Dit is niet wat Israël van zijn vrienden verwacht. Dat ze langskomen op een moment van uiterste nood, om het land vervolgens de les te lezen over Palestijnse burgerdoden, en daarna te hameren op een oud idee, dat tot grote tevredenheid van de Israëlische premier Netanyahu al jaren stof lag te verzamelen in een vergeten lade.
Toch is dat precies wat er deze week gebeurde. Kort na de aanvallen op 7 oktober spraken westerse bondgenoten vooral hun afschuw uit over de horror waar Israël mee was geconfronteerd, en hadden zij er alle begrip voor dat het land hard zou ingrijpen. Nu hameren zij er echter op dat onschuldige Palestijnse burgers zo veel mogelijk moeten worden ontzien.
Over de auteur
Sacha Kester schrijft voor de Volkskrant over België, Israël en het Midden-Oosten. Eerder was ze correspondent in India, Pakistan en Libanon.
Die boodschap bracht de Franse president Macron bijvoorbeeld over, maar ook de Nederlandse premier Rutte. Daarna reisden beiden door naar de Westelijke Jordaanoever, om met president Abbas te spreken over het belang van perspectief voor de Palestijnse gemeenschap.
Zelfs de allerbeste vrienden van Israël, de Verenigde Staten, stelden deze week dat er ‘een visie’ moet komen voor na de oorlog. De Amerikaanse president Joe Biden nam het woord ‘tweestatenoplossing’ in de mond. ‘Alle partijen zullen zich moeten inspannen om ons op het pad van vrede te brengen.’
Nu werd er de afgelopen jaren af en toe nog wel gemompeld over die tweestatenoplossing, maar het hele vredesproces is al lange tijd morsdood en het is nog maar de vraag of dat weer nieuw leven kan worden ingeblazen. Sinds de Oslo-akkoorden van 1993 en 1995 is er tenslotte veel veranderd.
Nadat extremisten van beide zijden zich hadden geroerd, liep het proces muurvast. Voor Israël was er daarna vooral sprake van ‘een veiligheidsprobleem’ dat kon worden opgelost met hoge muren en geweld. De Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever zagen hun wereld slinken: zonder pasjes kunnen ze Israël niet in, en in het hart van wat ooit hun eigen staat moet worden, verrijzen constant nieuwe nederzettingen.
De Palestijnen kregen ook onderling problemen, en na een korte burgeroorlog zwaait Hamas de scepter in Gaza. Fatah (ooit de beweging van Yasser Arafat en nu die van president Abbas) moet het doen met beperkt beheer over de Westelijke Jordaanoever.
Die tweedeling leverde Israël argumenten op om het vredesproces te bevriezen. Het had geen enkele zin om te onderhandelen met Abbas omdat hij niet alle Palestijnen vertegenwoordigde. Ook de buitenwereld, de Verenigde Staten voorop, had het opgegeven. Er was geen eer aan dat vredesproces te behalen en voor Biden was de prioriteit verschoven naar de oorlog in Oekraïne en de spanningen met China.
De huidige oorlog heeft dat veranderd. Maar waar te beginnen? De huidige uiterst rechtse Israëlische regering ziet de bezette Westelijke Jordaanoever als een onlosmakelijk onderdeel van Israël dat liefst zo snel mogelijk geannexeerd moet worden. Geen van de coalitiepartijen is bereid om zelfs maar te overwegen een snippertje weg te geven aan de Palestijnen.
Dan zijn er de nederzettingen. De kaart van de Westelijke Jordaanoever ziet eruit als een soort gatenkaas: in het hele gebied zitten vlekken die staan voor een nederzetting waarvan de bewoners er niet over piekeren om te vertrekken, en die Israël niet wil opgeven. Zelfs als er geen nieuwe nederzettingen meer zouden worden gebouwd, is het onmogelijk om tussen die vlekken door nog een functionerende staat op te tuigen.
De Palestijnse Autoriteit geniet bovendien weinig vertrouwen bij de Palestijnen, niet op de Westelijke Jordaanoever, en al helemaal niet in Gaza. De Fatah-partij is door en door corrupt, de oude garde weigert sinds 2006 verkiezingen uit te schrijven uit vrees van het pluche te worden gestoten, en wordt diep geminacht vanwege de samenwerking met de Israëliërs.
Toch zullen er volgens betrokkenen dingen gaan schuiven. ‘Na de oorlog zullen er ook in Israël mensen zijn die zeggen dat er iets met de Palestijnen moet gebeuren’, voorspelt Dennis Ross, die tijdens de onderhandelingen voor de Oslo-akkoorden namens de VS om tafel zat tijdens een interview met Politico. ‘Anderen zullen blijven zeggen dat de aanval laat zien hoe groot het gevaar is. Maar er zal debat ontstaan.’
‘Niemand denkt dat Israël er morgen mee instemt aan de onderhandelingstafel te gaan zitten’, zegt Riad Malki, de Palestijnse minister voor Buitenlandse Zaken die deze week kort op bezoek was in Den Haag. ‘Maar uiteindelijk zullen we daar wel terecht moeten komen. En dan begint het werk: winnen van vertrouwen, definiëren wat beide partijen willen en langzaam maar zeker een gezamenlijke visie ontwikkelen die ook in de huidige realiteit werkbaar is.’
Er moet ruimte blijven voor hoop, stelt Malki. ‘De internationale druk om tot een oplossing te komen is groter dan hij in jaren is geweest. Een tweestatenoplossing, hoe die er ook uit zal zien, is relevanter dan ooit. Laten we deze crisis omzetten in een kans.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden