Wie: Ger (61) en Ada (59) uit Harmelen.
Beroepen: Keukeninstallateur en bakkerijmedewerker.
In therapie sinds: 2020.
Therapeut: EFT (emotionally focussed therapy)- en systeemtherapeut Corien Boers.
Ze hebben onderweg ruzie gehad, en nu kijken keukeninstallateur Ger en bakkerijmedewerker Ada wat verlegen naar elkaar op de bank bij relatietherapeut Corien Boers.
‘Nou goed’, schraapt Ger zijn keel. ‘Daarnet in de auto hadden we weer een behoorlijk meningsverschil. Kijk, ik houd het kort, want ik heb heus wel iets geleerd hier. Maar Corien, het gaat nog niet goed.’
Ada: ‘Het gáát gewoon nog niet.’
Het is een intrigerende combinatie van mensen in deze kamer: de vrijzinnige therapeut Corien Boers, hoogblond haar, spijkerbroek en sneakers, en haar cliënten Ger en Ada, twee hardwerkende, gereformeerde zestigers, die al veertig jaar getrouwd zijn, en voor het eerst in hun leven met een buitenstaander over hun binnenwereld praten.
Ze komen al een tijdje bij Boers, na een doorverwijzing van de huisarts. Ger kreeg kanker en vervolgens een hartinfarct. In diezelfde periode kregen twee van hun kinderen een zakelijk conflict, die ruzie lijkt de hele familie in twee kampen te splijten.
Er is veel spanning tussen Ger en Ada. Want ze zijn wezenlijk anders: Ger is gevoelig en extravert, Ada juist teruggetrokken, ze uit zich voorzichtig. En in hun ruzies weerklinken soms oude wonden. Ger groeide op met een depressieve moeder die suïcide pleegde. Ada kreeg geen ruimte in het streng gereformeerde milieu waar ze beiden nog steeds deel van uitmaken. ‘Ik probeer me meer te uiten, Ger vindt dat ik een feministische vrouw word, maar ik zeg dan: ‘Zo moet je dat helemaal niet zien.’
Therapeut Boers heeft voor dit traject stukken uit de Bijbel gelezen, om zo aansluiting te vinden. Tijdens sessies legt ze soms een hand op de knie van Ger, of buigt diep voorover naar Ada. Boers praat soms zo zachtjes, dat het bijna fluisteren is. De intieme sfeer die ze zo creëert, heeft effect op Ada en Ger: ze geven zich bloot, ook over de ruzie van vanochtend.
Ada: ‘Wij gaan een midweek naar Zeeland, het zijn maar een paar dagen samen. Maar toen belde Gers broer Joop, die wilde een dag komen vissen. Ik zei tegen Joop: ‘Ik weet niet of dat ik dat nou wel zo leuk vind.’’
Ger: ‘Nou, je zei tegen hem: ‘Ik dacht het niet.’ Hij vond het heel jammer dat je zo kattig deed, en ik geef hem gelijk. Nou toen ik dat zei vanmorgen, ging je zo tekeer in de auto.’
Ada: ‘Je had met je broer zitten kletsen over mij! Ik voel dan dat je niet voor mij opkomt.’
Corien Boers: ‘Laten we even teruggaan naar de situatie. Want Joop wilde bij jullie langskomen. En toen gebeurde er iets bij jou, Ada, waardoor je diep werd geraakt.’
Ada: ‘Nou ja, ik dacht: dan moet ik Ger weer delen. Het is misschien egoïstisch.’
Corien: ‘Het is juist prachtig, er zitten heel mooie gevoelens onder. Ger is een dag vissen, en jij bent hem dan kwijt. Waar voel je dat in je lijf?’
Ada: ‘Nou, hier’– ze wijst op haar borst – ‘ik krijg er echt hartkloppingen van.’
Corien: ‘Het is een beklemmend gevoel hè? Wat betekent die vakantie voor jou?’
Ada: ‘Ik hoop dat we dan weer een beetje dichter bij elkaar komen.’
Corien, zachtjes: ‘Het raakt je echt.’
Ada huilt: ‘Ja. Omdat ik soms het gevoel heb dat we er niet uitkomen, omdat we zo van mening verschillen, bijvoorbeeld over het conflict tussen de kinderen. En dan is het is ook nog eens moeilijk, omdat Ger en Joop zulke hechte broers zijn. Kijk, als het nou goed gaat tussen ons, dan kan ik dat wel aan. Maar nu... Misschien ben ik wel jaloers.’
Corien: ‘Ik kan me dat best voorstellen. Het betekent dus ook dat je ontzettend veel van Ger houdt. Je bent bang dat er geen tijd is voor jullie samen, je voelt je bedreigd.’
Ada: ‘Dat zat er denk ik achter. Ik voel paniek en angst, en dan sla ik door, dat weet ik ook wel.’
Corien: ‘Hoe zou het zijn als je nu een kwartslag draait, en Gers hand vastpakt? Je bent zo bang hem te verliezen. Maar weet Ger dat wel?’
Ger, moedeloos: ‘Jawel. Maar zo’n uitspatting van vanmorgen in de auto, dat is gewoon onredelijk.’
Corien: ‘Daar ga ik zo ook naartoe, maar nu wil ik even horen wat het met je doet om te horen dat Ada bang is je kwijt te raken.’
Ger: ‘Nou, dat laat ik niet gebeuren. Ik vind het een schat van een vrouw, ook.’
Corien: ‘En wat vind je ervan dat zij erkent dat zij jou pijn doet met haar boosheid?’
Ger: ‘Dat is prachtig. Het is ook beter dan verschrikkelijk tekeer te gaan.’
Ada: ‘Ik weet ook wel dat jij er eigenlijk helemaal niet tegen kunt als ik zo snauw.’
Ger: ‘En het is ook niet de eerste keer dat Ada andere mensen afsnauwt die langs willen komen. Kijk, als je met kanker op de bank zit, en je vrouw zegt: ‘Wat een gezeik, komt die weer’, dat is niet fijn.’
Corien: ‘Dus met zo’n uitspatting, zoals vanmorgen, dan denk jij: daar gáán we weer met die boosheid?’
Ger: ‘Ja. Kijk, ik word er bang van. Dat ik denk: wat een bitch. Terwijl: Ada is helemaal geen bitch. Maar als zij zo tegen mij tekeergaat, dan is het als een deur waar geen kruk aan zit. Ik kom er niet in.’
Corien: ‘Wat een verdrietig beeld schets je nu, Ger. En dat beeld ken je al lang hè, je wilde als jongetje zo graag contact met je moeder. Je schopt, en je slaat, en je voelt paniek.’
Ger: ‘Ja! Het voelt echt als een bevrijding dat ik dit zo mag bespreken met jou.’
Corien: ‘Heb jij dit weleens zo gezegd tegen Ada? Dat als zij zo bits doet, dat jij je dan alleen voelt en bang?’
Ger: ‘Kijk, Ada is mijn allessie, als ik haar moest verliezen... Dat weet je toch?’
Ada snikt zachtjes: ‘Ja.’
Ger: ‘Je betekent echt alles voor me. Maar als je zo uitvalt, dan trek ik me terug en voel ik weer de ellende die ik vroeger heb meegemaakt.’
Hij staart voor zich uit.
Ger: ‘Ik denk even aan mijn broer Joop, die zo graag met mij wilde vissen. Wij lachen samen aan de waterkant, maar we janken ook samen. Wij hebben zo’n verbinding met elkaar.’
Corien: ‘En bij Joop kun je dat toelaten, terwijl je je bij Ada afschermt, omdat je jezelf wilt beschermen tegen haar boosheid.’
Ger: ‘Precies.’
Ada: ‘Eigenlijk roepen we beiden om hetzelfde. Dat is mooi, maar ik word daar een beetje verdrietig van.’ Tegen Corien: ‘Ik wil ook gewoon graag advies van jou, zo van: zó moet je het aanpakken.’
Corien: ‘Misschien kan ik je een handvat geven. Als je vol vuur zit, dan lukt het niet altijd om goed te reageren. Het gaat om herkenning en reparatie. Dat je na afloop tegen Ger zegt: ‘Ik wil erop terugkomen, ik weet dat ik onredelijk was. Want dan geef je hem weer de ingang die hij zoekt.’
Ada: ‘Ik vind dat ook eng. Ik krijg dan zo’n stemmetje van: het lukt toch niet.’
Corien: ‘Maar je bent er vandaag wél op teruggekomen, je deed het zo goed!’
Ger: ‘Dit is gewoon huiswerk. Ada en ik hebben hier ons hart laten zien, nu moeten we weer oefenen, thuis.’
Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen gefingeerd en zijn sommige details aangepast om herleidbaarheid te voorkomen.
Ook samen in deze serie? Mail naar: e.vanveen@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden