Home

‘Nederlandse Joden en moslims voelen zich wellicht angstig en boos, maar daar moeten we elkaar juist in vinden’

De Amsterdamse joods- orthodoxe rabbijn Lody van de Kamp (75) had op 7 oktober een etentje bij kennissen toen hij hoorde van de terroristische aanval van Hamas. Vanwege de joodse feestdag Sjemini Atseret bleven zijn televisie en telefoon die dag uit. Toen een buurtgenoot aanbood om bij hem televisie te kijken, zag hij ‘verbijsterd’ hoe Hamas- strijders in Israël een ongekend bloedbad aanrichtten.

‘Maar deze verschrikkelijke gebeurtenissen hebben mijn wereldbeeld niet doen wankelen’, zegt Van de Kamp, die bekendstaat als verbinder.

Van de Kamp is mede-oprichter van Yalla!, een netwerk voor Joden en moslims in Nederland. Met ex-kickbokser Saïd Bensellam vormt hij het duo Saïd & Lody: samen gaan ze met jongeren in gesprek over racisme en het overbruggen van verschillen. Vanwege die inspanningen wordt hij in Joodse kringen soms schertsend de ‘rabbijn van de moslims’ genoemd.

‘Nee hoor. Zoals wij hier nu een gesprek voeren, van mens tot mens, zo doe ik dat ook met onze islamitische landgenoten. Als Netanyahu en Abbas het daar niet weten op te lossen, moeten wij niet denken dat wij dat hier wel kunnen. Nederlandse Joden en moslims voelen zich wellicht angstig, onzeker en boos, maar daar moeten we elkaar juist ook in vinden.

‘Met Yalla! hebben we na de verschrikkelijke gebeurtenissen een bijeenkomst georganiseerd. Toen burgemeester Halsema van dat plan hoorde, nodigde ze ons in haar ambtswoning uit. We hebben daar heftige, maar vruchtbare gesprekken gevoerd. We moeten elkaar vasthouden.’

‘Aan beide kanten van het conflict zijn er rotte appels die op zoek zijn naar een clash. Maar zij vormen niet een dominante groep. Er wordt veel gesproken over toenemend antisemitisme of islamofobie, maar ik geloof daar niet in.

‘Kijk hoe ik eruit zie: ik loop met een keppeltje, je ziet aan mij dat ik joods ben. Maar als ik over straat loop, gebeurt er helemaal niks. Mensen die over antisemitisme of moslimhaat spreken, zeggen bijna nooit: ik ben niet veilig. Ze vóélen zich niet veilig.’

‘Als de politie of veiligheidsdiensten besluiten dat die dicht moet, dan moet dat. Maar ik geloof eerder dat de beveiliging van kwetsbare objecten als joodse scholen en synagogen voortkomt uit aanslagen elders in West-Europa, dan met toenemend antisemitisme in Nederland. Op deze plekken is de onveiligheid nu natuurlijk groter.’

‘Als ik als directeur in de klas een knulletje of een meisje heb dat gepest wordt, om wat voor reden dan ook, wie pak ik dan aan? Die pesters. Maar ik zeg tegen dat knulletje of meisje: jij blijft in de klas zitten. Er moet nadruk komen te liggen op de dader, niet op het slachtoffer.

Want, en ik weet dat dit mij niet populair maakt in de Nederlandse Joodse gemeenschap, wij hullen ons al te lang in slachtofferschap. Wij zijn de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Maar slachtofferschap is te comfortabel. Dan hoef je namelijk niet zoveel te doen.

‘We bouwen hogere hekken rondom onze scholen en synagogen. Maar we denken niet: wat kunnen we doen om te zorgen dat het hek ooit een keer weg kan?’

‘Elkaar in de ogen kijken. Ik ben ooit begonnen met mijn maatschappelijke werk toen in Amsterdam-West een knul van een jaar of 16 de Hitlergroet richting mij deed.

‘Ik deed aangifte, maar na enkele maanden was daar nog niets mee gedaan. Toen besloot ik met die knul om de tafel te gaan. Ik legde hem uit waarom de Hitlergroet zo’n impact heeft op de Joodse gemeenschap. Ik vertelde over mijn familiegeschiedenis. Mijn vader heeft in Auschwitz gezeten, mijn moeder heeft haar hele familie verloren.

‘Hij zei toen: ‘Wilt u met mij naar het Anne Frank Huis gaan?’ Hij wilde alles weten. Dat was geweldig. Natuurlijk, er zijn altijd raddraaiers met wie zo’n gesprek onmogelijk is. Maar meestal valt dat mee.’

‘Ik heb met respect gekeken naar het optreden van de minister-president. Toen hij een bezoek bracht aan Israël en Palestina, stelde hij als voorwaarde: ‘Ik kom alleen naar Israël, als ik ook door Abbas kan worden ontvangen.’ Dat is Nederland-waardig. Als je een bijdrage wil leveren, moet je met beide partijen praten.’

‘Dat gaat mij te ver. Ik begrijp dat Rutte na het zien van die verschrikkelijke beelden de noodzaak voelde om op die manier zijn sympathie richting Israël uit te spreken.’

‘Ik zie dat als een provocatie. Denk kan veel betekenen voor moslims in Nederland. Met dit soort domme dingen verdrijven ze moslimkiezers die een gematigder toon voorstaan.’

‘Absoluut. Generaliseren vind ik een kwalijke ontmenselijking. ‘De’ moslims, ‘de’ homo’s, ‘de’ Duitsers. Dat woordje ‘de’ zouden we eigenlijk moeten afschaffen. Het miskent het individu. En dat is schadelijk voor een samenleving.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next