy. Ik vond het een mooi moment, een spiegeling van het verleden. Toen die roofbuit 250 jaar geleden in Nederland aankwam, werd er feest gevierd. Nu was er het feestelijke gevoel dat ze weer terugkeren.’
‘In 2007 kwam ik naar Nederland voor mijn onderzoek. Ik kon nog niet goed fietsen; een voorbijganger voorkwam dat ik viel. We raakten aan de praat en toen ik vertelde over mijn onderzoek, zei hij dat Nederland zich voor die periode schaamde, met name voor de slavernij.
‘Dat besef bestaat dus al lang, maar is daarna gegroeid door de discussie over Zwarte Piet. Afgelopen voorjaar was ik voor het eerst sinds zes jaar weer in Nederland. Het viel me op dat nu ook mijn vrienden buiten de wetenschap het debat over het koloniale verleden volgden. Ze spraken over het onrecht van toen en hoe dat hersteld kon worden.’
‘Ja, zeker langs de kust. Ik ben in Colombo opgegroeid en daar zie je restanten van Nederlandse forten. En we hebben Nederlandse leenwoorden, zoals kantoor, kamer en winkel. Verder weten veel mensen dat de Nederlanders hun rechtssysteem hier hebben geïntroduceerd.’
‘Ja, en dat is pijnlijk. Maar ik zie dat vooral als een kans voor ons, als culturele instellingen, om te bewijzen dat wij dat wél kunnen. Nederland gaat ons daarbij helpen, over die samenwerking ben ik enthousiast. Ik hoop op een toekomst waarin we als voormalige koloniën en kolonisators samenwerken voor het behoud van gedeeld erfgoed en het uitbouwen van de kennis daarover.’ TGvW
Annemieke van der Vegt is als genealogisch en afstammingsdeskundige gespecialiseerd in onderzoek naar dna en historische bronnen. Op haar blog ‘Hoe heette Christiaan?’ ontrafelt zij stukje bij beetje het leven van haar uit Ghana afkomstige voorvader Christiaan van der Vegt en zijn nakomelingen.
‘Het belangrijkste is dat mijn wij-zijdenken veranderd is. De koloniale geschiedenis is nu ook mijn geschiedenis. Als mensen persoonlijk door iets uit het verleden worden geraakt, zullen ze anders gaan kijken, door een andere bril. Voor de een is dat misschien een boek, voor de ander een familieverhaal, voor mij het dna-onderzoek naar mijn familie. Toen bleek dat ik afstamde van de West-Afrikaanse Christiaan, geboren rond 1743, werd alles een beetje anders.
‘In 2013 ben ik gaan graven. Wie was Christiaan? Hoe moet ik hem plaatsen in de Nederlandse samenleving? Dat soort vragen werd voor mij relevant. En: kan ik naar Keti Koti om hem te vertegenwoordigen? Mag ik daar zijn, als witte vrouw? Inmiddels ga ik elk jaar, voor mezelf, maar ook voor hem. Ik wil dat zijn verhaal en dat van vele andere jongens als hij, bekend is. Ik wil laten weten dat ook die levens geleefd zijn. Dat mensen beseffen dat Nederland nooit helemaal wit is geweest.
‘Ik snap waarom we het hebben over ‘koloniaal’ verleden, maar uiteindelijk moet dat woord weg. Want door die term zullen veel mensen denken: dat gaat niet over mij, terwijl het wél over hen gaat.’
‘Iedereen zou in zijn telefoon moeten kijken naar zijn contactpersonen. Vormen die een afspiegeling van de samenleving? Waarschijnlijk niet. Tegelijkertijd ziet iedereen in zijn omgeving mensen die buiten de eigen groep vallen. Benader ze. Vraag of ze een keer willen koffiedrinken. Zeg dat je benieuwd bent naar hun verhaal.
‘Ook dna-onderzoek is verrijkend. Elk lichaam is opgebouwd uit voorouders. Tot zeven, acht generaties terug zijn ze aantoonbaar aanwezig in het dna. Als kind vond ik molens geweldig. Blijkt dat ik een aantal molenaars in mijn familie heb. Veel nazaten van Christiaan hadden al iets met Ghana voordat ze van Christiaan wisten.
‘Inmiddels heb ik van veel van zijn nazaten het dna getest. Zij dragen nog tussen de 2 en 5 procent van hem in zich. Dat West-Afrikaanse dna filter ik eruit en dat plak ik in een nieuw persoon. Zo heb ik al 24 procent van Christiaan in dna terug. Ik hoop dat ik tot 25 procent kan komen; we kunnen misschien eigenschappen en uiterlijkheden van hem gaan benoemen door het dna wat van hem nog in ons nazaten aanwezig is. Wie weet kunnen we hem straks wel in 3D printen om te kijken hoe hij eruit heeft gezien.
‘In ons dna is onze koloniale geschiedenis zichtbaar. Door mijn onderzoek ben ik meer geworden dan wat ik was. Dat gun ik ook anderen, het heeft me bewust gemaakt van het idee dat we allemaal mensen zijn, de een niet meer of beter dan de ander.’ CK
Ons koloniale verleden in 50 voorwerpen. Alfabet; 320 pagina’s; € 49,99.
Doorkijkjes
Vijftig artikelen stonden vijftig weken lang in de Volkskrant, gebaseerd op zo’n vijftig objecten, uit musea en archieven en ook doodgewone gebruiksvoorwerpen, van de hand van vijftig auteurs. Vijftig inkijkjes in het koloniale verleden, vijftig doorkijkjes naar de doorwerking ervan in het heden. Samen zijn ze te lezen als een pleidooi om de blik op de geschiedenis van Nederland te verbreden, te verdiepen, te kantelen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden