Het is eind oktober en de Nederlandse bossen krijgen eindelijk hun herfstkleur. Geef het nog een maand en al die loofbomen zijn kaal - met op de grond een dik pak bladeren.
Dat lijkt het moment dat onze bossen in slaapstand gaan. Maar eigenlijk is het omgekeerd. Terwijl het kouder wordt en de zon steeds langer onder de horizon blijft, start elk jaar een grote biologische motor op: het bodemleven.
Die motor draait op de ene plek als een geolied systeem. Het grote pakket bladeren is er een half jaar later volledig weggewerkt door een leger van pissebedden, loopkevers, regenwormen, springstaarten, schimmels, bacteriën en - daar komen we zo op - huisjesslakken.
In andere bossen loopt die verteringsmotor een stuk stroever of zelfs helemaal spaak. Daar schreven we twee jaar geleden over in onze special over stikstofvervuiling op de Veluwe.
Een deel van de eikenbossen is er inmiddels zo verzuurd, dat belangrijke mineralen als calcium, magnesium en kalium zijn weggespoeld. Die mineralen zitten dus ook nauwelijks meer in de boombladeren.
Het belangrijkste gevolg is dat aan het einde van de zomer de herfstbladeren van het vorige jaar er nog schijnbaar ongeroerd bij liggen. Deze strooisellaag wordt steeds dikker, mengt niet meer met de bodem en geeft dus ook geen voedingsstoffen meer terug aan de bomen, die daardoor zelfs kunnen afsterven.
Dat leidt weer tot een sterke afname van de soortenrijkdom. Typische voorjaarsbosbloemen, zoals bosanemoon en sleutelbloem, zijn afhankelijk van snel verterend blad en kom je in verzuurde bossen niet meer tegen.
Daar waar de verzuring toeslaat, nemen ook struiken, insecten en paddenstoelen in diversiteit af. Eén belangrijke soortgroep verdwijnt dan zelfs volledig: huisjesslakken. In sterk verzuurde Veluwse bossen vinden ze te weinig kalk om nog huisjes te maken. Vervolgens verdwijnen ook broedvogels, want die hebben de slakjes nodig als kalkbron.
Het is een gekke situatie. We zien slakken vaak als veroorzakers van overlast, waar we 'een oplossing' voor moeten vinden. Maar slakken kunnen zeldzaam zijn en zelfs gemist worden.
Die huisjesslakken in je tuin zijn bovendien vaak maar twee soorten: de segrijnslak en met iets meer geluk ook de zwartgerande tuinslak, die veel verschillende kleuren kan hebben.
Maar de wondere wereld van de huisjesslakken is véél groter, zegt slakkenexpert Tello Neckheim van Stichting ANEMOON. Die soortenrijkdom hangt samen met de hoeveelheid kalk in de bodem. Zo kun je als je goed zoekt tientallen soorten huisjesslakken vinden in de duinen en de Limburgse hellingbossen.
Het icoon van die kalkrijke Limburgse bossen is de wijngaardslak, de grootste landslak van Europa. Maar het zijn vaak ook de veel kleinere en onbekendere soorten die het harde werk doen, zoals de perfect ronde bosloofslak of de zeldzame gladde clausilia, die spitse hoorntjes maakt. Al die slakken doen zich voor hun winterslaap nog gauw tegoed aan het vers gevallen herfstblad.
Het is dan ook geen toeval dat het herfstblad daar komend voorjaar al bijna volledig verdwenen zal zijn om plaats te maken voor een tapijt aan voorjaarsbosbloemen.
Toch komen ook in kalkarmere bossen op bijvoorbeeld de Veluwe van oorsprong veel soorten huisjesslakken voor, zegt Neckheim. Maar dan moet er wel iets van kalk in de bodem zitten en dus ook in de bladeren die van de bomen vallen.
"Denk aan de grofgestreepte glimslak, de glanzende agaathoorn, de geribde jachthorenslak en de gestreepte korfslak - een typische soort van oude loofbossen. Zulke bosslakken leven in de strooisellaag en spelen daar een belangrijke rol als composteerders."
Sommige van die soorten komen (lokaal) nog voor op de Veluwe, zegt Neckheim. "Maar ze zijn wel zeldzaam geworden. Zelfs de zeer algemene heesterslak gaat in Nederland duidelijk achteruit."
Het is monnikenwerk om de verspreiding van alle soorten bij te houden, maar vermoedelijk neemt de soortenrijkdom van huisjesslakken in Nederland al lange tijd af. Grootschalige verdroging en verzuring van het landschap spelen volgens Neckheim een rol. De echt kalkrijke gebieden worden langzaam kleiner. En de vrijwel volledig ontkalkte gebieden nemen steeds verder in oppervlakte toe, met name in droge bossen op de zandgronden.
Dat de slakkenrijkdom vroeger veel groter was, valt volgens Neckheim ook te af te leiden uit duizenden jaren oude slakkenhuisjes, die hij tegenkomt bij onderzoek op plekken waar die soort al lang niet meer levend is aangetroffen.
Nou kun je op internet overal tips vinden om slakken te bestrijden. Maar wil jij juist wel wat méér (soorten) huisjesslakken in je tuin? Strooi dan eens wat kalk. Dan heb je in de herfst ook geen bladblazer meer nodig.
Source: Nu.nl algemeen