Het hele gezin zat rustig te ontbijten toen het misging. Boem. ‘We zijn naar de kelder gerend’, zegt Ali Sweid (65), vader van vier kinderen. Een Israëlische tankgranaat had hun huis geraakt, en kort daarop een tweede. Twee kinderen raakten gewond. Sweid vertelt er kalm over, en laat foto’s op zijn telefoon zien die zijn relaas ondersteunen. Ze tonen een gapend gat in de muur en vloeren vol gruis en puin.
Omdat hun huis onbewoonbaar is, logeert de familie Sweid nu hier – dertig kilometer verderop in een verzameling leegstaande scholen in Tyr. Op de binnenplaats hollen kinderen achter een voetbal aan. De voorzieningen zijn spartaans, de wc’s een stinkend waterballet. Bloemetjesjurken liggen in de vensterbanken te drogen. Zo’n 750 Libanezen schuilen hier tot de oorlog met Israël voorbij is en ze terug kunnen naar hun dorpen aan de zuidgrens. In totaal zijn er volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) meer dan 19 duizend mensen op drift. De meesten zijn bij familie ingetrokken, of bij tijdelijke gastgezinnen.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet, en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).
Een volle drie weken zijn de beschietingen aan de Libanees-Israëlische grens bezig, en het einde is niet in zicht. Aan Libanese kant zijn zeker 43 Hezbollah-strijders gedood en vier burgers, een veelvoud van de doden (vijf militairen, één burger) aan Israëlische kant. Beducht voor een ‘totale oorlog’ houden beide partijen het voorlopig bij precisieaanvallen, maar dat is een delicaat spel. Eén afzwaaier op een woonwijk kan het startschot zijn voor een grote escalatie.
Hier leidt de oorlog vooral tot verdeeldheid, zegt de 47-jarige Mortada Mhanna die als directeur is aangesteld door de gemeente Tyr. Aan zijn bezoek heeft hij een verzoek: maak het niet te politiek. ‘Weet u, als iemand hardop zegt: ik steun het verzet (Hezbollah, red.), dan heeft hij gelijk ruzie met de anderen.’ Rond de opvanglokalen blijkt iedereen inderdaad op zijn hoede, bang om ontmaskerd te worden als een voor- of tegenstander van de militante beweging. Wie er voorzichtig naar vraagt, krijgt ontwijkende antwoorden.
Op zijn kantoor vertelt directeur Mhanna dat zijn grootste zorgen financieel zijn. Libanon is al drie jaar platzak, er is geen geld voor opvang. De maaltijden worden afwisselend bereid door lokale vrijwilligers en door het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties. Het drinkwater werd door Unicef geleverd. ‘Een gezin van zes personen kan ik drie matrassen geven en twee dekens’, zegt Mhanna somber. ‘En er komen hier dagelijks honderden bewoners bij.’ Het enige lichtpuntje is een truck met dekens van diezelfde ochtend – een donatie van het ministerie van Sociale Zaken.
Buiten klinkt de echo van een doffe klap, naar later blijkt omdat een Israëlische raket verderop in de Middellandse Zee geland is. Niemand lijkt er nog van te schrikken. Het waren niet alleen de raketten en tankgranaten die de familie uit het grensdorp Dhayra deed vluchten, zegt Ali Sweid. De genadeklap was de inzet door Israël van wit fosfor (zie inzet). ‘We konden geen adem krijgen, het was verschrikkelijk. Door de rookwolken zag je geen hand voor ogen. Mensen probeerden in auto’s te ontkomen, maar botsten op elkaar.’
Zijn relaas wordt bevestigd door mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, dat op 12 oktober over de Israëlische inzet van wit fosfor publiceerde. Zowel boven Zuid-Libanon als boven de bezette Gazastrook is meermaals met fosforgranaten geschoten. ‘De wind blies de rook de huizen en de tuinen binnen’, knikt de 28-jarige Mohammad Ahmad Sweid (28), een neef van Ali. ‘De kippen waren allemaal dood.’
Hele olijfgaarden vlogen in brand. Normaal gesproken was de brandweer uitgerukt, maar omdat de fosfor in het holst van de nacht werd afgevuurd, moest men wachten. In Zuid-Libanon moet je immers goed kunnen zien waar je loopt: voor je het weet stap je op een landmijn, overgebleven uit een van Libanons eerdere oorlogen.
‘Het vertrek viel me zwaar’, zegt een andere dorpeling die zich voorstelt als Firas (‘geen achternaam’). ‘We zijn geworteld in ons land met zijn olijfbomen en tabaksplanten. We verlaten onze streek nooit. We zijn vreedzame moslims, niemand wil in dit conflict worden meegesleurd.’
Hij vertelt dat hij recent is teruggegaan om het huis van een oom te inspecteren. Zo’n bezoekje is volgens hem op eigen risico. ‘Wanneer er dorpelingen terugkeren, maakt Hezbollah daar soms gebruik van. Dan proberen ze te mengen met de bevolking en vallen ze minder op voor de vijand.’
Omdat de weg naar huis is afgesneden, voelen veel bewoners zich opgesloten. Privacy is er niet in de schoolgebouwen, en omdat de douches vies zijn, wassen ze zich verderop in de stad. ‘Ik verveel me hier te pletter’, zegt de 19-jarige Nour Yousef, afkomstig uit grensdorp Jebayn. ‘En ’s nachts is er zoveel lawaai dat ik er slecht van slaap.’
Haar droom om visagiste te worden, voelde nog nooit zo ver weg. Een dag na het bezoek volgt er een appje. Haar familie vertrekt weer, schrijft Nour, het is er niet uit te houden. Ze gaan terug naar hun dorp, hopend dat het daar rustig zal blijven.
Wat is wit fosfor?
Wit fosfor wordt soms door legers gebruikt om grondgebieden te verlichten, doelwitten te markeren of rookgordijnen te creëren. In het internationaal recht is de inzet niet verboden, maar wel hoogst omstreden, omdat fosfor zo heet kan worden (tot 815 graden) dat het de menselijke huid tot op het bot kan doorbranden. De inzet in de extreem dichtbevolkte Gazastrook wordt daarom door Human Rights Watch als illegaal beschouwd – het risico voor de burgerbevolking is daar disproportioneel groot. Ook Rusland is meermaals beschuldigd van het gebruik van wit fosfor in Oekraïne.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden